Hoofdstuk 5


Vers 1

Vrijheid.

Letterlijk:

De Griekse werkwoordsvorm is aoristus. Dit wordt gebruikt voor iets dat in het verleden gebeurde en nu is afgerond.

Dus: Jezus maakte ons vrij.

De wet maakt ons slaven.

Alleen onder de genade verliest de zonde zijn heerschappij over ons.

Pas op, we kunnen die vrijheid wel kwijtraken. De Galaten liepen dat risico.

Houd stand in de vrijheid.

Niet weer.

De Galaten waren vroeger slaven van echte afgoderij.

Nú lopen ze het risico om slaaf van de wet te worden.


Vrij, maar opnieuw slaaf, maar nu van God.

Gelovigen zijn niet meer een slaaf van de wet. Ze zijn vrijgekocht door Jezus.

Deze vrijgekochten hebben nu Jezus als Heer.

Ze zijn dienstknechten, slaven, van God.



Vers 2

Christus is u van geen nut.

Als we onder de wet leven, leven we los van Christus. Als we los van Christus leven, hebben we ook Zijn zegen niet.

Christus is voor 100% onze Redder of Hij is het niet.


Als u zich laat besnijden.

Paulus gebruikt NIET het argument dat de doop ipv besnijdenis gekomen is.

Dat is immers ook niet zo.

Besnijdenis is voor de Joden een eeuwige inzetting, maar voor bekeerde heidenen niet nodig.



Vers 3

De hele wet houden.

Als men zich laat besnijden, stelt men zich onder de wet. Maar... als we teruggaan naar de wet, dan moeten we ook de héle wet houden, 100%.



Vers 4

Van Christus losgeraakt.

Geloof in Jezus is de basis van ons behoud. We worden gerechtvaardigd door het geloof. De geloofswerken die hierop gebaseerd zijn, vormen ons zichtbare getuigenis in de wereld.

Wie voor behoud ook op de wet vertrouwt, leeft niet meer voor 100% van genade en is losgeraakt van Christus.



Vers 5

Wij verwachten de hoop.

Hier schrijft Paulus over de verwachting van de ware christenen.


De hoop.

Het bijbelse woord voor hoop drukt absolute zekerheid uit.


Gerechtigheid.

God vergaf al je zonden.

Je hebt een blanco strafblad.

Je staat in de juiste relatie met God.

De hoop die je daarop hebt is 100% zekerheid.



Vers 6

Enige kracht.

Geen van beide draagt iets nuttigs bij aan onze gerechtigheid voor God. Alléén geloof leidt tot gerechtigheid.


Geloof dat werkzaam is door de liefde.

Omdat we door het geloof zéker mogen weten dat we rechtvaardig zijn, leidt dat tot liefde voor God bij Wie we ons welkom weten.

We hebben God lief om wie Hij is en niet om wat Hij geeft.

Eigengerechtigheid richt zich op wat God zal geven als beloning. Dat is géén liefde.



Vers 7

Gehoorzaam de waarheid.

De waarheid maakt vrij.



Vers 8

Deze overreding.

De valse leraars probeerden de Galaten te overreden dat het houden van de wet ook nodig is tot de zaligheid. Dit is echt niet wat Jezus wil.

Alleen onder de genade verliest de zonde zijn heerschappij over ons.



Vers 9

Een beetje zuurdeeg.

Zuurdeeg is overal in de bijbel beeld van bederf en zonde. Ook in de gelijkenis.

Wetswerken vermengd met genade is zuurdeeg. Dat is géén evangelie.

Zuurdeeg veroorzaakt bederf. Het evangelie is niet zuiver meer.



Vers 11

Paulus predikt géén besnijdenis.

Paulus wordt door de Joden het felst vervolgd.

Dat is het beste bewijs dat hij géén gerechtigheid door de wet predikt. Besnijdenis draagt niets bij aan ons behoud.

Hij predikt genade, alleen door geloof in Jezus. Dat gaat buiten de wetswerken om.


Struikelblok.

Het kruis van Jezus is voor Joden een struikelblok.

Zij geloven niet in een lijdende Messias.

Jesaja 53 lezen de Joden ook niet en de profeet Daniël is bij hen ook géén profeet. Het boek Daniël hoort volgens de Joden bij de geschriften. (Ketoeviem).



Vers 12

Zich maar afsnijden.

Paulus zegt dat de onruststokers zichzelf maar moeten castreren.

Paulus is echt kwaad op hen die oproepen om de vrijheid in Christus los te laten.



Vers 13

Tot vrijheid geroepen.


Geen vrijheid om te zondigen.

We staan in de vrijheid, maar zijn niet vrij om te zondigen.

We hebben de christelijke leefregel: God liefhebben boven alles en de naaste liefhebben als onszelf. Zo is liefde de vervulling van de wet.

Het dienen en liefhebben van de Heere, komt in de praktijk vaak neer op het dienen en liefhebben van medegelovigen.



Vers 14

Schijnbaar tegenstrijdig.

Nu schrijft Paulus dat we de wet moeten vervullen.

Dus:

We zijn vrij van de wet als middel om bij God in de gunst te komen.

We zijn niet vrij van de wet als middel om God te behagen.


Uw naaste liefhebben.

Vers 14 verduidelijkt de opdracht van vers 13. Daarom staat hier niet bij: God liefhebben boven alles.


Liefhebben als uzelf.

Dit is al een oud gebod. Het staat al in de Thora.

Jezus geeft een nieuw gebod: We moeten de naaste liefhebben zoals Jezus liefhad.



Vers 15

Bijt en vereet.

De dwaalleer brengt waarschijnlijk in de gemeenten ruzie en verdeeldheid. Paulus waarschuwt daartegen.



Vers 16

1 Johannes 3:6


Wandel door de Geest.

De Geest wil Christus verheerlijken.

Zo moet dus ook ons leven zijn.

En...

Als je door de Geest geleid wordt, dan ben je NIET onder de wet.

Vlees.

Dat is het oude deel van ons dat naar de zonde trekt.

Vlees wordt geregeerd door de wet en verwerpt Gods gerechtigheid.



Vers 17

Geest tégen vlees.

In de gelovige is de Heilige Geest. De Heilige Geest begeert om Jezus te eren. Ook de eigen geest is vernieuwd en wil wat de Heilige Geest wil.

Maar... ons lichaam is nog oud en geneigd tot zonde. Het is als een computer waarop veel verkeerde programma's staan. De Geest wil die programma's wissen en het vlees stribbelt tegen.

Maar... we moeten vernieuwd worden in ons denken. We moeten op Jezus gericht worden en blijven. Daar werkt de Geest aan.

Meer Geest in de gemeente.

Je krijgt alleen méér Geest, als er meer vlees uitgaat.

Hoe méér Geest, hoe meer vlees eruit gaat.


Kunstmatige intelligentie.

Kunstmatige intelligentie komt uit de aarde en hoort zo bij het vlees. Satan zal er gebruik van maken. Wij bidden om licht van de Heilige Geest om Gods woord te begrijpen. Steun niet op het vlees.



Vers 18

Niet onder de wet.

Niet meer onder de wet(matigheid) van zonde en dood.

Wie de Heilige Geest heeft, heeft een onderpand van Jezus ontvangen. Een genadegift.

Dat is een waarborg voor eeuwig leven.



Vers 19

Werken van het vlees.

In dit vers worden er 4 genoemd, allemaal op het terrein van de seksualiteit. Daarvan was die cultuur vergeven. Daarvan moesten de christenen los komen.



Vers 20

Afgoderij en toverij.

Christenen wenden zich soms voor hun gezondheid tot occulte genezers.

Ruzie, afgunst...

Christenen kunnen in onmin leven met hun naaste.



Vers 21

Dronkenschap.

Maken christelijke jongeren zich hieraan niet gemakkelijk schuldig?

Hoe is het gemiddelde geestelijke gehalte van onze gemeente?


Zulke dingen doen.

Wie in deze zonden vált, kan vergeving vragen.

Wie in deze zonden lééft, er dus zijn vermaak in vindt, die heeft geen deel in Gods koninkrijk.



Vers 22

De vrucht van de Geest.

In Ef 5:9 lezen we over een andere vrucht van de Geest:

Jezus spreekt ook over nederigheid.

De vrucht van de Geest wordt vooral zichtbaar naar de naaste toe. We moeten onszelf er ook goed voor inzetten.

Petrus schrijft: "voeg deugd bij uw geloof".

Maar...de vrucht van de Geest is géén lange lijst van dáden die we voor God doen. Als we meer het karakter van Jezus vertonen, dragen we veel vrucht.

De vrucht van de Geest is bovennatuurlijk van oorsprong. Onze natuurlijke vermogens schieten te kort.

Maar.. de vrucht van de Geest is wel natuurlijk in de groei. De vrucht moet kunnen groeien. Daarvoor zijn gunstige omstandigheden nodig. Die omstandigheden zijn onze verantwoordelijkheid.

Bv.

De vrucht van de Geest is liefde.

Gevende opofferende liefde. (Agape-liefde)

We houden van iemand om wie hij / zij is.

Blijdschap is liefde die zich verheugt.

Blij om wie God is en niet om wat Hij geeft.

De blijdschap zit vooral van binnen. De vreugde van de HEERE is dan onze kracht.

Nehemia 8:11.

De vrede is liefde, die aanvaardt.

Vrede met God en we proberen ook vrede te houden met alle mensen.

Vredestichters die innerlijke vrede kennen.

Geduld is liefde die verdraagt.

Lang en veel verdragen. Er is volharding.

Vriendelijkheid is liefde die dient, dienen op een manier die mijzelf kwetsbaar maakt.

Zorg en aandacht voor andere mensen. Echte belangstelling.

Goedheid is liefde die het beste voor een ander zoekt. Je bent zoals je jezelf voordoet.

Psalm 34:9.

Geloofwaardigheid is liefde die trouw beloften nakomt.

Doen wat je zegt, zoals God ook doet. Geloofwaardig zijn voor je naaste.

Hetzelfde grondwoord wordt in Titus 2:10 vertaald met "goede trouw."

In Mattheus 25:21 is het vertaald met: gij goede en getrouwe dienaar.

Zachtmoedigheid is liefde die bewogen is met de pijn van een ander. Je wilt jezelf wegcijferen.

Mattheus 5:5.

Mozes was zachtmoedig.

Jezus: "leer van Mij, dat ik zachtmoedig ben."

Zelfbeheersing is liefde die weet om wat belangrijk is te stellen bóven wat dringend is.

Emoties en begeerten moeten we beheersen.

Vasten is een onderdeel van zelfbeheersing.

In SV staat: matigheid.

Zelfbeheersing is het enige facet dat NIET van Jezus genoemd wordt.


In 1 Timotheus 6:11 schrijft Paulus ook over deze deugden die wij met grote inzet moeten nastreven.

Zo wordt Jezus zichtbaar in ons! Als dat zo is, dan brengen we de vrucht van de Heilige Geest voort.

De vrucht laat zien dat er leven is.



Vers 23

Niet uit de wet.

Deze vrucht van de Geest is niet uit de wet.

Het is wel precies wat de wet wil dat we doen.

De wet is niet voor de rechtvaardigen.



Vers 24

Hebben het vlees gekruisigd.

Paulus zegt dat die kruisiging gebeurd is.

Dat heeft een Christen áchter zich. Die dode oude mens wordt in de doop begraven.

De oude mens is met Christus gekruisigd. Ga daarvan uit en leef daaruit.

Dat moet zichtbaar worden in ons leven. We moeten ons zondige vlees ook kruisigen en ver blijven van de zonden. We moeten ons vooral keren tegen onze zondige wil, meer nog dan tegen ons zondige gedrag. We leven immers door de Heilige Geest.



Vers 25

Geestelijke christen.

Geestelijke christenen hebben een leven dat door de Geest geleid wordt.

In ons christelijke leven mogen we niet vasthouden aan de zonde.

Als we dat wel doen zijn we vleselijke christenen en geen geestelijke christenen.



Vers 26

Eigendunk.

Mensen met eigendunk wandelen niet door de Geest.

Eigendunk is hoogmoed.

Van hoogmoed heeft God een afkeer.

Uitdagen.

Dat is wedijveren.

Je wilt je met iemand meten.

Meestal vind je jezelf superieur.


Benijden.

Iemand iets misgunnen.

Je ziet de ander als meerdere. Je kijkt tegen iemand op.



<