Hoofdstuk 2


Vers 1

Bedroefd door:

  1. 1e brief.
  2. Of bezoek ná de 1e brief. 2 Corinthiërs 1:23.



Vers 4

Doelen van deze brief.

  1. De gemeente moet weten van de grote liefde van Paulus voor hen.
  2. Paulus wil weten hoe gehoorzaam de gemeente is. Vers 9.



Vers 6

Genoeg.

Eerst was de gemeente traag in het uitoefenen van tucht. Nu is ze traag om de boetvaardige weer op te nemen.



Vers 9

Gehoorzamen aan God en Paulus.



Vers 10

Gun satan geen kans.

Pas op, want satan probeert overal voordeel uit te halen.

Als we niet vergevingsgezind zijn of als er wrok ontstaat, vertonen we niet het beeld van Christus en krijgt satan een kans om een voet tussen de deur te krijgen. Als we satan een kans geven kan dat zomaar leiden tot gebondenheid of erger.

Satan moeten we weerstaan.

Zonden moet je ontvluchten, net als Jozef in Egypte.



Vers 11

Patroon van satans listen.

  1. Hij gebruikt de bijbel, maar doet afbreuk aan de waarheid. Bv Genesis 3:4-5 of door het goede slecht te noemen en het slechte goed.
  2. Hij maakt bij bijbelse waarheden een verkeerde toepassing. In Mattheus 4:5 citeert satan Psalm 91:11-12, maar hij maakt een foute toepassing en laat hier ook een stukje weg.
  3. Satan brengt een valse leer. Dat kan door verkeerde exegese, door teksten uit het verband te halen.

Satans listen zijn niet onbekend.

Het is te vrezen, dat Satans listen tegenwoordig aan velen onbekend zijn.

In theologische opleidingen en preken komt het niet of nauwelijks aan de orde.



Vers 12

Een geopende deur.

Paulus heeft goede gelegenheid in Troas om het evangelie te brengen.

Toch is Paulus erg bezig met Korinthe. Hij zoekt Titus die een brief naar Korinthe bracht en met nieuws zal terugkomen.



Vers 13

Afscheid van Troas.

Paulus had daar een goed arbeidsterrein. Maar hij zit in spanning over de ontvangst van zijn brief in Korinthe. Titus zal bericht terugbrengen, maar Titus is er nog steeds niet.

Paulus neemt afscheid van Troas en zoekt Titus overzee in Macedonië.



Vers 14

God zij dank.

Hier is opeens een omslag.

Paulus zag op het aardse, op de problemen in Korinthe.

Nu richt Paulus zijn blik op Christus.

Christus voert Paulus mee in Zijn triomftocht.

Paulus ziet nu op de overwinning van Christus.



Vers 15

Leven of dood.

Een Romeinse overwinnaar werd geëerd. Er werd veel wierook gebrand. Voor krijgsgevangenen was dat een geur van de dood. Zij werden omgebracht. Voor overwinnaars was het een geur ten leven.


Een aangename geur.

Jakob had zich met de kleding van Ezau bekleed. Izak rook die aangename geur van Ezau, zijn geliefde zoon.

Zo moeten wij ons met Christus bekleden.

Zo kan God de aangename geur van Christus bij ons waarnemen.



Vers 16

Een doodsgeur.

Het evangelie brengt iemand niet de dood, want het evangelie is een verkondiging ten leven.

Het evangelie is een kracht van God tot zaligheid.

De ongelovigen verzetten zich moedwillig tegen het evangelie. Zij weigeren gered te worden. Dit maakt hun straf zwaarder, maar dat is zeker niet het doel van de evangelieverkondiging.


Wie is bekwaam?

De bekwaamheid ligt niet bij de mens. De kracht is uit Christus.

Zijn kracht in onze zwakheid.



Vers 17

Handeldrijven.

In de handel passen we het aanbod aan aan de vraag van de consument.

Zo doen we niet met het evangelie. We passen dat niet aan.



<