Hoofdstuk 9


Vers 1

Paulus deed vrijwillig afstand van dingen waar hij als dienstknecht recht op had.


Ben ik geen apostel?

Apostel=gezondene.

Paulus bedoelt dat hij een gezondene is. De Heere zond hem.


De Heere gezien.

Dat was het begin van de geloofsweg van Paulus. Door het zien van die heerlijkheid achtte hij alles buiten Christus schade.



Vers 2

Zegel.

De Corinthiërs zelf zijn het bewijs van het apostelschap van Paulus. Zegel = bevestiging.



Vers 6

Geen recht.

De andere apostelen hebben wél het recht om niet in eigen onderhoud te hoeven voorzien. En alleen wij, Barnabas en Paulus niet?



Vers 8

Eén voorbeeld uit de bijbel.

Dit voorbeeld is krachtiger dan de vorige drie. Hier spreekt Gods woord.

Of een dienstknecht nu bezig is met zaaien ,of met dorsen, hij mag verwachten dat de gemeente hem van voedsel voorziet.



Vers 13

Priesters eten vd offers.

Leviticus 6:16

Leviticus 6:26

Numeri 18:18


Ook de Levieten delen mee

Numeri 18:21

Deuteronomium 18:1-3


Doe als Gajus

3 Johannes 1:5-7



Vers 20

In oudere handschriften en ook in NBG staat nog een extra zin: " hoewel ik (=Paulus) persoonlijk niet onder de wet ben".

Dus Paulus staat niet onder de wet van Mozes, maar onder de wet van Christus. Wie zich aan de geboden van Christus houdt, overtreedt geen enkele wet.

Galaten 6:2



Vers 22

Zwakken in het geloof

Paulus hield rekening met het geweten vd zwakken in het geloof. Paulus wrong zich in alle bochten om iemand voor Christus te winnen.

Zelfverloochening stond hoog bij hem.



Vers 24

Wedstrijd.

In Korinthe hield men ook een soort olympische spelen, de zgn Isthmische spelen.

Zo kende men in Delphi de Pythische spelen.



Vers 25

Andere kronen:

  1. 1 Corinthiërs 9:25. Een onvergankelijke kroon. Die is voor hen die de wedloop volbracht hebben.
  2. 1 Thessalonicenzen 2:19-20. De gemeente is de kroon van Paulus.
  3. 2 Timotheus 4:8. Kroon van de rechtvaardigheid die ieder krijgt, die Zijn verschijning heeft liefgehad, die uitzagen naar Zijn wederkomst.
  4. Openbaring 2:10. Kroon van het leven. Die is voor de martelaren.
  5. 1 Petrus 5:4. Kroon van de heerlijkheid. Een erekroon voor hen die onder moeilijke omstandigheden goed leiding gaven.
  6. Gouden kronen. Openbaring 4:4. Als deze 24 oudsten de gelovigen vertegenwoordigen, dan krijgen alle gelovigen deze kroon.



Vers 26

Vuist

We moeten net zo zijn als boksers.

Het geloof is geen schijngevecht. Boksen leer je niet op een boksbal. Het is ernst. We moeten bereid zijn om slagen te verdragen. Paulus zelf had veel slagen verdragen. Hij streed voor de onvergankelijke kroon.



Vers 27

Ik oefen mijn lichaam.

Echte heiliging omvat ook de beheersing van ons lichaam en de lichamelijke verlangens. Ons lichaam is immers een tempel van de Heilige Geest en met ons lichaam moeten we God ook verheerlijken.

Ons lichaam moet niet onze meester zijn, maar onze slaaf.

Denk aan:



<