Hoofdstuk 14


Vers 1

Jaag de liefde na.

Liefde najagen hoort eigenlijk nog bij hoofdstuk 13.

We moeten 2 dingen najagen:

  1. Liefde.
  2. Geestesgaven.

Vooral profeteren .

Profetie is het meest tot opbouw van de gemeente.

Bemoedigen en vermanen en troosten horen bij profetie.

Profetie is Gods woord vóórzeggen en ook voorzéggen.



Vers 2

Spreken in talen.

Dat is spreken tot God. Het kan ook in het gebed gebeuren. Ons natuurlijke verstand begrijpt het niet.

God begrijpt het. Zelf begrijpt de mens het meestal niet, maar hij spreekt wel geheimenissen. De Heilige Geest bidt door ons heen.

Als het niet wordt uitgelegd, is het niet tot opbouw van de gemeente.

Imitatie.

Orakeltaal is imitatie van tongen. Echter Gods Geest maakt nooit verdwaasd en brengt niet in trance.



Vers 3

Profeteren.

Zie aantekeningen bij 1 Corinthiërs 14:21.


Profeteren door de Geest leidt tot:

Zo kunnen we elkaar ook "leren en terechtwijzen" door psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.

In 1 Kronieken 25:1 profeteren ook de orkestleden met hun instrumenten. Profeteren, dat is hier vooral God grootmaken, wordt daar ook verbonden aan musiceren.



Vers 4

Wie bouw je op?

De liefde is gericht op de ander. Daarom is profetie belangrijker dan tongentaal. Profetie bouwt de ander op.



Vers 5

Tongentaal.

Hier wenst Paulus iedereen het spreken in tongen toe, maar zo is het niet in de praktijk van het gemeentelijke leven.

Paulus vindt het wel normaal als iedereen in tongen zou spreken. (vs 23)

Hij wil b.v. ook dat ieder zal profeteren.

Uitleg.

De uitleg van tongentaal is een aparte geestesgave. Die is nodig opdat de gemeente door de tongentaal wordt opgebouwd.


Vooral profeteren.

De gemeente wordt eerder opgebouwd door begrijpelijke uitingen dan door onbegrijpelijke, zoals vreemde talen.



Vers 12

Naar geestelijke gaven streven.

Dat kan dus.



Vers 14

Verstand zonder vrucht.

Als iemand in tongen bidt, maar hij weet niet wat hij bidt, dan is het gebed niet vruchtbaar, niet nuttig. Uitleg is nodig.

Eigenlijk zijn alle genadegaven gegeven om de ander te dienen en op te bouwen.

Wie in tongen bidt, spreekt tot God.

Die persoon bouwt zichzelf op.



Vers 15

Gebed en zang.

De werking van de Heilige Geest wordt gekenmerkt door samenwerking in de gemeente.

Samen bidden, samen zingen.

We zingen met onze vernieuwde geest en met ons verstand.

De Heilige Geest is de krachtbron van alle gaven in de gemeente.

Bidden doen we in geest en in waarheid.

Zo moet het ook zijn bij onze zang.

In ons lied moeten geest en verstand (hart) een hoofdrol spelen.

Doe alles tot eer van God.

Onze geest richt zich bewust op God, eensgezind met anderen.

Gezamenlijke aanbidding bestaat uit één lied dat eensgezind door veel gelovigen wordt gezongen.

Ze uiten hun geest en hun hart.

De geest zoekt verbinding met God en ons verstand zoekt verbinding met de mede-gelovigen.

God wil niet het hoogste muzikale niveau, maar zang in "geest en waarheid ".


Begrip en melodie.

Begrijpen van de tekst, ook in het lied, is belangrijk. Paulus benadrukt dat bv. bij tongentaal. Er moet een uitlegger zijn.

Moeilijke of onbekende melodieën schaden de eenheid in de zang.



Vers 20

Wordt geen kinderen..

We moeten goed nadenken waarom we iets wel of niet doen. Zo doen volwassenen. We moeten geestelijk volwassen worden. Er is geestelijke groei nodig. Zo moet het in de gemeente. Alles moet tot opbouw zijn?



Vers 21


Tongentaal voor ongelovigen.

Paulus verwijst naar Deuteronomium 28:49 of Jesaja 28:11. Het gaat daar over de straf die over het ongelovige Israël zal komen. Toen de Babyloniërs kwamen

en de goddeloze, ongelovige, Joden hun vreemde taal hoorden, hadden ze kunnen weten dat dit een oordeel was.

Vreemde talen zijn dus gericht op Ongelovigen. Ook in Handelingen 2 is de tongentaal om ongelovigen te bereiken.

Profetie richt zich juist op gelovigen.



Vers 22

Uitleg: zie vers 21



Vers 23

Allen spreken door elkaar

Een ongelovige kan er geen touw aan vast knopen.


Eén spreekt er.

Bij profetie spreekt er altijd 1 tegelijk. Hij spreekt woorden van God. Ongelovige gasten kunnen dit wel verstaan en komen er misschien ook van onder de indruk.



Vers 24

Allen profeteren.

Paulus maakt duidelijk, dat deze geestesgave van de profetie voor elke gelovige mogelijk is.

In 1 Corinthiërs 12 komt profetie ook als geestesgave voor.



Vers 26

Iedereen brengt iets mee.

Adelphoi=broeders én zusters.

Als men naar de samenkomst vd gemeente komt, brengt iedereen iets mee.

Iedereen mag participeren.

Dat moet voortkomen uit je omgang met de Heere. God wil graag horen wat je van Hem hebt geleerd. Het moet niet zo zijn dat we nog even snel een lied opzoeken. We komen zeker NIET naar de samenkomst om te consumeren.




Vers 27

Paulus bestrijdt de wanorde.

Als vele mensen, door elkaar, in tongen gaan spreken, dan is dat in strijd met wat de Schrift hier zegt.

Bovendien moet het in de gemeente steeds worden uitgelegd.



Vers 29

Orde bij de profetie.

Ook bij profetie 3 sprekers en dan ná elkaar. Daarna beoordelen of het bijbels is.

1 Thessalonicenzen 5:20.

De "profeet" moet er ook voor openstaan dat God ook een ander gebruikt om iets door te geven. De 1e spreker hoeft dus " de tijd niet vol te praten".



Vers 30

Iets geopenbaard wordt.

Dat is een accute openbaring van de Heilige Geest aan een persoon die in de samenkomst zit. Die openbaring krijgt voorrang.



Vers 31

Allen kunnen profeteren

Het is net als bij evangelisten. Niet iedereen wordt tot evangelist geroepen. Ef 4:11

Maar... ieder wordt wel opgeroepen om het werk van een evangelist te doen. 2 Timotheus 4:5

Niet ieder heeft de gave van profetie, maar toch kunnen allen profeteren.

1 Corinthiërs 14:3



Vers 32

Zelfbeheersing is nodig.

Niet elke gedachte die in ons opkomt, moeten we uiten in de samenkomst. We moeten ons goed bewust zijn wat we gaan zeggen. De geest vd profeet is onderworpen aan de profeet.

Alles moet in liefde gebeuren en moet opbouwend zijn.

In trance raken hoort dus niet bij een profeet van God. Diens geest blijft hem onderworpen.



Vers 33

1 Corinthiërs 14:40.

Deze tekst werd wel gebruikt bij de ingebruikneming van kerkorgels.



Vers 34

Zwijgende vrouwen.

Vrouwen mogen bidden en profeteren. In 1 Corinthiërs 11:5 gaat het ook over ieder, man en vrouw.

Deze tekst (vs 34) staat in de context van het beoordelen van de profetie.

Het is de vrouw niet toegestaan om de profetie van een man te beoordelen. Dat doen andere mannen, vooral de oudsten.

De vrouwen moeten hun beoordelende en kritische vragen niet in het openbaar in de gemeente stellen. Dat doen ze thuis.

In de samenkomst mogen ze ook niet steeds praten om het hun man te vragen. Dat moeten ze thuis maar doen.

Onderdanig.

Toen Eva zondigde, plaatste God haar onder heerschappij van Adam. Die verhouding geldt nog steeds.

Maar de man moet zijn vrouw met veel respect behandelen.



Vers 36

Van ú uitgegaan.

Het woord van God komt van God. Niet een mens bepaalt hoe het in de samenkomst moet gaan.

Wij moeten ons onvoorwaardelijk aan God overgeven.



Vers 39

Streef ernaar.

Iedere gelovige moet zijn best doen om met alle geestesgaven de medegelovigen te dienen.



<