Hoofdstuk 19


Vers 1

Enige discipelen.

Als Lukas het over discipelen heeft, dan heeft hij altijd over volgelingen van Jezus. Dat zal ook hier zo zijn.

Bovendien zegt vs 2 dat ze geloven, maar dat zei Simon de tovenaar ook.

Maar... misschien zijn het 12 discipelen van Johannes de Doper.

Johannes de Doper wist zelf wel van de Heilige Geest. Denk maar aan de doop van Jezus. Johannes de Doper wist echter niets van de uitstorting van de Heilige Geest.


Efeze.

Paulus werkte hier 2 jaren.



Vers 2

Hebben jullie de Geest?

Voor Paulus was het ondenkbaar dat een gedoopte persoon de Heilige Geest niet zou ontvangen. Vandaar zijn vraag naar hun doop.

Een belangrijke vraag, want wie de Geest van Christus NIET heeft, komt Hem niet toe.



Vers 3

De doop van Johannes.

Dat deze discipelen alléén wisten van de doop van Johannes was mogelijk het gevolg van de prediking van Apollos.

Hoewel Apollos uitgebreider onderwijs had gekregen van Aquila en Priscilla.



Vers 4

Doop van Johannes.

Bij die doop hadden ze de Heilige Geest NIET ontvangen, want Jezus was nog niet verheerlijkt.



Vers 5

Verschil.

De doop van Johannes en de christelijke doop verschillen

Doop van Johannes.

Christelijke doop.

Mattheus 3:15.

Jezus gaf door eigen doop een voorbeeld.

Kolossenzen 3:9-10.



Vers 6

Doop in de Geest.

De doop in de Heilige Geest is vanuit de hemel.

Bij de doop in de Geest ontvangen ze ook een geestesgave, hier tongentaal en profetie.


Handoplegging.

Het lijkt erop dat handoplegging onverbreekbaar is verbonden met de doop.

Ook anderen dan de apostelen konden de handen opleggen.

Talen en profetie.

1 Corinthiërs 14:22

We lezen dat vaker dat er geestesgaven zijn zodra men bij de doop de Heilige Geest ontvangt.

Bij kinderdoop gebeurt dat zeker niet. Hebben we daarom zo weinig geestesgaven in de gemeente?



Vers 8

Koninkrijk van God.

Daarover sprak Paulus 3 maanden. Dat is dus een belangrijk thema.



Vers 9

Sommige tegenstanders worden er veel.

Hij zonderde de discipelen af.

Licht heeft géén gemeenschap met de duisternis.



Vers 11

Buitengewone krachten.

Dus:

Wonderen gebeurden dágelijks in de vroege kerk, maar de wonderen hier in Efeze waren een aparte vermelding waard! Het waren bijzondere krachten van de Heilige Geest.

Ze ondersteunden de prediking.

Hoe is dat in onze kerken?

We zullen het nieuwtestamentisch christendom niet ervaren zonder het bovennatuurlijke aspect.



Vers 12

Doeken.

Doeken die Paulus als een schort om zijn middel droeg bij het maken van tenten.

De kracht van de Heilige Geest werd zelfs overgedragen op voorwerpen, zoals stroom in een batterij.

Zelfs demonen werden er door uitgedreven.


Ziekten en demonen.

"Gewone" ziekten kunnen ook door demonen worden veroorzaakt. De mensen worden genezen, de demon moet wijken.



Vers 13

Naam van Jezus.

Deze Joden gebruiken de naam van Jezus als bezweringsformule.

De formule is niet het belangrijkste, maar wel of de gebruiker vol is van de Heilige Geest.



Vers 15

Wie bent u?

Een demon gaat alléén weg als we ons onder de autoriteit van Jezus stellen. Hij ontwapende de demonen.



Vers 18

Velen geloofden.

Als evangelisatie in het westen, zelden dit soort resultaten oplevert, moeten we ons afvragen wie er is veranderd:

Bijbelse volgorde.

  1. Geloven (en wedergeboorte)
  2. Bekering en zonden belijden.



Vers 19

Boeken.

Ze braken zo met het oude leven. Ze leggen de "oude mens" af. Ze doen de "nieuwe mens" aan.

De bekering wordt duidelijk zichtbaar.



Vers 20



Vers 21

Macedonië en Achaje.

1 Corinthiërs 16:1.

2 Corinthiërs 8:1.



Vers 22

Erastus.

Hij was een rentmeester.

Timotheüs en Erastus moeten de Egeïsche Zee oversteken om in Macedonië te komen.


Paulus blijft in Asia.

Hij blijft dus nog even in Efeze, de hoofdstad van Asia.



Vers 23

Een grote opschudding.

De opstand van de zilversmeden o.l.v. Demetrius.

Paulus vreesde voor zijn leven.



Vers 24

Tempeltjes.

Volgens inscripties waren ze 3 tot 7 pond.


Artemis / Diana.

Wereldwonder.

Deze tempel was één van de zeven wereldwonderen.

Herostratus verbrandde de vorige tempel in de nacht dat Alexander de Grote geboren werd. Hij deed dat om beroemd te worden. Grootser werd de tempel herbouwd.



Vers 27

Artemis.

De Romeinen noemen haar Diana.

De Grieken noemen haar Artemis.

Artemis is de tweelingzus van Apollo, de zonnegod.

Ze zijn kinderen van ZEUS (Jupiter) en Leto. Ze vertegenwoordigt een sterke demonische macht in Asia.



Vers 29

Theater.

Gebouwd tegen een berghelling.

Plaats voor 25.000 mensen.

Dächsel noemt zelfs 50.000.


Gajus uit Derbe.

Aristarchus uit Thessalonika.



Vers 31

Oversten van Asia.

Asiarchen: opperpriesters van de keizerstempel, organisatoren van feesten ter ere van de keizer.



Vers 33

Alexander.

Alexander was een Jood.

Hij moet spreken ter verdediging van de Joden.



<