Hoofdstuk 18


Vers 1

Afstand.

De afstand tussen Athene en Korinthe is 80 Km.


Korinthe.

Zeer lichtzinnige handelsstad. Meer dan 1000 tempelprostituees op de Acrocorinthe.

Korinthe was de hoofdstad van de provincie Achaje.


Een Romeinse kolonie.

De oorspronkelijke Griekse stad Korinthe werd in 146 v.Chr. verwoest door de Romeinen. In 44 v.Chr. herbouwde Julius Caesar de stad als een Romeinse kolonie.



Vers 2

Pontus.

In Klein Azië, aan de Zwarte Zee.


Aquila en Priscilla.

Dit echtpaar was als gelovig stel naar Korinthe gekomen, want Paulus noemt Stephanus de eersteling van Achaje.

Uit Rome.

O.l.v. Christo was er een Joods oproer geweest in Rome.

Daarna werden de Joden uit Rome verbannen.



Vers 4

Grieken.

Dat zijn Jodengenoten, proselieten.



Vers 5

Silas en Timotheüs.

Die waren in Berea achtergeblevenen.

Jezus de Christus.

Christus is het Griekse woord voor Messias.

Jezus is dus hun Messias.



Vers 6

Stof afschudden.



Vers 7

Justus, die God diende.

Een proseliet, iemand die het Joodse geloof had aangenomen.



Vers 8

Crispus.

Velen geloofden.

God zei:"Ik heb veel volk in deze stad".



Vers 12

Gallio.

Broer van Seneca, de adviseur van keizer Nero.

Hij was afkomstig uit Spanje.

Gallio werd in ca. 51-52 na Christus door keizer Claudius benoemd tot proconsul van Achaje.



Vers 17

Sosthenes.

Hij was de opvolger van Crispus ( vers 8). Crispus was christen geworden.

Sosthenes wilde in vijandschap toch zijn zin doordrijven.

De Grieken sloegen hem toen hij daar bij Gallio was.



Vers 18

Kenchreeën.

Dat is de haven van Korinthe.



Vers 24

In Efeze.

Daar woonden meer Joden die alleen van de leer van Johannes wisten.



Vers 26

Nauwkeuriger.

Apollos kreeg meer onderwijs over Jezus.



Vers 27

Paulus plantte en Apollos maakte nat.

God gaf veel groei.



Vers 28

Apollos was schriftgeleerde.



<