Enigen uit Judea.
Dat zijn Joodse christenen die in Antiochië voor onrust zorgen. Het waren bekeerde farizeeërs.
Zij menen dat besnijdenis ook nodig is voor de broeders uit de heidenen.
Paulus en Barnabas zijn het daarmee niet eens.
Ook in de Galatenbrief schrijft Paulus over deze kwestie.
Broeders.
Dat zijn christenen uit de heidenen.
Gemeente.
Dat is de gemeente in Antiochië in Syrië.
Lang geleden.
Ongeveer 8 jaar geleden.
Heidenen.
Cornelius en zijn familie.
Geen onderscheid.
Ze ontvingen de Heilige Geest zonder dat ze besneden waren.
Een juk.
Als er liefde tot God is, zijn Zijn geboden niet zwaar.
Door genade.
Alleen door genade worden we zalig. NIET door het houden van de wet. Dus is ook besnijdenis NIET nodig om zalig te worden, zoals in vers 1 werd beweerd.
Gelovigen uit de heidenen worden dus NIET opgenomen in Israël.
Simeon.
Als Jezus door zijn ouders in de tempel wordt gebracht spreekt Simeon over deze dingen.
Dus het principe dat er heil voor de heidenen is, staat zeker in de Schrift.
God neemt uit de heidenen Zich ook een volk aan.
Dus gelovige heidenen zijn ook Gods volk.
De profeten zeggen dat ook.
Hierna zal Ik terugkeren.
Dus nadat God voor Zijn Naam een volk uit de heidenen heeft aangenomen. (vers 14)
Als dat volk voltallig is, zal "de volheid van de heidenen" ingaan.
Dat "ingaan" is een verandering van plaats, dus de opname van de gelovigen.
Daarna neemt God de draad met Israël weer op. De troon en het koninkrijk van David wordt hersteld.
Het vrederijk wordt dan werkelijkheid.
Dit alles heeft een doel. Dat staat in vers 17.
God vergeet Israël niet.
Het heil bereikt nu ook de heidenen, maar dat betekent niet dat God Israël loslaat.
Jacobus vertelt over heel veel Joden die tot geloof kwamen.
In de toekomst, als het vrederijk gaat aanbreken, zal heel Israël zalig worden.
Dan wordt de vervallen hut van David hersteld als Jezus gaat regeren in Jeruzalem.
Overgebleven mensen.
In de grote verdrukking komen erg veel mensen om. De antichrist zal de Joden vervolgen.
Deze overgebleven mensen gaan de Heere zoeken. Ook heidenen gaan vragen naar Jezus. Jesaja 11:10.
Van eeuwigheid bekend.
Alles wat God in de tijd doet, dat heeft Hij van eeuwigheid besloten te doen.
Eeuwigheid kent geen eerder of later. De eeuwigheid is géén tijdsperiode.
Gods plan, Gods raad, heeft de tijd nodig om het plan uit te voeren.
Gods plan is niet definitief, maar het is Zijn voornemen. De beslissing is dus niet in de eeuwigheid gevallen. Het leven is niet het afdraaien van een film die God in de eeuwigheid maakte.
Ons gelóóf is beslissend voor onze zaligheid.
Niet lastig maken.
Gelovige heidenen mogen zonder besnijdenis, zonder de wetten van Mozes, horen bij de gemeente van Christus.
Schrijf aan de christenen uit de heidenen.
Hét gaat hier om een eerste aanzet voor de heiden-christenen.
De apostelen kijken naar Genesis.
Het gaat over afgoderij, moord, bloed vergieten, haat, eten van bloed.
Onthoud je van afgoderij.
Heidenen waren opgegroeid met afgoden. Ze waren lid van de gilden, waar regelmatig afgodische feesten werden gehouden. Daar moet de gelovige uit de heidenen mee breken.
Van bloed.
Dat ziet op bloedvergieten, moord.
Ook bloed eten was Jood en vreemdeling verboden.
Van het verstikte.
Hier gaat het over het eten van bloed. Heidenen lieten het dier stikken. Het bloed bleef erin. Dat kan heel slecht zijn voor de gezondheid.
Van ontucht.
Er valt heel veel onder.
Het slaat op alle verboden relaties, overspel, incest enz.
Deze zonde vernielt relaties en bedreigt ernstig de gezondheid.
Het gaat hier om primaire geboden.
Opmerkelijk.
In Exodus 12:19 en Exodus 20:10 blijkt dat het sabbatsgebod ook voor de vreemdeling gold die temidden van Israël woonde.
Dat sabbatsgebod wordt niet opgelegd aan de heidenen.
De eerste christenen waren Joden. Zij bleven de sabbat vieren. De bekeerde heidenen die zich bij zo'n gemeente voegden, vierden ook de sabbat mee. Dus mogelijk was het sabbatsgebod niet echt een probleem.
Voor de Joden veranderde er niets.
Echter...later gingen de heiden-christenen zich superieur gedragen. Ze eisten dat de Joodse gebruiken buiten de kerk bleven.
De uitdrukking: de doop kwam i.p.v. De besnijdenis, is daar een voorbeeld van.
De wet van Mozes wordt elke sabbat gelezen.
In vers 20 worden 4 hoofdregels genoemd. De rest lezen de gelovigen wel in de boeken van Mozes.
In de Thora staan ook veel regels voor heidenen. Daar kunnen ze vanzelf achterkomen. Er is echter geen dwingend bevel om de wetten te houden.
Leidinggevende mannen.
Volgens Handelingen 15:32 waren ze profeten.
Silas.
Die heet ook Silvanus.
Vaarwel.
Een Griekse groet.
Daar blijven.
In Antiochië.
In elke stad.
Johannes Markus.
Deze man ging eerder mee op de zendingsreis. Hij was een neef van Barnabas.
Johannes Markus keert terug.
Verbittering.
Dat is geen haat. Ze wilden elkaar niet toegeven.
Later, in 1 Corinthiërs 9:6 spreekt Paulus met achting over Barnabas.
Zij waren vrienden vanaf het eerste begin.