Hoofdstuk 12


Vers 1

Omstreeks die tijd.

Er is of komt hongersnood.

De christenen krijgen de schuld. Jacobus wordt gearresteerd.


Herodes.

Koning Herodes Agrippa I, koning van heel Israël van 41 tot 44. Hij was aangesteld door keizer Caligula.

Hij was een kleinzoon van Herodes de Grote.

Via zijn oma Mariamne was hij verwant aan de Hasmoneeën.


Zijn kinderen waren:



Vers 4

De wachters.

Er waren 16 wachters, 4 groepen van 4 wachters. Ze wisselden elkaar af.


Na het Pascha.

In vers 3 staat dat het de tijd van de ongezuurde broden was. Hier wordt dit feest Pascha genoemd, paasfeest.

Dat feest duurt, na Pesach, nog 7 dagen.



Vers 8

Sandalen.

Sandalen horen bij een vrij man. Slaven liepen op blote voeten.


Petrus' verhaal herhaalt zich bij broeder Yun.

Begin 1997 probeerde Yun, leider in de Chinese huisgemeenten, te ontsnappen aan arrestatie.

Hij brak, door een sprong uit het raam, beide benen. De bewakers van de meest beveiligde gevangenis, verbrijzelden zijn gebroken benen. Ze waren helemaal zwart. Medechristenen moesten hem overal heendragen. Hij kon niets. God geeft hem, na enkele weken, opdracht om de gevangenis te verlaten. Op de verdiepingen 3,2 en 1 waren ijzeren deuren, altijd op slot en aan beide kanten een bewaker. Yun wandelt zijn cel uit, de ijzeren deuren staan of gaan open. Geen bewaker ziet hem, hoewel hij ze tegenkomt. Hij steekt de binnenplaats over waar zeker 30 bewakers waren. Op straat stopt er een taxi die hem naar een christelijk gezin brengt. Dat gezin heeft, in opdracht van God, al voor een schuilplaats gezorgd. Na een hevige regenbui zijn al zijn sporen uitgewist. Hij is onvindbaar, zelfs voor speurhonden.



Vers 10

4 wachters.

2 bij Petrus .

1e wacht.

2e wacht.



Vers 11

Het Joodse volk verwachtte de 2e terechtstelling.



Vers 12

Johannes Markus.

Men denkt dat deze Markus de latere evangelist is, maar dat kan ook Markus de zoon van Petrus zijn.



Vers 15

Gebeden, maar geen geloof.

De gemeente bad, maar verwachtte geen verhoring. Of...bad de gemeente niet om bevrijding, maar om moed.

Maar... God doet boven bidden en denken.


Zijn engel.

Zijn beschermengel.



Vers 17

Jacobus.

Dit is waarschijnlijk de andere discipel, die ook Jacobus heette.

Jacobus, de zoon van Alfeüs, de broer van de discipel Judas.

Er zijn er ook die menen dat dit de broer van Jezus is.

Die was later ook een leider van de gemeente in Jeruzalem.



Vers 20

Vijandschap.

Waarschijnlijk sloot Herodes het handelsverkeer af.



Vers 21

Toespraak.

Tot de afgezanten van Tyrus en Sidon.



Vers 22

Goddelijke eer.

Josefus vertelt dat men riep:

Volgens Flavius Josefus gebeurde dit op de tweede dag van de feestspelen ter ere van de keizer.

Op de vijfde dag stierf Herodes.



<