Hoofdstuk 11


Vers 1

De heidenen.

Dat waren Cornelius met zijn gezin.



Vers 3

Niet bij een heiden naar binnen.

Verzet tegen Petrus.

Het bezwaar van de Joodse broeders was aanvankelijk ook het bezwaar van Petrus zelf.



Vers 12

De Geest zei...

Petrus is niet uit zichzelf meegegaan naar Cornelius. Hij kreeg opdracht van de Heilige Geest.



Vers 13

Een engel gezien.

Ook Cornelius had een opdracht van God gekregen.



Vers 15

Viel de Heilige Geest op hen.

Hier valt de Heilige Geest op de mensen, maar de mensen vallen niet in de Geest en zeker vallen ze niet achterover.

Tegenwoordig vallen er veel mensen in de Geest, en dan vaak achterover, maar in de bijbel lezen we hooguit dat mensen in aanbidding voorover vallen.


Zoals bij ons in het begin.

Op de Pinksterdag kwam de Geest in de gelovigen en gingen ze in vreemde talen God groot maken. Zo ging het ook bij Cornelius.



Vers 16

Gedoopt met de Geest.

Dat gebeurt bij de wedergeboorte. De geestesdoop is eenmalig.

Maar... steeds opnieuw moeten we vervuld worden met de Geest. Dat kan dus vaak opnieuw gebeuren.

Onder het OT.

Bij Jeftha.

Bij Simson.

Bij koning Saul.

Bij David.



Vers 19

Alleen tot de Joden.

Dit gedeelte speelt nog vóór de bekering van Cornelius.



Vers 20

Uit Cyrene.

Volgens Handelingen 13:1 was Lucius afkomstig uit Cyrene. Hij was in Antiochië een profeet of leraar.

Op de Pinksterdag waren er Joden uit Cyrene aanwezig. Die reisden nu weer terug.

Uit Cyprus.

Volgens Handelingen 4:36 was Barnabas afkomstig uit Cyprus.

Hij komt pas in vers 22.



Vers 21

Volgorde.

  1. Geloven. Wie gelooft in Jezus heeft eeuwig leven. Johannes 3:16.
  2. Bekering. Na geloof en wedergeboorte gaan wij de zonde verlaten en we keren ons tot God en gaan Hem volgen.



Vers 22

Barnabas naar Antiochië.

Barnabas reisde 400 km van Jeruzalem naar Antiochië.



Vers 23

Wat ziet hij het eerste?

De genade van God. Heel bijzonder als dat zichtbaar is.


Aansporen.

Aanmoedigen, vertroosten, vermaning.

Blijven bij de Heere is nodig. We dwalen zo makkelijk af.

Op veel plaatsen in de bijbel worden we opgeroepen om te volharden.


Hartelijk voornemen.

Dat is een wilsbesluit.

De wil zit in ons hart.

Een hartelijk wilsbesluit is krachtig. Geef gevoelens geen voorrang.

Denk aan Daniël. Hij nam zich voor om niet te eten wat onrein was. Dat was een wilsbesluit.



Vers 24

Barnabas was een goede man.

Vol van de Geest.

Barnabas was een echte pinksterchristen.


Bij de vervulling met de Heilige Geest hoort:

  1. Aanbidding Ef 5:18-20
  2. Profetie Lukas 1:67.
  3. Getuigenis Handelingen 4:8-10.
  4. Tongentaal Handelingen 2:4.
  5. Wonderen Handelingen 6:5-8.
  6. Onderwerping aan Gods leiding. Handelingen 16:6-8.



Vers 25

Tarsus.

Of Tarsen.

Dat was de geboorteplaats van Paulus.

Barnabas had zich over Paulus ontfermd, nadat deze zich bij de gemeente in Jeruzalem wilde voegen.



Vers 26

Het woord: christen.

Het woord christen komt 3x voor:

In de eerste twee teksten gebruiken heidenen die naam als scheldwoord.

Petrus sprak zelf Hebreeuws, dus hij zei letterlijk: "maar als u lijdt, omdat u Messiaans bent.

Jezus was ook géén christen, Hij was Jood.

Jezus, noch de apostelen, gebruiken het woord christenen. Zij spreken over:

Gelovigen, discipelen, heiligen, broeders, geliefden, rechtvaardigen.


Christenen.

Op de drie genoemde plaatsen wordt iemand christen genoemd om wat ervan te zien is in de levenspraktijk.

In de manier van doen, in het spreken, in het denken enz. zie je dat een christen een volgeling, een discipel van Jezus is.

Wat hoort bij een echte christen?

  1. Discipel zijn . 1 Thessalonicenzen 1:7
  2. Geloven = gehoorzamen. Johannes 3:36. Johannes 14:21.
  3. Overgave aan Jezus. 1 Petrus 3:15.
  4. Voor Jezus leven. 2 Corinthiërs 5:15.
  5. Zonden nalaten. Spreuken 28:13. 1 Johannes 2:4. 1 Johannes 2:6 1 Johannes 2:9.
  6. Vrucht dragen. Johannes 15:2. Jacobus 2:14.
  7. Vol zijn van de Heilige Geest. Handelingen 11:24.
  8. Uitzien naar de komst van De Bruidegom. Openbaring 22:17.

Hitler en christenen.

Hitler zei:" Je bent of christen of Duitser. Beide kan niet".



Vers 27

Enkele profeten.

Hier wordt Agabus genoemd. Andere profeten in Antiochië staan in



Vers 28

Hongersnood.

Niet in alle delen van het Romeinse Rijk was de honger tegelijk.

In Kanaän was het in 45.


Agabus.

Agabus profeteert opnieuw in het leven van Paulus.



Vers 29

Iets te sturen.

Deze gift was om de nood van de aangekondigde hongersnood te lenigen.



<