Hoofdstuk 20


Vers 1

Op de eerste dag van de week.

letterlijk: sabbatten.

Hier staat dus:

"Op de eerste van de (7) sabbatten", dus op de "dag van de aanbieding van de eerstelingschoof, de omer."

Vanaf deze dag ging men 7 sabbatten tellen tot Pinksteren.

Maria Magdalena ging dus op de eerste sabbat van die 7 sabbatten naar het graf.


Zag.

Er staan hier 3 grondwoorden voor "zag".

  1. Maria keek. vs 1.
  2. Petrus keek aandachtig. vs 6.
  3. Johannes nam waar, doorzag. vs 8.



Vers 5

De doeken.

De linnen doeken waren doordrenkt met de honderd pond mirre en aloë van Nicodemus.

De lijkwade ligt nog in het graf, maar het lijk is eruit.

De lijkwade ligt er alsof er stijfsel in zit.

Het is net een "cocon" waaruit de vlinder is verdwenen.



Vers 7

Zweetdoek.

De doeken die om het hoofd van Jezus hadden gezeten, lagen nog in dezelfde vorm zoals ze om het hoofd waren gerold.

Ze waren dus niet ergens opgevouwen neergelegd.

Grafroof was uitgesloten.



Vers 8

Geloofde.

Grondtekst geeft aan dat het "beginnend geloof" is.


Zag.

In vers 1 en vers 6 staat ook "zag".

Hier, in vers 8, staat een ander woord. Niet gewoon zien, maar waarnemen. Het dringt door! Geloofsinzicht.



Vers 9

De Schrift over de opstanding.

Jezus had het Zelf gezegd.

Hadden ze maar geloof zoals Abraham!

Abraham ging Izak, de zoon van de belofte, offeren. Abraham begreep het niet, maar hield vast aan de belofte van God, en geloofde daarom dat Izak uit de dood zou opstaan.

In het OT staan veel beloften voor Jezus, bv. Zijn koningschap en vijanden die Hem onderworpen zullen worden.

God zal Hem uit de dood laten opstaan, want Zijn beloften zullen vervuld worden.

Dat hadden de discipelen ook kunnen geloven, net als Abraham.



Vers 12

Engelen.

De vrouwen zagen de engelen wel, Johannes en Petrus niet, terwijl die toch ook het graf binnengingen.



Vers 13

Omdat ze...

Wie zijn "ze"?

  1. Jozef van Arimathea + Nicodemus, die in haast hadden begraven.
  2. De Joodse leiders.
  3. De Romeinen.



Vers 16

Rabboeni.

Een hogere titel dan rabbi.



Vers 17

Mijn Vader en uw Vader.

Door de verzoening door Jezus is Zijn Vader ook onze Vader. Die verzoening moet in het hemelse heiligdom gebeuren. Jezus brengt daar Zijn eigen bloed.

"Ik vaar op" heeft hiermee te maken. Jezus gaat in de hemel verzoening doen. Daarna is Zijn Vader ook onze Vader.

Die boodschap moet Maria gaan doorgeven aan de discipelen.

Jezus is opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Als Jezus verzoening heeft gedaan, kan God ons rechtvaardig verklaren.

Gelovigen worden opgenomen in de familie van God. We worden familieleden van Jezus, Zijn vrouw.

De Vader van Jezus is onze "Schoonvader".

Jezus schaamt zich niet om ons "broeders " te noemen.


Ik vaar op.

Op de dag ná deze weeksabbat werd in de tempel de eersteling, de eerste gerstschoof, aan God aangeboden.

Dit gebeurde op het 3e feest in de rij van Gods feesten in

Alle voorjaarsfeesten zijn op de minuut af door Jezus vervuld.

Ook dit 3e feest wordt door Hem precies op tijd vervuld.

Deze gerstschoof heet: eersteling. Zo heet Jezus ook.

Op het moment dat de gerstschoof als beweegoffer wordt aangeboden, wordt ook Jezus als De Eersteling aangeboden bij God. De schaduw wordt werkelijkheid.

Daarom "vaart Jezus op".

Daarom mocht Maria Magdalena Hem nog niet aanraken. Dat mochten anderen later wel. Bv Thomas.

Jezus heeft het hier dus NIET over de hemelvaart op hemelvaartsdag.


Jezus bevrijdde alle oudtestamentische gelovigen uit het dodenrijk, de "gevangenis" en bracht ze naar het paradijs in de hemel.

Nog zijn ze niet volmaakt. Ze missen nog hun nieuwe lichaam.

Ze moeten wachten op het moment dat ook wij ons nieuwe lichaam krijgen.



Vers 18

Vervulling van Gods 3e feest.

Op de dag van de verschijning van Jezus aan Maria zal ook in de tempel de eerstelingschoof van de gerst aan God worden aangeboden.

Jezus zal als de Eersteling dit derde feest van God vervullen.

Maria Magdalena moet gaan vertellen dat Jezus voorgesteld zal worden aan Zijn Vader als de Eersteling.

Dit droeg Jezus haar op in het vorige vers.

Daarvoor vaart Hij op naar Zijn Vader.

Ze gaat dus géén boodschap brengen over het gebeuren op hemelvaartsdag.

Zolang Jezus zich niet bij de Vader had voorgesteld, mocht niemand Hem aanraken. Daarna mocht het wel.



Vers 19

Gesloten deuren.

Mogelijk zijn er meer dan de drie dimensies die wij kennen.

Mogelijk kwam Jezus binnen via een hogere dimensie, die wij niet kennen.

Voorbeeld.

Platlanders leven in twee dimensies. Ze zijn omgeven door vier lijnen. Ze menen dat er niemand bij hen kan komen, tenzij hij door een van de lijnen breekt.

Wij mensen kunnen wel bij de platlanders komen via de derde dimensie. Wij hoeven niet een lijn kapot te maken, maar wij komen van bovenaf binnen.



Vers 20

Eerst zien, dan geloven.

De discipelen geloofden de berichten van de vrouwen niet.

Nú zien ze Jezus. Ze zien Zijn wonden. Nu geloven ze.

Dat wilde Thomas ook. Hij was dus niet meer ongelovig dan de andere discipelen.



Vers 21

Zo zend Ik u.

Als we gezonden worden, worden we medearbeiders van Jezus.



Vers 22

Ontvang de Heilige Geest.

Op paaszondag:

Op Pinksteren:

De Heilige Geest als kracht.

Hier staat geen lidwoord voor Heilige Geest. Als er géén lidwoord staat, dan wordt de Heilige Geest als krácht bedoeld.

Geest = pneuma.

Pneuma betekent ook adem.

Jezus blaast Zijn adem naar de discipelen.

Hij zegt: "Ontvang de Heilige Adem, de Heilige Geest ".

Dit was al een eerste fase van Pinksteren.


Hij blies op hen.

"Op hen" staat niet in de grondtekst.

  1. De Heilige Geest komt bij Jezus vandaan.
  2. Door "adem" kunnen we spreken. De discipelen en wij moeten het evangelie vertellen. Daar is de Geest voor nodig.
  3. Ontvang de Heilige Adem, de Heilige Geest, de Adem van God.

Belangrijk moment.

  1. De discipelen belijden dat Jezus hun Heere is.
  2. De discipelen geloven dat God Jezus heeft opgewekt.

Dan zijn ze zalig!



Vers 23



Vers 25

Eerst zien, dan geloven.

Thomas doet hetzelfde als de andere discipelen deden.

Ook zij geloofden pas, nadat ze Jezus hadden gezien.



Vers 26

Na acht dagen.

De eerste verschijning was op zondagavond volgens

Zondag is niet de dag waarop Jezus opstond, maar de dag waarop Hij verscheen.

De tweede verschijning is 8 dagen later, dus op maandagavond, dus ná het feest van de ongezuurde broden.



Vers 27

1 Johannes 1:1

Zacharia 13:6



Vers 31

Wat is geloof?

Geloof is:

Opdat u gelooft.

Er zijn manuscripten die hebben: opdat u gaat geloven.

Er zijn andere manuscripten die hebben: opdat u blijft geloven.

In het Grieks is dat 1 letter verschil.

Jezus Zelf had ook dit doel!

Lees zo Gods woord.

Geloof Gods beloften.


Géén blind geloof.

We geloven in God, maar niet zonder bewijzen dat God bestaat, dat God liefde is, dat God almachtig is.

Die bewijzen zijn opgeschreven.

Christelijk geloof is ook rationeel.


Het nut van het geschreven woord.



<