Hoofdstuk 9


Vers 2

Predik het koninkrijk van God.

  • Dit is het aardse koninkrijk van Jezus met hemelse trekken.
  • Het koninkrijk hoort bij de Joden.
  • Jezus zal Koning vd Joden zijn. Hij zal regeren in Jeruzalem en op Davids troon zitten. Lukas 1:32-33.Daarom mogen de discipelen ook niet naar de heidenen gaan. Dit rijk is exclusief voor Israël.
  • Johannes de Doper en Jezus predikten dezelfde boodschap. Mattheus 3:1. en Mattheus 4:17. Uitleg was niet nodig. Elke Israëliet wist waar het over ging. Dat stond in de profeten.
  • In Mattheus 11:16-24 blijkt dat men de boodschap van Johannes de Doper niet heeft geloofd.Dan verandert ook Jezus' boodschap in een individuele oproep aan verdrukten. Mattheus 11:28-29. Ze krijgen rust na hun aardse leven. Echter geen aards koninkrijk.
  • Als Jezus Beëlzebul genoemd wordt, dan is Hij als Koning verworpen. In Mattheus 16:18 gaat Jezus spreken over de gemeente. Dan wordt het voorlopig een geestelijk koninkrijk.
  • In Romeinen 16:26-26 zegt Paulus, dat die in vorige eeuwen verborgen was.In gelijkenissen spreekt Jezus over dit geestelijke koninkrijk. De discipelen alleen mochten de " verborgenheden vh koninkrijk" begrijpen.
  • Het vrederijk schuift zo naar de toekomst, maar komt zeker.



Vers 3

Geen geld meenemen.

Ook de schriftgeleerden gaven onbezoldigd onderwijs. Net als Paulus hadden ze ook nog een beroep.



Vers 5

Schud het stof af.



Vers 13

Wonderbare spijziging in OT.

2 Koningen 4:42-44.


5 Broden en 2 vissen.

Tabga.

In Tabga is een mozaïek, waarop 4 broden en 2 vissen zijn afgebeeld.

Het 5e brood is Jezus zelf.



Vers 16

Jezus zegende.

Jezus breekt het brood en zegent het. Althans, volgens de Nederlandse vertaling. „De rabbijnen zeggen dat het verkeerd vertaald is. In hun traditie wordt er nooit een zegen uitgesproken over materie. Een zegen geldt uitsluitend voor personen. In dit gedeelte wordt volgens hen niet het brood, maar God geprezen. Daarmee krijgt het woord een heel andere lading.



Vers 18

Cesarea Filippi.

Deze plaats ligt in het noord-oosten van Israël, onderaan de Hermon.

Het was een zeer goddeloos centrum.

Daar stonden tempels van Pan, Zeus, Hermes, Apollo, Nemesis, e.a.

Keus uit veel goden. Maar... wie is Jezus? Is Hij één van die vele afgoden? Hoe denkt men over Hem?

Hier ontspringt uit een grot een bron vd Jordaan.

De Romeinen dachten dat hier de ingang naar de hel/ Hades/ dodenrijk was.

Hier wijst Jezus straks op.

Wie ben Ik?

Een heel belangrijke vraag. Van het juiste antwoord hangt onze zaligheid af.



Vers 19

Elia.

De mensen hebben in Jezus wel een Messiaanse profeet gezien. Elia is immers een voorloper van de Messias.

Helaas heeft het volk Elia niet herkend in Johannes de Doper.



Vers 20

Christus.

Dat is het Griekse woord voor het Hebreeuwse Messias.

Petrus leefde niet meer in de duisternis. Zijn verstand was verlicht door de Heilige Geest.


Dit was ook ongeveer de geloofsbelijdenis vd moorman.




Vers 22

Veel lijden.

Zojuist had Petrus Jezus de Christus, de Messias, genoemd.

Nú kan hij de boodschap over lijden en sterven niet verdragen. Hij bestraft Jezus.


Op de 3e dag.

In Markus 8:31 staat: na 3 dagen.



Vers 23

Zichzelf verloochenen.




Vers 24

Leven wil behouden.

Als je jezelf NIET wilt wegcijferen, NIET wilt leven zoals Jezus dat vraagt, dus je leven wilt behouden, zoals je het altijd leefde in de zonde, dan verlies je juist je leven.

Je mag tot Jezus komen, hoe je ook bent, maar je mag NIET blijven die je bent. De oude mens moet gekruisigd worden.

Je moet dagelijks vernieuwd worden naar het beeld van Jezus.

Dan word je behouden.


De overlevering over Petrus.

Petrus ontvluchtte Rome over de Via Appia.

Hij ontmoette Jezus en vraagt: Domine, quo vadis? = Heere, waar gaat U heen?

Jezus zegt: "Ik ga naar Rome om me te laten kruisigen, omdat jij daartoe niet bereid bent".



Vers 26

Voor Mij zich schamen.

Als je het bloed van Christus NIET voldoende vindt, dan is er niets meer, waarmee we vrij gekocht kunnen worden bij God.



Vers 27

Sommigen.

  • Petrus.
  • Jacobus.
  • Johannes.

Zij zijn straks getuigen van Jezus' verheerlijking op de berg, een voorproef van het komende koninkrijk. Zij krijgen iets extra's. In 2 Petrus 1:16 verwijst Petrus hiernaar.

Ze krijgen een voorproef van het komende koninkrijk van God. Dat breekt aan als Jezus in heerlijkheid verschijnt op de Olijfberg. Iets van die heerlijkheid vh koninkrijk zien ze hier al. Petrus als oog- en oorgetuige verzekert de gelovigen dat dit koninkrijk zeker op aarde gevestigd zal worden. Het is geen verzinsel.

De 3 discipelen zien ook met Pinksteren het geestelijke koninkrijk komen.



<



Vers 28

Welke berg?

Als Jezus 6 - 8 dagen reisde, kon de berg der verheerlijking makkelijk de Olijfberg zijn.

Naar de Olijfberg was ook de "wolk vd HEERE, de Sjechina, vertrokken volgens Ezechiel 11:23. Deze wolk overschaduwde Jezus en Mozes en Elia.

Met deze wolk voer Jezus ook vanaf de Olijfberg naar de hemel.

De berg Tabor is echt niet aannemelijk, want dat is een berg middenin vlak land. Bovenop de Tabor lag een Romeinse nederzetting.

Tabor wordt pas vanaf de 4e eeuw genoemd als berg vd verheerlijking.

Dat de berg Tabor de berg vd verheerlijking zou zijn, is bedacht door Cyrillus van Jeruzalem (315-386).


Verheerlijking.

3 discipelen hebben het koninkrijk in de toekomstige vorm gezien: heerlijkheid.

Mattheus 16:28.

Koninkrijk in huidige vorm kent triomfen, maar ook veel lijden.

In Openbaring 1 lees je hoe de verheerlijkte Christus er uit ziet.


7 personen op de berg.

De 7e is God zelf. Hij spreekt.




Vers 30

2 getuigen.

Mozes was al 1300 jaar geleden gestorven op de berg Nebo.

Mozes en Elia zagen de heerlijkheid van Jezus.

Waarschijnlijk zijn zij de 2 getuigen die opnieuw in Openbaring 11 optreden.

Ze getuigen dan van de komende heerlijkheid van de Messias. Ze waren ooggetuigen.

Mozes en Elia.


Mozes:

Type vd gestorven en opgestane gelovigen. Ze staan op bij de opname van de gelovigen, voordat de grote verdrukking begint.


Elia:

Type vd nog niet gestorven gelovigen. Zij ontvangen bij de opname een nieuw lichaam.




Vers 31

Zijn heengaan dat...

Het woordje "dat" in deze vertaling wijst terug op "heengaan".

Dat is onjuist.

De grondtekst wijst op twee aparte onderwerpen: Zijn heengaan (=exodus) en wat Hij in Jeruzalem zou volbrengen.


Zijn heengaan.

Letterlijk : Zijn exodus.

Veelal wordt het verklaard als " het sterven van Jezus ".

Maar...er zijn veel woorden voor sterven die Lukas echter niet gebruikt. Hier gebruikt Lukas een heel ongebruikelijk woord: exodus = uittocht.

Ook in het boek Exodus gaat het over verlossing uit de dood. Er was in Egypte geen huis waar geen dode was.

Zo gaat ook Jezus de OT-gelovigen verlossen uit het dodenrijk.

Mozes en Elia.

2 onderwerpen besproken.

Letterlijk:

  1. Zijn heengaan, Zijn uitgang, Zijn uittocht. Het grondwoord is exodus. Zoals Jona afdaalde in de diepte, in het hart vd aarde, zo gaat Jezus naar het dodenrijk, de Hades. Handelingen 2:27. Na 3 dagen redde God Jona uit het hart vd aarde, uit de vis. Zo deed God ook na 3 dagen voor Jezus. Dan begint de uittocht, de exodus, van alle OT-gelovigen uit het dodenrijk, uit de gevangenis, uit Hades. Jezus kwam immers ook om " gevangenen vrijheid te geven". Jesaja 61:1 Ze gingen nu naar het hemelse paradijs. Daarheen werd Paulus opgetrokken. 2 Corinthiërs 12:3-4. Dat is een soort koninklijke tuin waar alleen de familie van God mag komen. Ook Zacharia 9:11-12 vertelt over deze "exodus".
  2. Wat Hij, in de toekomst, in Jeruzalem zal volbrengen, het koningschap op Davids troon. Lukas 1:30-33. Dit is de vreugde, die Jezus was voorgesteld. Daarvoor heeft Hij het kruis verdragen en de schande veracht.

De toekomstige heerlijkheid wordt hier ook zichtbaar in Jezus, Mozes en Elia. Ook in de aanwezigheid van de wolk, de sjechina, teken vd heerlijkheid van God.



Vers 32

Waar gaat het naar toe?

Jezus laat de discipelen zien waar alles naar toe gaat.

Zijn heerlijk koninkrijk komt.

Ze mogen van die toekomstige heerlijkheid nu al iets zien. Ze zijn ooggetuigen.



Vers 33

3 Tenten.

Waarschijnlijk wil Petrus 3 loofhutten maken.

Deze heerlijkheid doet hem denken aan de toekomstige heerlijkheid vh vrederijk.

Dan zal men ook het Loofhuttenfeest elk jaar gaan vieren volgens Zacharia 14:19.


3 Mannen van God.

Er zijn hier 3 mannen van God bij elkaar.

Maar... uiteindelijk gaat het om de heerlijkheid van Jezus.



Vers 34

Een wolk.

In het OT was deze wolk een teken van Gods aanwezigheid.





Vers 35

De stem uit de wolk.

Ongeveer hetzelfde zei God toen Jezus net gedoopt was.

Luister naar Hem.

Het woord van Christus wone rijk in u.



Vers 37

Een grote menigte.

Volgens Markus 9:14-16 maakten de farizeeërs ruzie met de 9 overige discipelen.



Vers 38



Vers 39

Mijn zoon.

Volgens Markus 9 was de zoon ook stom en doof.

Lijden.

In NT staat 60x "lijden". In het NT is het nooit ziekte. Lijden is het gevolg van het volgen van Jezus en dat lijden is normaal.



Vers 40

Konden hem niet genezen.

Toen Jezus de discipelen uitzond, toen konden ze wel de boze geesten uitwerpen volgens

Nú kunnen ze het niet vanwege ongeloof.



Vers 42

Jezus bestrafte hem.




Vers 47

Een kind.

Volgens de overlevering was dit kind de latere bisschop Ignatius van Antiochië die rond 108 als martelaar stierf.


Een kind:

Alleen als we als kinderen komen, vinden we God als Vader.




Vers 51

Opneming.

Dit ziet waarschijnlijk op de hemelvaart, maar inclusief lijden, sterven, begraven en opstanding.



Vers 55

"Geest" moet hier geest zijn.



Vers 56



Vers 57

Ik zal U volgen.

Deze persoon was een schriftgeleerde.

Zalig worden kost ons niets, maar Jezus volgen kost ons alles.

Dat maakt Jezus in het volgende vers duidelijk.



Vers 59

Volg Mij.

Jezus heeft de opdracht "volg Mij" vaker gegeven.


Filippus.

Mattheüs.

De rijke jongeling.

Petrus.



Vers 60

Laat de doden.

Laat de geestelijke doden hun fysieke doden begraven, dus familieleden die niet in Jezus geloven.

Uitstel.

In Israël werden de doden binnen 24 uur begraven. Dat deze man bij Jezus was, betekent waarschijnlijk dat de vader nog niet dood was, maar dat hij met het volgen van Jezus wilde wachten, totdat zijn vader overleden was.

Jezus wil geen uitstel. Hij wil op de eerste plaats.



Vers 62

Niet achterom kijken.

Discipelschap vraagt alles.

Je moet het verleden los laten en je geheel toewijden aan Hem.

Niemand kan Jezus in eigen kracht volgen en niemand mag Jezus op eigen voorwaarden volgen.



<