Hoofdstuk 14


Vers 1

In het huis van een farizeeër.

Bijzonder dat Jezus uitgenodigd was. De farizeeërs zagen Jezus toch als een zondaar.

Met zondaren wilden ze niet samen eten.



Vers 3

Op de sabbat.

Jezus stelt liefde en barmhartigheid boven de regels van de wetgeleerden.



Vers 5

Os of ezel.



Vers 8

Citaat van Jezus.



Vers 14

Opstanding van de rechtvaardigen.

Dat is de 1e opstanding.

Dan staan de gelovigen op.

Dat is de zalige opstanding.

Paulus spande zich daarvoor in.



Vers 15

Zalig is hij.

Deze farizeeër meende dat hij ook brood zal eten in het koninkrijk van God.

Jezus vertelt de gelijkenis om te laten zien dat genodigden niet aankomen.

Jezus heeft het over de maaltijd waarover Jesaja 25 spreekt.



Vers 17

De genodigden.



Vers 18

Gekocht.

Deze genodigde zit vast aan het aardse.

Rijken gaan moeilijk in in het koninkrijk van God.

Het hoeven geen grove zonden te zijn, maar we kunnen allerlei excuses aandragen. Dat kunnen ook dogmatische excuses zijn.



Vers 21

De heer werd boos.

Als we de uitnodiging van God verwerpen en Zijn liefde negeren, dan ontstaat er boosheid bij God.

God gaat wel door met anderen te nodigen.



Vers 23

Dwingen.

Alle middelen inzetten om hen binnen te krijgen.

God laat uitnodigen, wie wil mag komen.



Vers 26

Haten.

= op 2e plaats zetten.

= minder lief hebben.



Vers 27

Je kruis dragen.

Men zag veel kruiselingen. Men begreep het woord van Jezus.

Degene die zijn kruis draagt, verwacht niets meer van de wereld. Die wereld bespot en vervolgt je. Besluit elke dag om dat kruis van vernedering en verachting op te nemen. Zoek de dingen die boven zijn en niet meer de dingen van deze aarde. Zo Jezus volgen. Hij werd ook veracht en gehaat.


Het gaat hier dus NIET om zorgen of moeiten in het leven.

Het gaat ook niet over een kruis dat ons wordt opgelegd, bv. martelaarschap.


Discipelschap kost alles.

Het evangelie is gratis.

Vergeving is uit genade.

Zalig worden gaat op kosten van Jezus.

Jezus volgen kost ons alles.



Vers 33

Alles achter laten.

Er staat niet: "alles weggeven". Onze liefde en aandacht moet niet langer op het aardse gericht zijn, maar onverdeeld gericht zijn op Jezus.

Kenmerken van discipel.

  1. Liefde om Jezus te volgen.
  2. Liefde voor Zijn woord.
  3. Liefde voor de naaste.
  4. Vol vd Heilige Geest.



Vers 34

U bent het zout.

Geef geen ongezouten mening aan de ander.

Neem jezelf met een korrel zout. Dan maak je jezelf aangenamer voor de ander. Dan "smaken" jouw woorden beter.



<