Hoofdstuk 1


Vers 1

Lukas, een gelovige heiden.

In Kolossenzen 4:10-11 worden de enige Joden genoemd die medewerkers van Paulus waren:

  1. Aristarchus
  2. Johannes Markus
  3. Jezus of Justus.

Dus Lukas, de arts, was waarschijnlijk een gelovige heiden, want hij wordt ook in de brief aan Kolosse genoemd, maar niet als Jood.

Lukas betekent:

In het Hebreeuws betekent Jaïr hetzelfde.



Vers 3

Theofilus.

Een hooggeplaatste bekeerde heiden.

Lukas geeft, door dit evangelie en door het boek Handelingen, onderwijs aan deze man.



Vers 5

Zacharias.

Orde van Abia.

Er waren 24 priesterorden. De orde van Abia was de achtste volgens

Als elke priesterorde 2x 1 week dienst had, dan was Zacharias in week 9 aan de beurt, want op paasfeest werkten alle priesters en schoof zijn dienst 1 week op.

Zo ook op Pinksteren = week 10. Toen was Zacharias er ook. In week 11 keert Zacharias naar huis terug.

Elisabeth zwanger week 12 ?

Johannes de Doper wordt 40 weken later geboren rond het paasfeest, het begin van het nieuwe jaar. Jezus wordt geboren ½ jaar later = Loofhuttenfeest.

Als elke orde 2 weken achter elkaar dienst had, dan was Zacharias ongeveer 11-25 juli aan de beurt.

Elisabeth mogelijk zwanger op 30 juli.

Na 6 maanden komt Gabriël bij Maria: 30 januari.

Dan werd Jezus geboren rond 30 oktober. Ook dat is de tijd van het Loofhuttenfeest.



Vers 6

Beiden rechtvaardig.

Prachtig getuigenis over deze beide mensen.



Vers 7

Op leeftijd.

Zacharias was niet ouder dan 50 jaar.

De priesters uit het geslacht van Aäron waren 20 jaar priester, van hun 30e -50e jaar.



Vers 13

Elisabeth

= God van mijn verbond


Zacharias

=De eeuwige heeft zich herinnerd.



Vers 17

Johannes de Doper had een profetische bediening:

  1. Mond van God. Niet ik vind, of ik voel. Hij spreekt na wat God zegt.
  2. Hij heeft de eer van God op het oog. Daarom oproep tot bekering. Herstel van relatie met God en naaste.
  3. Hij verkondigt de oplossing voor het zondenprobleem. Hij wijst op Jezus. De oplossing is een Persoon.
  4. In donkere tijd spreekt hij over de komst van de koning en het koninkrijk. Zo moet het ook in onze donkere tijd. De prediking van Jezus was hetzelfde.
  5. Hij rustte het volk toe tot dienstbetoon. Het woord moet rijk in ons wonen. Wordt innerlijk veranderd.
  6. Johannes is de vervulling van Maleachi 4:5-6.



Vers 18

Ik ben oud.

Zacharias was niet ouder dan 50 jaar.

De priesters uit het geslacht van Aäron waren 20 jaar priester, van hun 30e -50e jaar.



Vers 19

Vóór God staan.

Er zijn veel engelen die rondom Gods troon staan en er zijn enkele engelen die vóór Gods troon staan.

In Openbaring 8:2 lezen we van 7 engelen die vóór God staan, 7 aartsengelen of aangezichtsengelen. Ze zien Gods aangezicht.

Bij Daniël verschijnt Gabriël in een indrukwekkende gestalte, maar bij Zacharias niet. Daar moet Gabriël zich bekend maken als aartsengel.



Vers 20

Mijn woorden niet geloofd.

De vraag om een teken komt bij Zacharias voort uit ongeloof.

Gabriël zei, dat het gebed van Zacharias verhoord was, maar hij betwijfelde Gods woord.

Gideon vroeg ook een teken, maar hij twijfelde niet aan God, maar aan zichzelf. Zijn geloof was zwak.



Vers 24

Ze verborg zich.

Waarschijnlijk heeft dat met het levenslange Nazireeërschap van Johannes te maken.

Ze wist hoe de vrouw van Manoach zich moest gedragen. Zij deed hetzelfde, hoewel ze daarvoor geen opdracht kreeg.



Vers 26

Engel.

In Jezus leven zijn er steeds engelen.



Vers 28

Wees gegroet, begenadigde.

In de Latijnse Vulgata, de bijbel van de Roomse kerk, staat voor "begenadigde" : gratia plena = vol van genade.

Zo werd Maria in de Rooms Katholieke kerk degene die genade kan uitdelen. Ze is daar niet degene die genade ontvangt.

In Ef 1:6 gebruikt Paulus precies dezelfde uitdrukking om aan te geven dat God hem begenadigd heeft.


Hanna.

Hanna = begenadigde.

Ook de lofzang van Maria heeft veel overeenkomsten met de lofzang van Hanna.


Luther.

Hij schrijft:" Maria wil niet dat je tot haar komt, maar dat je door haar tot God komt".

Voor Luther was de wereld van de heiligen reëel.

Zoals christenen tegenwoordig aan elkaar kunnen vragen om voor elkaar te bidden, zo werden de heiligen aangeroepen. Al zijn ze gestorven, ze leven voor God.



Vers 31

De naam Jezus.

Jehosjua = de HEERE geeft heil, de HEERE redt.




Vers 32

Troon van David.

Jezus krijgt de troon van David. Dan is de troon van David dus de troon van Jezus, de troon van de Heere.

Die troon staat in Jeruzalem.

De stad Jeruzalem heet straks: des Heeren troon, volgens

De troon van David heet ook de troon van de HEERE, volgens

Wanneer gebeurt dit?

Als de zevende engel zijn bazuin blaast, dus als de zeven schalen worden leeggegoten.

Het koningschap van David is het koningschap van de Heere.

Vader David.

Vader = voorvader.

Zoon van de Allerhoogste.

Zelfs demonen erkennen Jezus als Zoon van de Allerhoogste.



Vers 33

Koning over Jakob.

Op het moment dat Gabriël dit zegt, regeert Herodes, een Edomiet, afstammeling van Ezau, over Jakob. Ezau heeft zijn zin.

Maar... Jezus zal Koning worden over het huis van Jakob. Hij zal regeren op Davids troon in Jeruzalem. Aan Zijn rijk komt geen einde.

Dus machtigen (Herodes) zullen van de troon worden afgetrokken.

Israël zal nu verlost worden van de vijanden.



Vers 36

Elisabeth, uw nicht.

Elisabeth stamde af van Aäron.

Elisabeth was de nicht van Maria. Dat hoeft niet te betekenen dat Maria ook uit de stam van Levi was.

Nahesson, uit de stam van Juda

had een zus, Eliséba, die de vrouw was van de hogepriester Aäron.

Nahesson, uit Juda, had 4 neefjes die uit de stam van Levi waren.

Als de moeder van Maria uit de stam van Levi was, dan kan Maria best een nicht van Elisabeth zijn.

Maria komt uit David.

God heeft David onder ede beloofd dat hij uit de vrucht van zijn lenden, zoveel het vlees aangaat, de Christus verwekken zou. (SV)

Jezus is dus écht, naar het vlees, Zoon van David. De genen van David zijn ook in Jezus.

Hij is ook juridisch, via Jozef, Zoon van David.



Vers 38

Laat met mij geschieden..

Luther noemt dit gelatenheid.

Gelatenheid geeft de ander ruimte. Maria geeft ruimte aan God.



Vers 46

Mijn ziel.

Heel mijn leven, al mijn krachten, richten zich op God.

Ziel hoort bij het lichaam. Vgl. een psychisch lichaam is een natuurlijk lichaam volgens

Maakt de HEERE groot.

In deze lofzang zingt Maria niet over zichzelf, maar over God.

Zíj wordt niet geloofd, maar Gods genáde over haar.

Nederigen geeft God Zijn genade.

In de Middeleeuwse theologie draaide alles om de nederigheid, de deemoed, van Maria. Maar het gaat over haar nederige sociale status.

De lofzang heeft het over de genade van God.

Luther zag dat.


Magnificat.

Het 1e woord van de lofzang is in het Latijn magnificat.

Oude christenen zongen deze lofzang iedere avond op de gebedsplaats.



Vers 47

God, mijn Zaligmaker.

Deze titels claimde de keizer voor zichzelf. Maria plaatst God lijnrecht tegenover de keizer.


Mijn geest.

Onze geest komt van God.

Stelling 1

De mens is een geest die woont in een psychisch lichaam.

Stelling 2

De mens is een ziel met een lichaam waarin zijn geest woont.



Vers 48

Nederige staat.

Erasmus toont duidelijk aan dat het hier gaat om de nederige sociale status van Maria en echt niet om haar deemoed.

Echte deemoed kent zichzelf niet.

Luther was het met Erasmus eens.

Gods genade is zo groot, dat zelfs Maria in beeld kwam. Ze kwam niet door háár nederigheid in beeld.

De RKK plaatste de aantekeningen van Erasmus op de lijst van verboden boeken, want de RKK las "deemoed, nederigheid", als deugd van Maria.


Dienares.

In vers 38 noemde Maria zich ook zo toen ze tegen de engel Gabriël sprak.

Het grondwoord wijst naar een slavin. Ze is beschikbaar voor wat God wil.


Zalig noemen.



Vers 49

Hij heeft gedaan.

Voltooid tegenwoordige tijd.

Maria kan hier naar het verleden zien, maar zeker is ook mogelijk een profetisch vooruitzien. Ook profeten beschrijven iets wat in de toekomst ligt, door een voltooide tijd te gebruiken.

Geloof is hopen op wat je nog niet ziet.


Grote dingen aan mij gedaan.



Vers 50

Barmhartigheid.

Eleos = barmhartigheid.

Dit kernwoord verbindt Maria' s lofzang met die van Zacharias.


Doordat Jezus aan Gods gerechtigheid voldeed, kan God nu zondaren barmhartigheid bewijzen.


Wat is vrees des Heeren?



Vers 52

Van de troon gestoten.

Herodes eraf.

Nebukadnezar eraf.


Nederigen verhoogd.

De nederigste mens (Jezus) op de troon.

Daniel 4:17 spreekt over "de laagste onder de mensen". Hij zal hét koninkrijk ontvangen.

Jesaja 53:3 noemt Jezus de "onwaardigste" onder de mensen.


Nietzsche.

"Nu mensen weten dat nederigen verhoogd worden, gaan ze zich vernederen om verhoogd te worden".


Dat is dus hoogmoed als nederigheid verpakt.



Vers 54

Israël, de knecht vd HEERE.

Maria haalt dit uit Jesaja 41:8.



Vers 55

Gods beloften.



Vers 56

3 maanden.

De zwangerschap van Elisabeth was 6 maanden verder dan die van Maria.

Dus ze bleef waarschijnlijk totdat Johannes was geboren.



Vers 59

Achtste dag.

Wij tellen tot 7. Dan is de week voorbij en beginnen we opnieuw.

De 8e dag ontstijgt dit aardse.

8 hoort bij God.

Besnijdenis.

De "moheel " = rituele besnijder kwam thuis. Moeder was 40 dagen onrein.

Ook Jezus werd in Bethlehem besneden.



Vers 60

Johannes.

In Lukas 1:13 had Gabriël die naam genoemd.

Johannes =God is genadig.



Vers 62

Gebaarden.

Waarschijnlijk was hij ook doof.



Vers 63

Om een schrijftafel gevraagd.

Gevraagd?

Hij kon niet spreken.



Vers 66

Bijzondere gebeurtenissen waarover men sprak.



Vers 67

Vol van de Heilige Geest.

De priester Zacharias wordt nu ook profeet.

Profeteren = Gods woord spreken.

Hij citeert veel uit de psalmen.

Zacharias spreekt, geïnspireerd door de Geest, over het koninkrijk van Jezus.

Ook Elisabeth was, al 3 maanden eerder, vervuld met de Heilige Geest.



Vers 68

Geprezen.

Zacharias citeert Psalm 41:14.

Zacharias prijst God niet omdat hij vader wordt, maar om de komende Verlosser.

Het gaat dan om " een hoorn van zaligheid" (vers 69) en, volgens vers 71, ook over verlossing vd vijanden en van de haters van Israël. Als dit laatste gebeurt, breekt het vrederijk aan. Dan krijgt Jezus de beloofde troon van David.

Lukas 1:31-33.



Vers 69

De hoorn van zaligheid.

Een hoorn is het teken van kracht. Die hoorn komt uit Davids huis. Die hoorn is de Messias.

Zacharias citeert hier Psalm 132:17.

De naam David wijst erop, dat Zacharias het in het eerste deel vd lofzang over Jezus heeft. Die is De Zoon van David.

De vreugdevolle geboorte van Johannes wordt ondergeschikt aan het Messiaanse heil.

Johannes is de wegbereider van de Messias.



Vers 70

Heilige profeten spraken over verlossing van vijanden.

Het vertrapte, verstrooide en vervolgde volk Israël zal o.l.v. de Messias tot de machtigste natie op aarde worden.



Vers 71

Verlossing van onze vijanden.

Zacharias ziet de komst van Jezus en Zijn koninkrijk nog bij elkaar. De Messias komt om van de vijanden te verlossen.

Zacharias weet dat uit de profeten.



Vers 72

Zijn heilig verbond.



Vers 74

Verlost en God dienen.

Dit alles moet toch zeker zien op de tijd ná 1945.



Vers 76

En jij, kind..

Dat is Johannes de Doper.



Vers 78

Gevoelens.

In vier evangeliën staat alléén hier "gevoel", het gaat over Gods gevoel. Dat is belangrijk.

Ons gevoel is onbelangrijk. Wij leven uit geloof.


Opgang uit de hoogte.

Zacharias wijst naar Maleachi 4:2.

De uitdrukking: "uit de hoogte" of "in de hoge" is bij de rabbijnen een gebruikelijke omschrijving van Gods Naam.



Vers 79

Gezeten in duisternis.

Deze uitdrukking heeft volgens Jesaja 9:1 betrekking op Galilea, waar Jezus opgroeide en veel van Zijn werk deed.



<