Hoofdstuk 6


Vers 3

Timmerman.

Jezus had timmermanshanden.

Díe werd vastgespijkerd aan hout waarvan Hijzelf de Schepper was.



Vers 13

Zalven met olie.

De olie was géén geneesmiddel, maar een middel om de geneeskracht mee te delen. Net zoals het slijk en de speeksel die Jezus zelf gebruikte.

De kracht vd Heilige Geest ging over op de olie, net zoals bij de zweetdoek van Paulus.

Handelingen 19:12.



Vers 14

Herodes.

Dit is Herodes Antipas.

Hij regeerde over Galilea en Perea. Hij had zijn residentie in Tiberias.



Vers 17

Herodias.



Vers 30

Het was tegen Pasen, na de voorjaarsregen. Het gras was mooi groen volgens vers 39.

Johannes 6:4



Vers 37

Geef u hen te eten.

Filippus en Andreas.

Johannes 6:7-8.


Brodenwonder in OT.

2 Koningen 4:42-44.



Vers 42

Geen geloof.

Verzadiging brengt géén geloof. Zie vers 52.



Vers 46

Bidden.

Jezus ging bidden.

Van de discipelen lezen we niet dat ze bidden voor de overtocht.



Vers 48

4e nachtwake.

Tussen 3 en 6 uur.

Ze hebben al 9 uren geroeid.

Jezus had al die uren gebeden.


Niets over Petrus die ook op het water liep.

Mattheus 14:28.

Dit evangelie is mogelijk het evangelie dat Petrus dicteerde en dat Markus opschreef.



Vers 51

De wind ging liggen.

Letterlijk: de wind (geest) werd moe.

Zo staat het ook in

Ten diepste was hier een strijd tussen Jezus en een demon.

Jezus zegeviert over de chaosmachten.



<