In Zijn stad.
Dat was Kapernaüm.
Men bracht.
Vier mannen droegen deze verlamde en lieten hem door het dak neer, vlak vóór Jezus.
Zoon.
Teknon = kind, afstammeling.
Hij is dus een gelovige.
Hún geloof.
Dat is dus het geloof van 5 mannen.
Jezus zág geloof.
Jezus was waarachtig mens.
Welke geestesgave had Jezus nodig om geloof te zien?
De Geest van kennis en inzicht.
Vergeving.
De zieke kwam voor genezing. Maar bij dit geloof paste vooral vergeving. Misschien was zonde wel de oorzaak van zijn ziekte. Het uitblijven van genezing was geen teleurstelling. Daarover lezen we niets. De vergeving was de grootste gave. De genezing was toegift.
Ze zeiden bij zichzelf.
Ze reageerden, ieder voor zich. De grondtekst drukt flinke emotie uit.
Godslastering.
Alléén God kan vergeven.
Die hun gedachten zag.
Het "zien" is hier niet gedachten lezen, maar iets opmerken, aandacht hebben voor iets opvallends. Jezus merkt het wel met Zijn geest en niet met Zijn oor.
Wat is makkelijker?
Zondenvergeving kan niemand zien. Het lopen van een verlamde wordt voor ieder zichtbaar.
Jezus gaat bewijzen dat Hij Gods Zoon is en dus macht heeft om de zonden te vergeven.
Zoon des Mensen.
Jezus maakt opnieuw duidelijk wie Hij is. Hij heeft de macht om zonden te vergeven.
Die naam Zoon des Mensen komt uit
De schriftgeleerden wisten heel goed over wie het daar ging.
Het gaat over Gods Zoon die koning zal worden en aan wiens rijk geen einde komt. Jezus is dus de Messias.
Zo'n macht gegeven aan de mensen.
De menigte zag wel een groot wonder, maar ze zien niet dat deze wonderdoener de Messias moet zijn. Hij blijft voor hen nog steeds niet meer dan mens.
Mattheüs.
= geschenk van God.
Hij heette ook Levi, zoon van Alfeüs.
Volg Mij.
Jezus volgen heeft consequenties.
Het huis.
"Van Mattheüs" is in HSV toegevoegd.
Het is gebaseerd op
Verbondenheid.
De maaltijd was toen teken van verbondenheid.
Wie gezond zijn.
De "gezonde" mensen zijn de farizeeërs. Zij hebben Jezus als Heiland niet nodig.
De zieken.
De "zieken", de tollenaars, zijn de zondaren.
Jezus kwam om zondaren zalig te maken. Hij is hier dus op het juiste adres.
Ga heen.
In het Grieks staat hier een aoristusvorm. Het betekent: zijnde gegaan.
Dus: de farizeeërs gingen weg.
Zondaren.
Jezus citeert Hosea 6:6. De uitleg van vers 12 geeft Jezus in vers 13. Hij spreekt dan tegen tafelgenoten, want de farizeeërs waren vertrokken.
Het gaat om het hart. Kent u uw hart? Kunt u bestaan voor God door eigengerechtigheid? Of hoort u bij de zieken, die voor God niet kunnen bestaan?
We zijn allen zondaren, maar Jezus heeft het over mensen die weten dat ze zondaar zijn. Zij weten met welke kwaal ze bij God komen.
Johannes.
Johannes de Doper zat in de gevangenis.
De discipelen vastten en treurden hierom.
Vasten.
De wet kent slechts 1 vastendag, de verzoendag.
Binnen de joodse traditie is de formulering ("uzelf verootmoedigen") altijd uitgelegd als de plicht om te vasten (onthouding van eten en drinken).
Het 2x per week vasten hoorde bij de farizeeërs.
Uw discipelen niet.
Ou = niet.
Het is een sterke ontkenning.
Dus: uw discipelen helemaal niet.
Bruiloftsgasten.
Letterlijk:
Bruiloftsgasten veronderstelt dat de bruiloft al aanstaande is.
Dat was in Jezus' tijd zeker nog niet zo. Wel waren er voorbereidingen voor de bruiloft door de dienaren. Zij, de discipelen, verkondigen het evangelie. Zij nodigen mensen tot de bruiloft.
De Bruidegom weg.
Dat gebeurt als Jezus gestorven is.
Jezus noemt Zich Bruidegom. De bruid wordt niet genoemd. De bruid, de gemeente, was nog een verborgenheid.
In Mattheus 16:18 gaat Jezus voor het eerst over de gemeente spreken.
Een oud bovenkleed.
Dat staat voor het oude Sinaïtische verbond.
Dat heeft het volk verbroken.
Niet-gekrompen stof.
Dit is een nieuwe lap. Dat staat voor het evangelie dat Jezus verkondigt. Dat moet leiden tot het nieuwe verbond.
Dat nieuwe verbond is van hogere orde. Bij het nieuwe verbond staat de wet in het hárt geschreven.
Jezus stelde dit nieuwe verbond in tijdens de instelling van het avondmaal.
Nieuwe wijn.
Nieuwe wijn staat symbool voor een gelovig Israël.
Nieuwe leren zakken staat voor het nieuwe verbond.
Nieuwe wijn heeft sterke gisting. Daar kunnen oude zakken niet tegen. Ze zullen scheuren.
Dus:
Mijn discipelen moeten bij Mijn nieuwe prediking geen oude vormen hebben zoals vasten en treuren.
Het nieuwe verbond kan niet gegoten worden in de vorm van het oude verbond.
Leidinggevende.
In Markus 5:22 is het een overste van de synagoge.
Hij heet Jaïrus.
Zojuist gestorven.
In Markus 5:23 is ze bijna gestorven.
Het Griekse "arti" markeert iets dat begonnen is of net gebeurd is.
Dus: stervende of gestorven.
Maar kom.
Hier staat een aoristusvorm.
Dus:
Zij zal leven.
Hier blijkt het geloof van Jaïrus.
Verschil met de hoofdman.
Veronica.
De sage noemt haar Veronica. Met haar hoofddoek zou ze de lijdende Heiland het gezicht hebben afgedroogd en toen bleven Zijn gelaatstrekken erin staan.
Bloedverlies.
Dit betekende onreinheid.
Dus: geen deelname aan het sociale leven.
Bovendien werd ze arm. Ze gaf veel geld uit aan artsen.
Zoom van Zijn kleed.
Zoom = kwast.(tsietsiet)
De kwasten zitten aan de vier hoeken van de talliet, de gebedsmantel.
De kwastjes moesten steeds aan de Thora herinneren, zodat de Joden Gods geboden zouden doen.
Aanraken.
De vrouw was volgens de wet onrein. Jezus wordt niet onrein, maar de vrouw wordt rein.
Bijzonder toch!
Bovenkleed. Talliet.
Talliet = gebedsmantel.
Daaraan zitten de tsietsiet, de kwastjes, op elke hoek.
In elk kwastje zit één blauwpurperen draad.
Wie de kwastjes ziet, moet aan Gods geboden denken en zo doen.
De farizeeërs maakten de kwastjes groot. Dat moest hun vroomheid accentueren.
Kanafim=hoeken.
In Maleachi 4:2 is "hoeken" vertaald met "vleugels". Onder Zijn vleugels zal genezing zijn.
Jezus' kleding aanraken.
Het gerucht van de daad van deze vrouw verspreidde zich waarschijnlijk snel.
Hoe merkte Jezus deze aanraking?
Er ging kracht van Hem uit.
Door geloof behouden.
Stiekem raakte ze Jezus aan, maar van "een gestolen Jezus" is geen sprake. Het was een geloofsdaad.
Dit geloof bracht haar in een relatie met Jezus.
"Behouden" duidt op meer dan alleen lichamelijke genezing.
Begrafenisritueel.
Zelfs een arme huurde 2 fluitspelers en 1 klaagvrouw.
Hij zei.
Het Grieks is aandringend. Hij verzocht hen dringend om weg te gaan.
Het kind slaapt.
Volgens Jezus is het meisje niet dood. Wel keert volgens Lukas haar geest terug.
In Jezus' ogen is de dood van gelovigen slechts een slaap. Het meisje is ontslapen.
Ze is niet zó gestorven, dat ze ook begráven zal worden. Ook bij de gestorven Lazarus spreekt Jezus over slaap.
Jezus weet dat de doden in het dodenrijk rusten.
Lachten Hem uit.
Dit laat zien, dat de klaagvrouwen zelf géén verdriet hadden. Alles was uiterlijk vertoon.
Hij ging naar binnen.
Hij nam de ouders en 3 discipelen mee.
Greep haar hand.
Als we ons houden aan de basisbetekenis van het grondwoord, dan staat er: Hij ging naar binnen en greep met kracht haar hand.
Rein, onrein.
Wie een dode aanraakte was volgens de wet 7 dagen onrein.
Jezus wordt niet onrein, maar de onreine dode wordt levend.
Herhaling.
Ruth Pinoko werkte op een zendingspost in Nieuw Guinea.
In een naburig dorp overleed een vrouw.
Ze ging erheen om haar verdriet te tonen.
Ze zei dat de aanwezigen niet moesten huilen. Ze ging tot God bidden en de overledene stond op.
Het gerucht verspreidde zich snel.
Jezus had verboden het wonder door te vertellen, maar het gebeurde wel.
Met welk doel zei Jezus dat ze er niet over mochten praten?
Zoon van David.
Deze benaming was als een doorn in het oog van de farizeeërs.
Ze willen dat niet horen.
Jezus vermaande.
Het Griekse woord kan betekenen:
Jezus had Zich waarschijnlijk aan hen geërgerd. Daarom sprak Hij hen streng aan.
Niemand mag het weten.
De blinden hadden Hem "Zoon van David" genoemd. Dat moest waarschijnlijk niet doorverteld worden. Jezus vermaant hen streng.
Het koningschap van Jezus moest verborgen blijven totdat het volk zich bekeerde.
Ook na de verheerlijking (op de Olijfberg) moesten de drie discipelen zwijgen over wat ze gezien en gehoord hadden.
Mozes en Elia hadden, ter bemoediging, met Jezus gesproken over "wat Hij in Jeruzalem zou volbrengen". Dat gaat over Zijn koningschap. Ze mochten dus niet spreken over het toekomstige Messiaanse rijk.
Met welk doel zei Jezus dit?
Demonen die mensen diep ongelukkig maken.
Wat doen de demonen?
Nooit zoiets gezien.
De uitwerking van dit wonder is tweeërlei.
De menigte had gelijk. Onder het OT is er nooit een demon uitgeworpen.
Aanvoerder van de demonen.
De farizeeërs noemen Gods werk het werk van demonen. Ze noemen Gods Zoon, de overste van de demonen.
In Mattheus 12:24 doen ze dat voor de tweede keer.
Hiermee verwerpen ze de Messias. Hier gaat een wissel om. Voortaan gaat Jezus in gelijkenissen spreken, zodat alleen de discipelen de verborgenheden van het koninkrijk mogen verstaan.
Jaloezie.
De farizeeërs hadden ook duiveluitbanners.
De zonen van Sceva hoorden bij die groep.
Die konden zulke indrukwekkende wonderen niet doen zoals Jezus hier deed.
Evangelie van het koninkrijk.
Dit evangelie van het koninkrijk predikten de discipelen ook.
Het evangelie van de genade (Handelingen 20:24) is anders. Dat gaat over lijden en sterven en opstanding en verzoening. Dat begrepen de discipelen pas, nadat Jezus was opgestaan.
Het evangelie van het koninkrijk wordt gepredikt als Jezus er is, maar ook nú nog. Het koninkrijk is dichtbij.
Ook Paulus predikte het.
Vermoeid.
Het zijn de Joden die gebukt gaan onder strenge godsdienstige regels.
Het zijn alle mensen die gebukt gaan onder hun zonden.
Schapen zonder herder.
Door deze opmerking verwijst Jezus naar de profeten, maar ook naar de eindtijd. Zijn rijk, het rijk van dé David, zal komen.