Hoofdstuk 26


Vers 2

Pascha.

Dat is het Aramese woord voor het Hebreeuwse Pesach.


Over 2 dagen.

Over 2 dagen is het 14 Abib. Dan worden de paaslammeren geslacht in Jeruzalem.


Gedood worden.

Jezus had dat al 3x gezegd:



Vers 3

Huis van Kajafas.

Johannes 11:47 bijbelaantekeningen.



Vers 4

Met list.

Dit hadden ze 2 maanden eerder ook besloten.


Joden mochten wel berechten ( vgl Stephanus), maar dan zou Jezus, volgens de wet, gestenigd zijn. Er waren nog maar 2 dagen vóór het paasfeest. Door tijdgebrek zou het proces dan óp het feest zijn. Dat mocht niet. Daarom moest het nu snel met " list". Ze zetten een wissel om en laten de berechting via Pilatus lopen. Dan hoefde er ook géén nacht bedenktijd te zitten tussen veroordeling en executie. Bovendien mochten de Joden op het feest niemand executeren.

Vgl. Johannes 18:31.

Zo ging het woord van Jezus uit Markus 10:33 in vervulling. Zo werd ook de steniging veranderd in kruisiging. Dat was voorzegd in Mattheus 26:2.

De "list" is dat alles verloopt via Pilatus.



Vers 6

Zalving van Jezus.

Het was op 12 Abib.

2 dagen vóór de kruisiging volgens Markus 14:1.


Huis van Simon.

Elders heet het waarschijnlijk het huis van Martha. Ze was mogelijk de echtgenote of de weduwe van Simon.



Vers 7

Een vrouw.

Dat was Maria, de zus van Martha en Lazarus.

Ze zalfde Jezus waarschijnlijk al vóór de tweede keer. De eerste keer in Lukas 7:37-38. Zie Johannes 11:2.

Bij Johannes staat de zalving vóór de intocht, dus op 9 Abib.

Dat klopt wel met de "zes dagen" in Johannes 12:1.

Bij Markus is de volgorde:

Albast.

Wit, doorschijnend marmer.

Heet ook onyx-marmer.

Griekse naam: alabastrites


Nardus.

Nardostachys grandiflora.

Uit de valeriaanfamilie.

Door stoomdistillatie haalt men lichtgele olie uit de wortelstok en de stengels.



Vers 14

Satan voer in Judas.



Vers 15

30 zilverstukken.

Volgens Leviticus 27:3 moest een slaaf minstens 50 zilveren penningen opbrengen.

Het was dus nog minder dan een slavenprijs.

Het was voorzegd in

Dertig zilverstukken is het bedrag dat men aan de eigenaar van een slaaf moest vergoeden als men schuldig was aan de dood van zijn slaaf.

Het Joodse volk stond schuldig aan de dood van de knecht van de HEERE.



Vers 17

Ongezuurde broden.

Het woord ἄζυμος (azumos) staat 9x in het NT.

Het betekent ongezuurd.

Het woord "brood" staat niet in de grondtekst, maar is op acht plaatsen door vertalers toegevoegd.

In 1 Corinthiërs 5 is het woord "brood" niet toegevoegd. We moeten ἄζυμος (ongexuurd) zijn.

Eerste dag.

In Lukas 22:1 heet het al Pascha. Het was 13 Abib /nisan toen de discipelen alles gingen voorbereiden. Na 18.00 uur werd het 14 nisan. Toen werd de maaltijd gehouden.

Pesach heet ook voorbereiding. Voorbereiding van het feest van de ongezuurde broden.


Paaslam.



Vers 18

2 discipelen.

Dat waren Petrus en Johannes.

Ze moesten een waterdrager volgen.

Bij "bereiden" hoorde waarschijnlijk ook het verwijderen van zuurdeeg.



Vers 20

Avond.

Na 18.00 uur werd het 14 nisan, 14 Abib.


Tussen 2 avonden.

Het Paaslam moest geslacht worden tussen 2 avonden.

In de 24 uren die nu volgden gebeurde er veel. Hij stierf tussen 2 avonden als Het Paaslam.



Vers 21

Eind van het Pascha.

Het gebed en de beker van de dankzegging moesten nog gedaan worden.


Verraden.

Reeds bij de voetwassing had Jezus dit gezegd.



Vers 22

Zeer bedroefd.

De sfeer is echt omgeslagen.

De discipelen vertrouwen zichzelf niet meer. Ze gaan daarmee naar Jezus.



Vers 23

Wie de hand met Mij...

Jezus bedoelt dat het één van hen is.



Vers 24

Waarschuwing.

Jezus geeft indirect aan Judas nog een waarschuwing.



Vers 25

Judas.

Judas en het avondmaal.

Judas nam wel deel aan het Pascha, maar nam hij ook deel aan het avondmaal?

In Lukas 22 staat de instelling van het avondmaal vóór het vertrek van Judas.

Judas was wél bij het avondmaal.

Het vertrek van Judas lees je in

Ik ben het toch niet.

SV heeft het beter vertaald: Ben ik het?

Dan klopt "u hebt het gezegd" ook beter.



Vers 26

Brood.

Er staat artos = het gewone woord voor brood. Het woord voor ongezuurd is ἄζυμος (azumos)

Zeker gebruikte Jezus ongezuurd brood, want op Paasfeest was zuurdeeg verboden.

Zie voor ἄζυμος bij

Nam het brood.

Artos is het gewone Griekse woord voor brood. Jezus gebruikt hier natuurlijk ongezuurd brood.

Mattheus kon natuurlijk niet schrijven: Jezus nam ongezuurd (ἄζυμος).


Dit is Mijn lichaam.

Luther benadrukte "is".

Maar in de taal die Jezus sprak (Aramees) staat dit woord er niet eens.



Vers 27

Drinkbeker.

Er waren 4 bekers.

  1. Kadesj= heiliging.
  2. makot= plagen.
  3. Geoela= verlossing of dankzegging Dit is de beker van het NT in Mijn bloed. God wordt gezegend en niet de beker of de wijn. Gezegend bent U HEERE onze God, eeuwige Koning, Schepper van de vrucht van de wijnstok.
  4. Hallel=lofprijzing deze beker dronk Jezus niet. Vandaar Markus 14:25.
  5. Beker van Elia.



Vers 28

Jeremia 31:31.

Lukas 22:20 aantekeningen.


Voor wie is het avondmaal?

Wijn en bloed.

In Deuteronomium 32:14 staat: druivenbloed.

Volstrekt nieuw was dat Christus het element wijn bij het avondmaal betrok en daarin een zinnebeeld zag van zijn eigen bloed. Als iets in de Israëlitische geest gegrift stond, dan was het wel dat het drinken van bloed absoluut verboden was. Door de betekenis van deze beker zó voor te stellen, scheidde de Heere Jezus het avondmaal op een beslissende manier van het Pesachfeest waarbij nooit bloed aan de tafelgasten werd aangeboden, ook niet symbolisch.



Vers 29

Niet meer drinken.

Bij het tekenen van de ketoeba, de huwelijksakte, dronken de aanstaande bruid en bruidegom rode wijn uit dezelfde beker.

De bruidegom ging dan weg, om op vaders erf een nieuwe woning te bouwen, waar Hij en zijn bruid zullen gaan wonen.

De bruidegom zei bij zijn vertrek: ik zal deze beker niet meer drinken, totdat we weer verenigd zijn. (Dan waren ze in het vaderhuis voor de bruiloft).



Vers 30

De lofzang.

Psalm 115 t/m 118.

Daarna sprak Jezus het gebed uit van Johannes 14.


Naar de Olijfberg.

Jezus gaat nu dezelfde weg als David, toen hij vluchtte voor Absalom.



Vers 31

Profetie vervuld.

Zacharia 13:7.



Vers 32

Afloop is bekend.

Opnieuw spreekt Jezus over Zijn opstanding.

Dat moet troost zijn in alle angsten en verdriet.



Vers 33

Petrus antwoordde...

Petrus laat wel zijn grote liefde zien.

Maar... in eigen kracht kon hij toch niet staande blijven.



Vers 34

Verloochenen.

Dat zal al binnen 3 uur gebeuren.



Vers 35

De discipelen zeiden hetzelfde.

Petrus woorden worden overgenomen door de andere 10 discipelen. Petrus was dus geen uitzondering.



Vers 36

Getsémané.

= olijvenhof.

Deze olijvenhof lag aan de voet van de Olijfberg, over de beek Kidron.



Vers 37

Zeer angstig.

Jezus wordt tot zonde gemaakt.

Hij komt direct met de zonden in aanraking.

Nu zagen deze 3 discipelen precies het tegengestelde als bij de verheerlijking op de Olijfberg.

God haat de zonden en legt de zonden op Zijn Zoon. Dat veroorzaakt de grote angst van Jezus.

Zonden kende Jezus wel uit Zijn omgeving, maar Zelf was Hij zonder zonden.

De nacht van 14-15 Abib moest men waken.

De nacht naar het feest van de ongezuurde broden brachten de Joden door met waken en studeren. Dit was opdracht. Het was een nacht tot eer van de HEERE.

De discipelen moeten nu reeds waken, 1 nacht eerder.



Vers 38

Waak met Mij.

Heel menselijk zoekt Jezus steun bij Zijn discipelen.

Hij vraagt alleen dat ze bij Hem wakker blijven en zo steun geven.


Tot de dood toe.

Jezus heeft het zo benauwd dat Hij denkt te sterven.



Vers 39

Gezicht ter aarde.

Een gebedshouding.


Mijn Vader.

Volgens Markus 14:36 noemde Jezus Zijn Vader óók Abba, papa!


Iets verder.

Een steenworp verder knielde Jezus neer.

Laat deze drinkbeker.

Zei Jezus werkelijk dat Hij niet wil sterven aan het kruis?

Vast niet.

In Johannes 12:27, kort hiervoor, zei Hij dat Hij juist hierom in dit uur gekomen was.

Jezus heeft het over déze drinkbeker, over de benauwdheid in de hof van Getsémané. Hij is benauwd tot stervens toe.

Hij wil niet hier in de hof sterven. Maar...Hij buigt onder wat God wil. Hij is in deze angst verhoord.



Vers 40

Waken.

De Joden moesten de nacht van Pesach naar dag 1 van het feest van de ongezuurde broden wakend doorbrengen.

Alléén geleden.

Mattheüs haalt veel teksten uit OT aan om te bewijzen dat Jezus de Messias is.

Jesaja 63:3 spreekt over Zijn wederkomst en NIET over Zijn lijdensweg.

Hij vertrapt de vijanden in de wijnpersbak van Gods toorn. Dat doet Hij alléén.



Vers 41

Waken en bidden.

Dit waken is een opdracht vanaf de eerste Pesach-viering.

Het is een nacht ter ere van de HEERE.


Geest en vlees.



Vers 44

Versterking.

Volgens Lukas 22:43 kwam er een engel om Hem te versterken.

De drie discipelen zagen deze engel niet. Zij sliepen.



Vers 45

Slaap maar verder.

Jezus bedoelt volgens vers 46 precies het tegengestelde.



Vers 47

Grote menigte.



Vers 49

Kus.

Een kus is teken van genegenheid.

Judas doet of hij afscheid neemt. "Ik kan het niet helpen, ze komen u gevangen nemen".



Vers 50

Vriend.

Als Jezus dit woord gebruikt is er sprake van een schuldverhouding.

Jezus geeft Judas nog een kans om erop terug te komen.



Vers 51

Zwaard.

Er waren 2 zwaarden volgens

Petrus slaat met één van de zwaarden. Hij treft Malchus. Die dringt waarschijnlijk dicht naar Jezus toe.

Petrus slaat hem het rechteroor af.



Vers 52



Vers 53

Legioen.

Bij de Romeinen was een legioen 6000-7000 soldaten.

12 Legioenen engelen.

In de tijd van Hizkia doodde 1 engel 185.000 Assyriërs.



Vers 54

De Schriften worden vervuld.



Vers 55

Stokken.

Te vergelijken met onze wapenstok.



Vers 56

Alléén geleden.

Mattheüs haalt veel teksten uit OT aan om te bewijzen dat Jezus de Messias is.

Jesaja 63:3 spreekt over Zijn wederkomst. Dan zal Jezus alléén de wijnpersbak treden.

Schriften van de profeten.



Vers 57

Naar Kajafas.

Eerst was Jezus naar de hogepriester Annas gebracht.


Sanhedrin.

Dat is de Hoge Raad van 72 mannen.

Hier zijn ze 's nachts bijeen, maar in Lukas 22:66 vergaderen ze ook overdag.

Nicodemus en Jozef van Arimathea waren er misschien niet. In elk geval stemden ze niet vóór de veroordeling, volgens



Vers 58

Paleis van Kajafas.

De formele vergaderplaats van het sanhedrin was de Hal van gehouwen stenen in de tempel. Was het nu geen officieel overleg?

Toen de Edomiet Herodes met steun van Rome aan de macht kwam, liet hij 45 leden van het Sanhedrin executeren en verving hen door zijn sympathisanten. Hij beperkte de macht van deze rechtbank en bepaalde wie er hogepriester werd. Kajafas bleef 18 jaar hogepriester.


Petrus binnen.

Waarschijnlijk op voorspraak van Nicodemus of van Jozef van Arimathea.

In ieder geval was het iemand die de hogepriester goed kende.



Vers 59

Veel steden hadden een "klein sanhedrin", 23 leden.

Waarschijnlijk waren Nicodemus en Jozef van Arimathea niet aanwezig bij deze vergadering.



Vers 61

2 getuigen nodig.

Tempel afbreken.

Ook toen sprak Jezus over 3 dagen.

Als Jezus de aardse tempel in 3 dagen kan opbouwen, dan moet Hij wel God zijn.


Valse getuigen.

Ze zeggen dat Jezus de tempel zou afbreken, maar Hij zei: "Breek déze tempel". (Mijn lichaam).

Niet Ik, maar jullie moeten afbreken. Ik zal opbouwen.



Vers 63

Jezus zweeg.

Opnieuw gaat een profetie in vervulling.

Ik bezweer u.

De ene hogepriester (Kajafas) stelt de andere Hogepriester (Jezus) onder ede.

Nu gaat het direct over het werk van Jezus en over Zijn persoon. Nu spreekt Hij wel.

Als iemand onder ede wordt gesteld, dan moet hij spreken als hij iets weet.



Vers 64

Profetie over de Mensenzoon.

Jezus citeert

Ze zullen eens zien wie Hij werkelijk is.


Van nu aan...

Het sanhedrin zal heel duidelijke dingen zien, dat Jezus Gods Zoon is.



Vers 65

Scheurde.

Volgens Leviticus 21:10 mocht de hogepriester zijn kleed niet scheuren. Volgens de wet was hij geen hogepriester meer en kon dus het paaslam voor het volk niet offeren. Zo bleef er 1 Lam voor het volk over, Jezus.



Vers 66

Veroordeling.

Volgens Lukas 23:50-51 stemde Jozef van Arimathea tégen. Waarschijnlijk ook Nicodemus, maar over hem lezen we dat niet.



Vers 68

Christus.

Men spot met Zijn alwetendheid. Als Gods Zoon zou Hij toch moeten weten wie Hem sloeg.



Vers 69

Andere volgorde.

In Lukas 22 is de volgorde anders:

  1. Verloochening.
  2. Jezus voor Sanhedrin.



Vers 74

Vervloeken en zweren.

Dit is wel een heel heftige ontkenning dat hij Jezus kent.

Het is meineed!



<