De gelijkenis van de tien maagden is een waarschuwing en een aansporing om altijd klaar te zijn voor de komst van Jezus, door je geloof levend te houden en je geestelijk voor te bereiden.
Het gaat niet over de bruid, want dat was nog een verborgenheid die pas aan Paulus duidelijk geopenbaard werd.
"Dan". De context!
"Dan" ziet terug op Mattheüs 24, de eindtijd, de tijd van de grote verdrukking. De context is de eindtijdrede van Jezus.
Hier gaat het om waakzaam zijn. We worden op een onverwacht moment opgehaald voor de bruiloft van het Lam. Deze opname van de gelovigen gaat samen met de eerste opstanding, de opstanding van de gelovigen.
Ook de komst van het koninkrijk der hemelen heeft alles met de wederkomst van Jezus te maken. Het is op aarde het koninkrijk met hemelse regels.
De eerste gelijkenis in
gaat over waakzaamheid.
In de gelijkenis van de maagden gaat het over het uitzien van de Joden naar hun Messias.
Messiasbelijdende Joden mogen mee naar de bruiloft. De ongelovige Joden niet.
Hetzelfde geldt voor ware christenen en schijngelovigen.
Probleem:
Lampen.
Gods woord is een lamp.
Gods woord was in de tijd van Jezus alléén het OT.
Joden dragen Gods woord naar de wereld.
Ook in de grote verdrukking zijn er 144.000 Joden die Gods boodschap brengen. (Maagden worden deze mensen genoemd)
Het zijn predikers nadat de gemeente is opgenomen.
10 genodigde meisjes.
Alle tien zijn ze genodigd tot de bruiloft. Ieder die in aanraking komt met Gods woord, wordt uitgenodigd.
God sluit niemand buiten, behalve diegene die zichzelf buiten sluit.
Meisjes.
Tegemoet.
De meisjes gaan de bruidegom tegemoet. Ze halen dan samen de bruid op. De bruidegom gaat NIET in het huis van de bruid. Samen zullen ze in de stoet terugkeren naar het huis van de vader van de bruidegom. Daar heeft de bruidegom een woonplaats gereedgemaakt.
De bruidegom tegemoet.
De bruidegom = Christus.
De Vulgata en de Syrische vertaling hebben achter het woord "bruidegom" nog toegevoegd:
Belangrijke volgorde.
Wijs of dwaas.
Jezus spreekt nog in een andere gelijkenis over wijs en dwaas. Een wijze en een dwaze bouwer.
Dwaas:
Een dwaas hoort wel Gods woorden, maar doet ze niet. De dwaas is dus ongelovig. Hij heeft wel Gods beloften en profetieën, maar hij gelooft ze niet. Wellicht, geen extra olie (=geloof)
Wijs:
Een wijze hoort Gods woord en dóét het. Een wijze gelooft en bouwt zijn levenshuis op de Rots Jezus. De wijze ziet ook uit naar de bruiloft. Jezus beloofde dat Hij ons zou ophalen.
Olie.
Heilige zalfolie is beeld van de Heilige Geest. Wij worden ook als koningen en priesters gezalfd met de Heilige Geest.
Lampolie is meestal niet het beeld van de Heilige Geest, maar wel in
Lampolie is hier een beeld van het geloof. Dan geef je licht.
Het lampje is beeld van Gods woord, het Oude Testament. Het NT was er toen nog niet. De lampolie in het kruikje is het geloof in Jezus.
De Joden hebben het Oude Testament, hun lampje geeft licht als ze geloven. Maar bij ongelovige Joden geeft de lamp, het OT, geen licht. Als Jezus, de Bruidegom-Messias komt en roept tot de bruiloft, dan gaan hun lampjes uit. Ze geloven niet in Hem: oliegebrek.
Wijzen nemen olie mee.
De wijzen wilden ten allen tijde hun licht laten schijnen. Dat was hun levenshouding, naar Jezus' woord.
Ze zien uit naar de bruiloft van het Lam. Ze verwachten Hem en zijn voorbereid. Het geloof in Jezus' woorden is de olie. Ook onder het OT was al bekend dat we uit geloof moeten leven.
Het gaat om olie = geloof.
Over de bruid lezen we niets.
Het hebben of niet hebben van de olie, het geloof, is het enige verschil.
Slapen.
Paulus roept ons op om niet te slapen, maar juist waakzaam te zijn. God heeft ons niet bestemd tot toorn.
De toorn van het Lam openbaart zich in de grote verdrukking.
Wie gelooft, wordt gered van die toekomstige toorn en mag naar de bruiloft van het Lam.
Te middernacht.
De grote verdrukking is de meest donkere periode in de geschiedenis.
Aan het begin van deze grote verdrukking komt Jezus terug en haalt de gelovigen op. Dan is ook de eerste opstanding.
Dan breekt de bruiloft van het Lam aan.
Geroep.
Mattheus 24:31 spreekt over de grote bazuin bij de wederkomst.
Over de laatste bazuin bij de opname van de gelovigen lezen we in:
Over deze laatste bazuin, over dit geroep gaat het hier.
Let op: hier wordt Gods eerste najaarsfeest, het bazuinenfeest, door Jezus vervuld, precies zoals Hij Gods vier voorjaarsfeesten precies vervulde.
Bruidegom.
De gemeente bestaat uit gelovige Joden en gelovigen uit de heidenen.
De gemeente is de bruid van Christus.
Probleem.
In deze gelijkenis lezen we niets over de bruid en horen de gelovige Joden, de vijf wijze meisjes, niet bij de bruid, maar bij de feestgangers. Dat is moeilijk uit te leggen.
Meisjes.
Dat zijn de Joden net vóór de grote verdrukking.
Geef ons van uw olie.
Olie = geloof in Jezus.
Geloof kunnen we niet aan een ander geven. Geloof is heel persoonlijk. Geloof is uit het horen van het woord van God.
Daarom... ga naar de verkopers, naar de predikers van het woord.
Onze lampen gaan uit.
Ze hadden waarschijnlijk nog natte lonten. Even brandden ze toen ze aangestoken werden, maar ze gingen uit.
In geen geval.
Wijsheid of geloof kun je niet delen met een ander.
Kopen.
Kopen = verwerven, maar zonder geld.
Uit genade zalig worden, door geloof. In het Nieuwe verbond opgenomen worden, kunnen wij niet geven. Het is Gods gave.
Verkopers.
De dwaze meisjes gaan niet mee als de gelovigen, de wijze meisjes, worden opgenomen om de bruiloft van het Lam mee te maken. Ze komen in de grote verdrukking.
Ze gaan naar de verkopers van olie.
1. De 144.000 Joden, predikers van het koninkrijk. Speciaal verzegeld voor deze taak.
2. Twee getuigen die de wereld bereiken met hun prediking.
Er is in de grote verdrukking nog tijd om Jezus als Messias aan te nemen.
Wie volhardt in ongeloof mag het koninkrijk niet binnengaan.
Ze gingen om olie te kopen.
Ze zijn te laat om mee te mogen naar de bruiloft. De opname van de gelovigen is voorbij en zij moeten de grote verdrukking meemaken.
Ook in de grote verdrukking komen er nog velen tot geloof, maar ze worden martelaren.
Gesloten deur.
Dat is de consequentie van het niet waakzaam zijn.
Ga olie kopen.
De dwazen zijn ongelovigen.
Er is nog hoop: ga olie kopen, dus kom tot geloof in de Messias Jezus. Juist dan zul je licht verspreiden.
Het is nooit te laat om tot geloof te komen en met de Heilige Geest vervuld te worden. In deze gelijkenis was het wel te laat om deel te nemen aan de bruiloft.
Ik ken u niet.
Er zijn 2 woorden voor kennen:
In deze gelijkenis staat "oida".
De dwaze Joden kennen Jezus (=ginosko), maar ze kennen (=oida) Hem niet echt, omdat ze Hem niet liefhebben.
Waakt dan.
Waken en bidden, wachten en geloven. Ze horen bij elkaar.
Wie waakzaam is en uitziet naar Jezus, moet zich ook afvragen of hij nog iets in orde moet maken en dat dan ook spoedig in orde brengen.
Wie gaan binnen?
Probleem.
De wijze meisjes zijn Messiasbelijdende Joden, maar die horen door geloof eigenlijk bij de gemeente, de bruid van Jezus.
In deze gelijkenis zijn de wijze meisjes bruiloftsgasten.
We lezen hier niets over de bruid.
Talent.
Dat is 36 kg goud of zilver.
Een talent was 60 ponden.
Een pond was 600 gram. Een pond was 600 daglonen van een daggelder.
Beloning.
Hier is talent een "gave" van de meester. Met die gaven moet gewerkt worden. We worden niet beloond naar het aantal talenten dat we kregen, maar we worden beloond naar inzet.
100% inzet, dan ook dezelfde beloning bij beide dienaren.
Talent=60 pond=6000 denaren. Een dagloner verdiende 1 denaar.
Ik kende u.
De valse Christen kent Jezus niet echt.
Bevreesd.
Waar angst is, is geen liefde.
De titel in HSV.
De titel is mensenwerk. Het oordeel in Mattheüs 25 is niet het laatste oordeel. Het láátste oordeel staat beschreven in
Zoon des Mensen.
Tronen in de Bijbel.
Jezus zit nu als Hogepriester aan de rechterhand van de Vader in Vaders troon.
Jezus' troon.
Davids' troon, waarop Jezus zal regeren over het huis van Jakob.
De troon der heerlijkheid waarop Jezus zal zitten als Hij de volken gaat oordelen. Waarschijnlijk is dit de troon van David.
Op deze troon zit Jezus ná Zijn wederkomst.
De grote witte troon. Die troon is er na het vrederijk. Hier vindt het eindoordeel plaats.
Komen in Zijn heerlijkheid.
De heerlijkheid begint met de wederkomst. Dan wordt het vrederijk werkelijkheid.
Jezus zal zitten op de troon van ZIJN heerlijkheid. Dat is de troon van David waarover Gabriël sprak.
Ook in Mattheus 19:28 lezen we over deze troon, omringd door andere tronen.
Wij komen mét Hem.
De gelovigen komen mét Jezus in heerlijkheid.
Ook de engelenlegers komen mee.
Volken.
Volken = ethnos.
Volken zijn hier alle volken.
Volken verschijnen vóór de troon van de heerlijkheid, maar er staan geen totale volken links en rechts van Jezus.
Uit die volken worden de schapen en de bokken geselecteerd. Onder elk volk zijn waarschijnlijk nog schapen.
Het eindoordeel in Openbaring 20 is aan het eind van het vrederijk. Daar is ook een andere troon, een grote witte troon. Hier, in Mattheüs 25, gaat het over oordeel over volken, over hoe zij zich gedroegen tegenover de minste broeders van Jezus.
Joel 3:2 profeteert er ook over.
Schapen.
Dit zijn gelovigen die in de grote verdrukking gelovig zijn geworden, want ze zijn niet bij de zalige opstanding en opname in de hemel opgenomen.
Bokken.
Het Griekse woord voor bok (eriphos) is anders dan voor geitenbokje. Jezus gebruikt in vs 32 (eriphos) en 33 (eriphion) beide woorden. Bokken zijn er maar weinig nodig. Jakob geeft Ezau 200 geiten en 20 bokken.
Een geitenbokje (eriphion) had niet veel waarde. De scheiding schapen-bokken wordt bepaald door de waarde en niet door de kwaliteit.
Ooien hebben veel waarde, bokjes heel weinig.
Mijn broeders.
Die broeders kunnen zijn:
De omringende volken joegen 800.000 Joden weg na 1948 en die Joden lieten miljarden achter. Nooit kregen ze een cent vergoeding.
In Europese landen zijn eeuwen de Joden zwaar vervolgd en verjaagd. De volken in de VN belasteren de Joden, nemen motie na motie aan en veroordelen Israël.
Veel volken vervolgen gelovige Christenen.
De Koning.
Die Koning is Jezus. Hem hebben de gedaagden niets gegeven of niet bezocht.
Als Jezus wederkomt, zal Hij koning zijn.
Dat wordt Hij kort vóór Zijn wederkomst.
Beërf het koninkrijk.
Dit oordeel is vlak voor het Messiaanse vrederijk. Het is dus niet het oordeel voor de grote witte troon, want dat oordeel is ná het vrederijk .
Beërven is toekomstig. We zullen het vrederijk beërven, dat is het koninkrijk op aarde. Dat vangt aan bij de wederkomst.
Vanaf de grondlegging.
Probleem.
In de grote verdrukking worden de broeders van Jezus zwaar vervolgd. Er zijn dan nog wel mensen die hen helpen of bezoeken.
Hebben deze "schapen" ook het teken van het beest geweigerd?
Want u hebt...
Gelovigen hebben zich met Christus bekleed.
Ze hebben een roeping in dit leven en die roeping moeten we waar maken.
De vraag vd rechtvaardigen.
De rechtvaardigen zijn verbaasd. Om zo te doen hoorde bij hun nieuwe leven. Dat vonden ze normaal. Ze wilden zo leven, zoals Jezus het zelf had gedaan.
Geringste broeders.
Broeders zijn gelovigen, uit Joden en heidenen.
Zij zijn zwaar vervolgd in de grote verdrukking. Ze konden niet kopen of verkopen.
De geringste broeder zal ook ervaren dat "Jezus bij hem komt" als een mens hem goed doet.
Broeders:
Vervloekten.
Door ongeloof roept men de vloek over zichzelf af.
Hier zie je een tegenstelling met vers 34.
Daar staat: "gezegenden van Mijn Vader".
De hel.
Die hel is oorspronkelijk voor de duivelen bedoeld en niet voor mensen. God wil niet dat mensen verloren gaan.
Mensen komen in de hel door onwil en ongeloof.
Moeilijk te begrijpen.
Hel wordt ook wel "buitenste duisternis" genoemd. Dat wordt moeilijk als het ook "eeuwige vuur" heet, want vuur geeft licht.
Eeuwige straf.
De antichrist en de valse profeet zijn al in de hel.
Zie aantekeningen bij vers 41.