Hoofdstuk 23


Vers 1

Wanneer zegt Jezus dit?



Vers 2

Farizeeën.

= afgescheidenen.

Ze scheidden zich af van de massa, die de wet niet kende.



Vers 3

Zelf doen ze het niet.



Vers 5

Kwastjes.

In een kwastje zat een purperen draad. Daar moest men veel naar kijken en dan aan de wet denken. De farizeeërs maakten extra grote kwastjes.



Vers 9

Niemand uw vader noemen.

Het gaat hier waarschijnlijk over een "geestelijke vader".

Zo laat de paus zich " heilige vader" noemen.

Een rabbi liet zich ook "vader" noemen.



Vers 10

Meesters.

Jezus keurt de heerszucht af. We moeten niet heersen, maar dienen.



Vers 15

Hel.

= gehenna, dus het helse vuur.



Vers 16

Het zweren van een eed.

De schriftgeleerden maakten de wet zo dat die haalbaar was.

Een eed bij Gods Naam was onherroepelijk. Daarom zochten ze andere eedsformules. Daar kon je nog onderuit komen. Maar... ze maakten Gods geboden krachteloos.



Vers 23

Het geloof.

God vraagt geloof.

Het is Gods gebod om te geloven.



Vers 24

Mug uitzift.

Heel nauwkeurig zeven, filteren.

Men zeefde een mug uit een glas wijn, maar een kameel slikte men door. dwz men lette op onbenulligheden maar op belangrijke dingen, zoals dingen van eeuwigheidswaarde, lette men niet.



Vers 29

Graven bouwen.

Ze bouwen grafmonumenten.



Vers 31

De farizeeërs erkennen , door dit te zeggen, dat ze bloedverwanten zijn van de moordenaars van de profeten.



Vers 33

Hel.

=gehenna, het helse vuur.



Vers 35

De profeet Zacharia.

Kronieken is in de Hebreeuwse bijbel het laatste boek. In 2 Kronieken 24:20-21 wordt over Zacharia geschreven. Van Abel tot Zacharia is dus de hele Hebreeuwse bijbel.

Jezus noemt dus de eerste die gedood werd en degene die in de Hebreeuwse bijbel als laatste gedood wordt.


Hier wordt ws Zacharia de zoon van de hogepriester Jojada bedoeld. Waarschijnlijk was Berechja het hoofd van een priestergeslacht.

In Jesaja 8:2 komt een Zacharia, zoon van Jeberechja voor.

Ook Zacharia vh bijbelboek is de zoon van Berechja. Zacharia 1:1.



Vers 37

U hebt niet gewild.

Stefanus zegt iets dergelijks in

Jesaja heeft deze klacht van Jezus voorspeld.



Vers 38

Uw huis..

Het gaat over de tempel.

Die zal verwoest blijven, totdat...Christus terugkomt.

Een letterlijke tempel is verwoest, een letterlijke tempel zal verrijzen.

Christus' troon zal staan in de binnenste voorhof volgens Ezechiel 43:5-7.



Vers 39

Totdat.

Israël wordt als volk terzijde gezet, totdat ze Jezus als Messias erkennen.

Dit vers maakt een eind aan de vervangingsleer.

De kerk heeft Israël niet vervangen. Jezus zal :

Dit "totdat" vinden we vaker:



<