Hoofdstuk 21


Vers 1

Bethfagé.

=vijgenhuis.


De datum.

De intocht was op 10 Abib. Dus 4 dagen vóór de kruisiging.

Jeruzalem.

Het Pascha mocht alléén in Jeruzalem gevierd

worden. Alléén daar mochten de paaslammeren geslacht worden. Daarom ging Ons Paaslam ook naar Jeruzalem.

Volgorde

10 Abib was ook de datum waarop Israël door de Jordaan trok. Jozua 4:19.



Vers 3

De eigenaar van de ezelin was een gelovige.



Vers 4

Profeet.



Vers 5

Het jong van een ezelin.

Deze uitdrukking wil zeggen dat het veulen nog gezoogd werd en dat er nog niemand op gezeten had.

Er is een verbinding met Genesis 49:10-11. Daar gaat het over Jezus, Silo. Hij zal het jong van de ezelin aan de wijnstok binden.

Door op een ezelsveulen Jeruzalem binnen te gaan, claimde Jezus dat Hij de Messias was.



Vers 7

Rijdier.

Jezus rijdt op het veulen, een hengst volgens

Waarom staat hier ezelin?

Het moederdier ging mee, want anders zou het veulen tegenstribbelen. Beide dieren waren bij de intocht.


Het enige rijdier met een kruis.

Jezus' rijdier heeft een kruis op de rug.

Op een kruis komt Jezus Jeruzalem binnen en met een kruisbalk gaat Hij Jeruzalem uit.



Vers 9

Hosanna.

= HEERE help toch.

= HEERE geef heil.


Het volk zingt uit

"hemelen" ontbreekt in de grondtekst.


Opnieuw zingen bij Jezus' wederkomst.

Volgens Mattheus 23:39 zal dit weer gezongen worden als Jezus wederkomt op de Olijfberg.



Vers 11

Jezus, de profeet.



Vers 12

De tweede tempelreiniging.

In Johannes 2 staat de eerste tempelreiniging.


Wanneer?

In Markus 11:12 staat dat de tempelreiniging de volgende dag gebeurde, dus de dag ná de intocht, dus 11 Abib.


Waar?

De kooplui stonden waarschijnlijk in het voorhof van de heidenen.


Alles moet eruit op 1 Lam na.

Er bleef in de tempel maar één Lam over en dat was Jezus.

Ook de geldwisselaars moesten weg. Het Lam Gods is onbetaalbaar en bovendien gratis.



Vers 13

Een huis van gebed.

In Jesaja 56:7 staat er nog iets achter nl : voor alle volken.

Jezus laat dat stukje hier weg. Dat stukje is nog voor de toekomst, de tempel in het vrederijk.


Rovershol.

Ze beroven God van Zijn eer. De handelaren zijn ik-gericht, ze willen verdienen. Zo belemmeren ze de mensen om God te dienen.



Vers 14

Hij genas hen.

Jezus laat door deze genezingen zien dat Hij de Messias is. Jesaja heeft dat voorzegd.



Vers 15

Wonderen en zang.

De schriftgeleerden ergeren zich, want de wonderen van Jezus en het gezang van de kinderen maken duidelijk dat Jezus de Messias is.

Ook de intocht op de ezel liet dat zien.



Vers 16

Lof tot stand gebracht.

In Psalm 8:3 staat "sterkte".

Dus de "sterkte" van Gods volk is de "lofprijzing".


Jezus geeft ook een hint.

In Psalm 8:3 staat ook hoe God /Jezus de farizeeërs ziet.

Wat hadden de Joodse leiders moeten doen?

Ze hadden het vervolg van het gezang van de kinderen moeten uitvoeren.

Ze hadden Jezus moeten "zegenen uit het heiligdom".

In de tempel lag een kroon voor de "Spruit", voor Jezus.

Die kroon hadden ze Hem deze kroon opzetten en Hem als Messias moeten erkennen.



Vers 18

's Morgens vroeg.

Volgens Markus 11:12 was de tempelreiniging op de dag ná de intocht, dus op 11 Abib.

Dan is " 's morgens vroeg" dus op 12 Abib.



Vers 19

En vond niets.

3x per jaar vruchten was mogelijk.

Als wintervijgen of vroege vijgen ontbraken was dat een teken dat de boom onvruchtbaar was.


Vijgenboom.

Hier het beeld van Israël.

Bij de zondeval was het vijgenblad al een beeld van eigen werken.

Israël wilde ook door eigen werken zalig worden. Dat vervloekt Jezus.

Uit Israël geen vrucht meer in dit tijdperk. (=aioon)

In het volgende tijdperk ( toekomende eeuw, toekomende aioon) , het Messiaanse tijdperk, dan zal er voor Israël rijke vrucht zijn.

Heel Israël zal zalig worden. Romeinen 11:25-26.


Verdorde direct.

De boom begon direct dood te gaan, maar de verdorde boom zagen de discipelen pas de volgende dag, 13 Abib.

Markus 11:20.



Vers 22

Gebed.

Het gebed moet putten uit Gods beloften. Op het gebed wordt alles ontvangen, omdat het beloofd is.

De beloften zijn onze geloofsgrond. Test de goddelijke beloften. Door gebed worden ze werkelijkheid voor wie gelooft.



Vers 24

Jezus stelt een tegenvraag.

Jezus wil het antwoord op hun vraag niet omzeilen, maar wil het antwoord uit hun eigen mond horen.

In Mattheus 3:17 klonk Gods stem toen Jezus door Johannes de Doper gedoopt was. Daar stonden de farizeeërs bij. Johannes had het hen ook heel duidelijk gezegd.

Ze konden dus heel goed weten, Wie aan Jezus de bevoegdheid gaf.

Nú moeten ze het hardop zeggen, maar dat willen ze niet.



Vers 26

Vrees voor de menigte.

In Mattheus 21:46 lezen we over dezelfde angst toen ze Jezus wilden arresteren.



Vers 27

Dan zeg Ik u ook niet..

Als mensen geen goddelijk gezag kunnen herkennen wanneer het tot hen komt, dan zal geen enkel argument of teken hen overtuigen.



Vers 28

De eerste zoon.

Dat zijn de zondaren.

Ze zeggen met hun daden "nee" tegen God, maar ze komen wel tot inkeer, bekering.



Vers 30

De tweede zoon.

Dat zijn de farizeeërs. Ze zeggen "ja" tegen God, maar "nee" tegen Zijn Zoon.

God wil dat ze zullen luisteren naar Zijn Zoon, die Gods woord brengt, maar ze luisteren niet.



Vers 32

Weg van de gerechtigheid.

Dat is de levensweg en boodschap die overeenkomt met Gods wil.

De weg van de gerechtigheid begint met berouw over zonde, omkeer van hart, en terugkeer tot God, bekering dus.

Dat predikte Johannes: " Bekeer u, want het koninkrijk van de hemelen is dichtbij gekomen".

“Gerechtigheid” betekent in de Bijbel vaak:

Johannes riep mensen op tot concrete vruchten:

Johannes wees niet op zichzelf, maar op Jezus Christus:

Dus de weg van de gerechtigheid is ook: de weg die leidt tot geloof in Christus.

De “weg van de gerechtigheid” is:
de door God gewezen weg van bekering, gehoorzaamheid, oprechtheid en geloof in de komende Messias.
Johannes leefde die weg zelf én predikte die weg aan anderen.



Vers 33

Wijngaard.

= Israël.

Landbouwers.

= geestelijke leiders.



Vers 34

Tijd van de vruchten.

Volgens Leviticus 19:23-25 oogstte men pas 5 jaar ná de planting van de wijnstokken.


Dienaren.

= profeten.



Vers 35

Dienaren.

= profeten.


Gedood.

Gestenigd.

Zacharia, volgens



Vers 36

Meer in aantal.

"In aantal" staat NIET in de grondtekst.

"Meer" kan ook betekenen:

belangrijker.

Dus: belangrijkere dienaren.



Vers 37

Zoon.

=Jezus.


Wat de pachters met de Zoon doen, dat doen de bouwers met de Hoeksteen.



Vers 38

Jezus is de erfgenaam.

Jezus is de erfgenaam van de Vader. Wij, gelovigen, zijn mede-erfgenamen met Christus en ook erfgenamen van God.

Besef jij die rijkdom wel?

Er wordt in de hemel een erfenis voor de gelovigen bewaard.



Vers 41

Andere landbouwers.

In Lukas 20:16 geeft Jezus zelf het antwoord.

De andere landbouwers = gemeente.

Voortaan is het uitgesloten om als gebóren Jood bij het koninkrijk Gods te behoren. Nu moet je wedergeboren zijn om het koninkrijk van God binnen te gaan.

Dat konden de Joden zeker weten vanuit de Schrift.



Vers 42

Hoeksteen.

De Joden verwerpen de Steen.

Die verworpen Steen wordt de Hoeksteen voor de gemeente.

De Hoeksteen was het fundament.

Je kunt ook óp die Hoeksteen vallen.

Het kan ook een sluitsteen zijn.

Deze sluitsteen was de sluitsteen in de poortboog.

Volgens vers 44 zou de steen op je kunnen vallen.



Vers 45

Psalm 118:22.

Jezus citeerde uit Psalm 118:22. De farizeeërs begrepen Zijn hint.



<