Hoofdstuk 6


Vers 6

Dode ziel.

Voor lichaam staat er letterlijk:

De Nazireeër mocht niet bij een dode persoon komen.

Dus: de ziel leeft NIET eeuwig. De geest leeft eeuwig.

Nefesj = ziel, persoon.

Invloed van Grieken (Plato)

Plato ging ook uit van ziel=leven. Maar volgens hem kon de ziel dus niet dood gaan. Zo bedacht hij dat de ziel eeuwig leeft.


Ziel is lichamelijk.

Maar de ziel hoort bij het lichamelijke.

Dieren hebben een ziel.

In Mattheus 6:25 is voedsel nodig voor het leven (=psyche)

1 Corinthiërs 15:44-46 spreekt van een psychisch lichaam (= natuurlijk lichaam)

Moeilijk:

Het lichaam kan gedood worden, maar mijn persoon (ziel) niet. Ik ben meer dan lichaam. Ik ben ook geest.


Stellingen.

Zijn wij een ziel, met geest en lichaam

Zijn wij een psychisch lichaam (natuurlijk lichaam) waarin onze geest woont?



Vers 18

Hoofdhaar.

Het lange haar was een teken van toewijding en onderwerping aan God.



Vers 24

De zegen in Numeri 6:24-26.

De zegen bestaat uit 3 zinnen.

De eerste zin heeft 3 woorden= 15 letters.

De tweede zin heeft 5 woorden= 20 letters.

De derde zin heeft 7 woorden=25 letters.

Toeval?

Het aantal woorden nemen steeds met twee toe.

De letters steeds +5.

Er zit verbreding in. Vgl. de tempelrivier in Ezechiel 47.

De zegen eindigt met sjaloom.

De totale zegen heeft in het Hebreeuws 15 woorden en 60 letters.


Wat is het gevolg als God zegent?

Voorwaardelijke zegen.

De priesters legden deze zegen op Israël, en God zál Israël zegenen.

Die zegen moet in geloof aanvaard worden.

Maar uiteindelijk zegende God Israël NIET. Dat kwam omdat Israël zich afkeerde van God en Hem niet echt nodig had.

Een wensende zegen?

In onze vertaling is deze zegen een wensende zegen. Het kan ook als volgt vertaald worden:

Dat klopt eigenlijk beter met vers 27: Ik zál hen zegenen. God legt werkelijk Zijn zegen op hen die Hem vrezen. Dat is geen wens.

Mogen wij die zegen voor Israël zomaar overnemen?

God zegent mensen die Hem vrezen.

Gelovigen zijn koninklijke priesters.

Omdat gelovigen ook priesters zijn, mogen zij ook zegenen!

Zegen (=loof) God.

Zegen jouw kinderen. Je wenst dan dat God hen zal zegenen, dat God hen groter zal maken.

Zegen anderen.

Zegen degene die je vervolgt.

We zijn zelfs geróépen om te zegenen.

Zegenen is een geloofsdaad.

We zijn geróépen om te zegenen.

We moeten dus geloven in de ontvangen autoriteit en opdracht van God om mensen te zegenen.

We moeten ook geloven in Gods bereidheid om die uitgesproken zegen in de ander te realiseren.

Mozes zegent het volk.

Tegelijk vraagt Mozes als hij zegent of God wil zegenen.

Wij zegenen in de Naam van de HEERE.

Wat is zegenen?

Dat is goede dingen zeggen of goede dingen doen.

Je spreekt een ander het goede van God toe of je spreekt dat over een ander uit.

bârak =

Wees een zegen voor een ander.

Kalebs dochter vraagt een zegen en ze ontvangt van Kaleb waterbronnen.

Abigaïl brengt David een zegen door voedsel te geven.

Naäman wil Elisa een zegen geven. Hij wil geschenken geven voor zijn genezing.

De gemeente van Korinthe wil een zegen geven aan Jeruzalems gemeente en houdt een collecte.

Gods belofte.

Wie anderen zegent, wordt zelf gezegend.

Wat wordt zoal door God gezegend?

Voorbeelden van zegeningen.

Wie zegenen er?

Wat is er nodig om Gods zegen te ontvangen?

Mógen gelovigen ook zegenen of móeten ze dat, of mogen ze dat niet?

Gelovigen zijn ook priesters, een koninklijk priesterschap.

Mensen kunnen ook God zegenen. Hoe doen we dat?

Is zegenen het uitspreken van woorden of heeft het ook nut?



Vers 25



Vers 26

Geve u vrede.



Vers 27

Mijn Naam.

3X staat in de zegen de naam HEERE. Dit is Zijn Naam.

Díe Naam wordt op het volk gelegd.



<