Hoofdstuk 5


Vers 2

Vloeiing.



Vers 18

Bitter water.

Het water smaakt niet bitter, maar kan wel een bittere uitwerking hebben als de vrouw schuldig is.

Dit water is door de priester vervloekt.

De vrouw drinkt het.

Als de vrouw niet schuldig is aan echtbreuk, dan zal het vervloekte water ook geen slechte uitwerking hebben. Het heeft dan geen bittere uitwerking.

Gelovigen hoeven niet bang te zijn voor vervloekingen.

Dit is een godsoordeel. Dat is bindend.



Vers 21

De eed.

De vrouw zegt: "Amen, amen". Ze accepteert daarmee het godsoordeel.

De vrouw is onschuldig, tenzij God laat zien dat het anders is.

In Israƫl hoeft de vrouw haar onschuld niet te bewijzen.



Vers 22

Opgezwollen buik.

De baarmoeder zwelt op, zodat er geen kind in kan groeien. God straft dan met onvruchtbaarheid. Als de vrouw schuldig wordt bevonden, wordt ze niet gedood. Dat is een teken van Gods genade. Jezus zal de vloek dragen.

Bij onschuld zal ze het tegengestelde ervaren. Ze wordt gezegend met kinderen.



<