Hoofdstuk 25


Vers 1

Ontucht van Israël.

Dit gebeurde ná advies van Bileam.

Openbaring 2:14.

Psalm 106:28. Ze aten offers, gebracht aan de afgoden.


Israël los van God.

Bileam kreeg God niet los van Israël. Dan moest hij maar proberen om Israël los te maken van God.

Zo haalde Israël zelf de vloek over zich.



Vers 2

Psalm 106:28



Vers 3

Baäl-Peor.

Dit is dezelfde god als Kamos, maar Kamos is zijn naam als oorlogsgod.



Vers 4

De hoofden meenemen..

Hoofden = rechters die Mozes meenam.

Mozes moest de rechters (=hoofden) , zie vers 5, meenemen om de schuldigen (=hen) te veroordelen. De schuldigen krijgen hun verdiende straf.

Eerst gestenigd en daarna werden de lijken "tegenover de zon" opgehangen aan palen. Dat was een vloek.



Vers 6

Een man.

Dat was Zimri, volgens vers 14. Hij was een vorst in Israël. Hij bracht Kozbi, vers 15, naar het legerkamp van Israël. Zo verplaatste het afgodische feest zich naar het legerkamp van Israël.

Zimri deed dat openlijk.



Vers 7

Pinehas.

Pinehas is een Egyptische naam. Betekent: neger, mogelijk was hij donker getint.



Vers 9

24.000.

In 1 Corinthiërs 10:8 staat 23.000 op één dag. Er kwamen er dus nog 1000 om door rechterlijke vonnissen. Hier, in Numeri, staat het totale aantal, 24.000



Vers 12

Verbond van vrede.

Een eeuwig verbond.

Vrede = shalom.

Shalom staat hier afwijkend op de thorarol: de letter vav is gebroken. Vav is letter 6, letter van de mens. De Thora gaat dus over een gebroken mens.


De zonen van Pinehas zullen priesters zijn, zolang het Joodse volk als natie bestaat.

Verbond van vrede.



Vers 13

Een eeuwig verbond.



Vers 15

Wat Pinehas deed ging in tegen elke wet van gastvrijheid. Gevolg was oorlog met Midian.



Vers 17

Midian.

Midian was een zoon van Abraham en Ketura.


Strijd met Midian en Moab.

Dit staat in Numeri 31.

Wat Pinehas deed, ging in tegen elke wet van gastvrijheid.

Oorlog was het gevolg.



<