Hoofdstuk 2


Vers 1

Tegen de priesters.

Ook in hoofdstuk 1 sprak God tegen de priesters.



Vers 2

Zegen of vloek

Ooit vervloekte Jakob zijn zoon Levi omdat hij Sichem had uitgemoord.

God veranderde dat in een zegen, omdat Levi niet het gouden kalf had vereerd bij Sinaï. Levi werd de priesterstam.

Maar nú leven de priesters weer niet naar Gods geboden. God dreigt nu de zegen te veranderen in een vloek.


Een vloek over iemand uitspreken kan grote gevolgen hebben. Daarom mocht Bileam ook geen vloek over Israël uitspreken. God had dat volk gezegend.

God sprak ook vervloekingen uit over Israël. Ze staan in

Die hebben het volk getroffen toen het God niet wilde dienen. Dat was vreselijk!

Hoe erg is een vloek?

Na de zondeval werd de aarde vervloekt. Een vreselijk gevolg.

De ongelovige mens is vervloekt en zal omkomen als hij ongelovig blijft.

Om ons van die vloek te verlossen moest God Zijn enige Zoon geven. Jezus is een vloek geworden.

Voorbeelden van vloeken.

Vervloeking in de naam van God of goden vinden we in:

Geslacht van Kanaän, zoon van Cham.

Vervloekt wie Israël vervloekt.

Vervloekt degene die Jericho opbouwt. Dat kost mensenlevens.

Gibeonieten vervloekt. Ze werden tempelslaven.

Goliath vervloekt David bij zijn afgoden. Deze vloek had geen invloed op David.

Simeï vervloekt David. Simeï wordt later door Salomo gedood.

De moeder van Micha spreekt een vloek uit over de dief van haar geld. Die dief was haar zoon Micha.

Elisa vervloekt de scheldende kinderen van Bethel en er sterven 42 kinderen.

Vervloekt is wie Jezus niet liefheeft.

Wie een vals evangelie verkondigt, wordt vervloekt.



Vers 3

Mest op uw gezicht

Ieder zal een afkeer van de priesters hebben.



Vers 4

Verbond met Levi.

Met Pinehas, de kleinzoon van Aäron, richtte God een verbond van vrede op, een eeuwig verbond.



Vers 5

Mijn verbond met hem

Numeri 25:11-13



Vers 6

Voorbeeld van Jezus

Als je de verzen 6 en 7 leest, denk je aan Jezus.

De priesters moesten Hem ook afbeelden.



Vers 8

U bent afgeweken

Het is nu zo anders dan vroeger.

Nehemia 13:15-18



Vers 10

Allen één Vader.

Ze horen allemaal bij hetzelfde volk. Toch kiezen ze heidense meisjes tot vrouw. Zo ontheiligen ze het verbond dat God sloot.

Nehemia, tijdgenoot van Maleachi, keert zich tegen dezelfde zonde.



Vers 11

Het heilige van de HEERE.

Juda ontheiligt het heilige van de HEERE. Wat is dat?



Vers 13

De tweede volkszonde.

De verstoten Joodse vrouwen hebben veel verdriet. Toch gaan de mannen "vroom" offeren. God wil zulke offers niet. Het is schijnheilig.



Vers 14

Uw verbond.

Dit huwelijksverbond heet zelfs: verbond van God.



Vers 15

Heeft Hij er niet maar één gemaakt.

Moeilijk te vertalen.

  1. God maakte voor Adam slechts 1 vrouw. De Joden nemen naast hun Joodse vrouw ook heidense vrouwen.
  2. Anderen vertalen: maar heeft de enige (=Abraham) dat ook niet gedaan? En hij had een uitnemende geest. Hij zocht een zaad Gods.

Dus: het volk heeft een weerwoord tegen Maleachi.

Maar: Abrahams doel was heel anders. Abraham zocht het beloofde kind. De Joden nemen meer vrouwen voor seksuele bevrediging.



Vers 16

Geweld bedekt..

Naar de buitenwereld doen de Joden net of ze heel goed zijn voor hun vrouw.



Vers 17

Waar is de God van het oordeel?

God zelf geeft daarop antwoord in het volgende vers.



<