Hoofdstuk 5


Vers 2

Wie is Hij?

Grootte van de boekrol.

De rol is even groot als het Heilige van de tabernakel.

Hij is even groot als ½ van het Heilige der Heiligen van de tempel.

Deze rol komt mogelijk uit de woonplaats van God.

De lengte van de rol is niet uitzonderlijk, maar de breedte wel.

Er staat dus echt veel op.


Inhoud van de rol.

De rol bevat de vloek van God over de zondaren, vooral diegenen die stelen en vals zweren.

De rol vliegt, dus de vloek komt snel en is bedreigend. De rol komt in het huis van de overtreder en blijft daar tot de straf voltrokken is. De zondaar wordt weggevaagd. God wil een heilig volk.



Vers 3

Land.

Land kan ook aarde zijn.


Vloek.

Dit is een oordeel van God over zonden.

Dat oordeel staat in de tekst van deze vliegende boekrol.


Een vloek over iemand uitspreken kan grote gevolgen hebben. Daarom mocht Bileam ook geen vloek over Israël uitspreken. God had dat volk gezegend.

God sprak ook vervloekingen uit over Israël. Ze staan in

Die hebben het volk getroffen toen het God niet wilde dienen. Dat was vreselijk!

Hoe erg is een vloek?

Na de zondeval werd de aarde vervloekt. Een vreselijk gevolg.

De ongelovige mens is vervloekt en zal omkomen als hij ongelovig blijft.

Om ons van die vloek te verlossen moest God Zijn enige Zoon geven. Jezus is een vloek geworden.

Voorbeelden van vloeken.

Vervloeking in de naam van God of goden vinden we in:

Geslacht van Kanaän, zoon van Cham.

Vervloekt wie Israël vervloekt.

Vervloekt degene die Jericho opbouwt. Dat kost mensenlevens.

Gibeonieten vervloekt. Ze werden tempelslaven.

Goliath vervloekt David bij zijn afgoden. Deze vloek had geen invloed op David.

Simeï vervloekt David. Simeï wordt later door Salomo gedood.

De moeder van Micha spreekt een vloek uit over de dief van haar geld. Die dief was haar zoon Micha.

Elisa vervloekt de scheldende kinderen van Bethel en er sterven 42 kinderen.

Vervloekt is wie Jezus niet liefheeft.

Wie een vals evangelie verkondigt, wordt vervloekt.

Een vloek zonder reden komt niet aan.

Een goddeloze die de vloek lief heeft, zal er zelf door getroffen worden.

Stelen en valse eed.

Twee zonden worden met name genoemd.

  1. Stelen betreft de verhouding tot de naaste en tot God. Alles in Israël is eigendom van God. Stelen is tegelijk ook stelen van God. Maleachi 3:8.
  2. De valse eed betreft de verhouding tot God en verhouding tot de naaste.

Vals zweren raakt ook direct de heerlijkheid van God en benadeelt de naaste.

Weggevaagd.

Het is hier duidelijk dat de vloek een vreselijke uitwerking heeft.

Hier gaat het over het vrederijk. De heerlijkheid van God is terug in de tempel. Jezus regeert.

Het land Israël is dan heilig land. Daar worden geen openlijke zonden meer geduld.

Het land wordt van zonden gezuiverd.


Vloek / eed.

Dit is een andere "vloek" dan die in Zacharia 5 wordt bedoeld.

Als de rechter een getuige wil hebben kan hij een "vloek" = eed uitspreken.

Een getuige die deze vloek wel hoort, maar zich niet bij de rechter meldt, maakt zich schuldig.

IJdel gebruik van Gods naam wordt in de bijbel nooit "vloeken" genoemd.



Vers 4

God rekent af.

De goddelozen zullen uiteindelijk omkomen. De rechtvaardigen zullen de aarde beërven.

Jezus werd een vloek voor hen die in Hem geloven.

Hout en stenen.

Vóór deze beide woorden staat het woordje "eth". Meestal wordt dat niet vertaald.

Als we dat wél vertalen staat er: hout en stenen worden totaal vernietigd.



Vers 6

Efa.

In het vorige visioen zag Zacharia een vergrote boekrol. Hier ziet hij een vergrote efa, want er past een vrouw in. Zacharia kende een efa wel, maar nu de efa zo groot is, vraagt hij toch wat dit is.


Dat is het oog...

Letterlijk:

Anders vertaald:

Dit laatste klopt beter met vers 7-8.

Die vrouw in de efa is dé goddeloosheid.


Luther:

Groot nieuws:

NIV.

Afrikaanse bijbel.

NBV.



Vers 8

Vrouwe Goddeloosheid.

Deze vrouw stelt de ultieme verdorvenheid voor.

Ze wordt weggedaan.

Dit wegdoen van de goddeloosheid zal dus aan het eind van de grote verdrukking gebeuren.

Een vrouw.

Een religieuze verhouding wordt vaker door een vrouw voorgesteld.

Zonde is net als een vrouw:

Spreuken 7.


Opgesloten.

Vrouwe Goddeloosheid is opgesloten, maar dat is niet genoeg. Ze moet weg naar haar oorsprong, naar Babel. Het gaat hier waarschijnlijk over afgoderij. Dat begon in Babel met de torenbouw.


Afgoderij.

Gewicht.

Vóór het woord "gewicht " staat het woordje "eth". Als we dat woordje wél vertalen staat er:



Vers 9

De verzen 9-11 zijn zeer omstreden.


2 vrouwen.

Vreemd: vrouwen met vleugels.

Zijn dat medestanders van vrouwe Goddeloosheid?


Ooievaars.

Weggevoerd.

De zonde gaat nooit vanzelf weg. Dat wegvoeren kost altijd moeite.



Vers 11

Sinear.

Dat is de streek waarin Babylon ligt.

Daar begon de goddeloosheid met de torenbouw.

Nimrod vestigde daar zijn koninkrijk.

God rekent af met afgoden.

Op haar voetstuk geplaatst.

We lezen niet dat vrouwe Goddeloosheid uit de efa mag.

Ze is blijvend gevangen.


Is het huis gereed..

Dit gaat over een definitieve verblijfplaats.

De goddeloosheid wordt blijvend afgescheiden.

Dit is een eindtijdvisioen. Aan het eind van de grote verdrukking gaan de antichrist en de valse profeet in de hel.

Ook satan gaat naar een gevangenis. Hij gaat in de afgrond, in Hades.



<