Hoofdstuk 1


Vers 1

Zacharia.

Wanneer?

Ongeveer november 520 v C.

Het was minstens 2 maanden na het optreden van Haggaï.

Tijdsaanduiding.

Díe tijdsaanduiding is nu naar de regering van overheersers.

Dat begon al bij

De tijden van de heidenen zijn toen begonnen.

De tijd van de wereldrijken is aangebroken. Het 2e rijk, het rijk van Meden en Perzen, is aan de macht.

Darius.

Darius Hystaspes.

Dit betekent: Darius de zoon van Hystaspes.

Hij is dezelfde persoon als Darius I de Grote, de voorganger van Xerxes I, Ahasveros uit de bijbel.

Darius I de Grote vocht tegen de Grieken bij Marathon, maar hij verloor.

Pheidippides bracht de boodschap van de overwinning in Athene.


Profetie.

  1. Dat is geïnspireerd uitspreken van Gods boodschap.
  2. Een boodschap naar voren brengen uit het geïnspireerde woord. Dit bestaat nog steeds. 1 Corinthiërs 14:3.



Vers 2

Zeer toornig:

Steeds had Israël Gods oproep naast zich neergelegd.

Daarom werd God zo toornig en daarom kwam het volk in ballingschap.

De heidenvolken deden wreder met Israël dan God wilde. Daarom werd God ook toornig op de heidenen.



Vers 3

Hen:

"Hen" = Joodse volk.

Nooit hebben de laatste profeten hen "Góds volk" genoemd. Lo-ammi (= niet Mijn volk) was niet herroepen.

Keer terug naar Mij.

God roept op tot actie.

Mensen kunnen dus echt in actie komen. Als dat gebeurt, dan zal God tot hen terugkeren.

God komt met Zijn woord. God is de eerste. De mens moet gehoorzamen aan Gods bevel en zich bekeren.

Gehoorzamen = geloven.

Hoe belangrijk God bekering vindt, lees je in

Bekering of geen bekering kan Gods plan totaal veranderen.

Na onbekeerlijkheid van mensen kan God zelfs zijn gegeven woord herroepen.

Dat gebeurde in het geslacht van Eli.

Er schortte veel aan de morele toestand van het volk in de tijd van Zacharia.

Heere van de legermachten.

Wat zijn die legermachten?

  1. Engelenlegers: Psalm 148:2.
  2. Sterrenmenigten: Jesaja 40:26.
  3. Legers van Israël: 1 Samuel 17:45.



Vers 4

Wat zeiden de vroegere profeten?

Zij luisterden niet:

De oorzaak van Gods toorn wordt door de profeten duidelijk benoemd.

Sloegen geen acht op Mij.

De goddeloosheid van het volk was erg krenkend voor God.


Bekering.

Dat we ons bekeren is wel heel belangrijk. Ook voor gelovigen is dagelijkse bekering nodig.

Anders "zwaait er wat".



Vers 5

Waar zijn zij?

De vaderen zijn omgekomen in de strijd tegen Nebukadnezar. Of ze zijn in ballingschap gestorven.

De válse profeten zijn er ook niet meer. Wat zij profeteerden kwam niet uit.



Vers 6

Gods woord komt uit.

Gods profeten kondigden Gods straf aan en die straf kwám over de voorvaders.

Ze kwamen in ballingschap en zijn daar gestorven.

Ook Gods profeten zijn gestorven, maar Gods woord blijft en wordt vervuld.

Echte of valse profeten?

Hiëronymus denkt dat hier de valse profeten bedoeld zijn.

Door andere klinkers in te vullen, krijgt men deze tekst:

Maar dat past niet echt in de context.



Vers 7

11e maand.

Maand sjebat (= loot.) Dat ziet op het uitbotten van de bomen, dus het is omstreeks februari 519 v C.

Het is 18 jaren na terugkeer van het Joodse volk uit Babel.

Het is ongeveer 3 maanden ná de eerste boodschap.


Darius.

Darius Hystaspes.



Vers 8

Een Man.

In vers 11 blijkt deze Man de "Engel des HEEREN" te zijn. Dat is in OT Gods Zoon.

In Genesis 16:7-14 komen we deze bijzondere engel voor het eerst tegen. In Genesis 16:13 vereenzelvigt Hagar Hem met God.


Een gezicht, een visioen.

Een innerlijke aanschouwing in wakende toestand van iets dat God toont.


Mirte.

De mirte geeft de verhouding weer tussen God en Israël. Israël is de vrouw van God.

De mirte komt op nog 3 plaatsen voor:

Opvallend is dat deze drie teksten betrekking hebben op het herstel van Israël.

Ook hier in Zacharia 1 gaat het over Israëls herstel.

Waarschijnlijk Israëls herstel ná de grote verdrukking.


Paarden.

Het gaat om rijpaarden. Er zijn ook ruiters. Zij spreken.



Vers 9

De engel.

Er is dus een engel die het visioen gaat verduidelijken voor Zacharia.

De Man op het rode paard gaat de uitleg geven.


Taak van de paarden met de ruiters.

De ruiters die de Man volgden, moeten het land of de aarde doorkruisen. Ze moeten verkennen en informatie verzamelen. Ze zijn "ogen" van God. Het zijn drie van de zeven geesten die vóór God staan.

Ze vonden het land of de aarde in rust. Dat was NIET gunstig.

God had immers opgeroepen tot actie, tot terugkeer tot Hem.

Met mij.

Letterlijk: in mij.

Het is immers een visioen.



Vers 10

Land.

Het land kan hier ook vertaald worden met: de aarde.

Die de HEERE uitgezonden heeft.

Letterlijk:

Het is NIET iets dat in het verleden gebeurde.

Het is tegenwoordige tijd of het gaat over de eindtijd, het einde van de grote verdrukking.


Het land doorgaan.

Het grondwoord kan vertaald worden met

  1. Land.
  2. Aarde.

We lezen van de zeven geesten die de aarde rondgaan in

Mogelijk ziet Zacharia er drie van de zeven.



Vers 11

Wij zijn het land doorgegaan.

Beter:

In de tijd van Zacharia was reizen te paard de snelste manier.


En is stil:

Er is bij Israël geen enkele reactie op Gods oproep tot bekering.

Geen bekering betekent ook dat het Messiaanse rijk nog niet aanbreekt. Johannes de Doper houdt bekering en de komst van het koninkrijk ook bij elkaar.

Ook Jezus doet dat.

De geprofeteerde tekenen blijven uit in Israël. Ook de geestelijke bewegingen waarvan Haggaï sprak, bleven uit. Haggai 2:7-8.

Die stilte hield in dat het Messiaanse rijk nog niet tot stand kon komen. Haggaï had immers geprofeteerd dat de wereld zou beven en in opschudding zou raken, als inleiding op het vrederijk.



Vers 12

Toen reageerde de Engel des HEEREN.

Jezus, de Engel des HEEREN, spreekt nu tegen God.

Hij reageert na de boodschappen van de ruiters.

Het land Israël is in rust. Het volk onderneemt niets om zich te bekeren, zoals God vroeg. Géén bekering, dan ook géén koninkrijk der hemelen.

Wat Haggaï profeteerde wacht ook nog op vervulling.

Deze Engel des HEEREN is de eerste belanghebbende. De tekenen van het komende vrederijk blijven uit. Van dat rijk zal Hij koning zijn.

Hoelang duurt het dat U zich niet ontfermt?

Israël was goddeloos van God afgegaan. God wil Zich niet meer over het volk ontfermen. De profeet Hosea maakte dat duidelijk door zijn dochter Lo-Ruchama (geen ontferming) te noemen.

God heeft echter ook beloofd dat het volk weer "Ruchama" zal zijn, dus God zal Zich ontfermen.

Wanneer gebeurt dit?

Als het volk zich bekeert. Als het volk Jezus als Messias erkent. Jezus spreekt zelf dat dit moment zal zijn als Hij wederkomt.

Dan wordt het volk een volk van rechtvaardigen.

Jezus wordt koning over het huis van Jakob en het vrederijk breekt aan.

Als Hosea schrijft over "Ruchama", dan heeft hij het ook over het vrederijk.

Het woordje "eth".

Vóór Jeruzalem staat in de grondtekst het woordje "eth". Dat woordje bleef altijd onvertaald.

Hier kunnen we beter lezen:

70 jaren.

De ballingschap in Babel duurde 70 jaren.

Die zijn nu ruim voorbij, het volk is gedeeltelijk teruggekeerd.

De Engel des HEEREN vraagt God hoe het nu verder gaat en wanneer.

Het volk moet zich bekeren, want anders komt het koninkrijk van God niet.

Tot die bekering riep God op.



Vers 13

De engel.

Vóór engel staat in de grondtekst het woordje "eth".

Als we dat wel vertalen staat er: de geliefde Engel. Dat is de Engel des HEEREN, de Oudtestamentische verschijning van Jezus.


Die met mij sprak.

Letterlijk:

Troostrijke woorden.

God spreekt tegen "Zijn geliefde Engel", dus tegen Zijn Zoon.

De troost is: het vrederijk komt zeker, maar Ik wacht op de bekering van Israël.

De volgende gestelde tijd is bij Jezus' geboorte in Bethlehem.

Jezus verbindt in Zijn prediking bekering van het volk met de komst van het koninkrijk.

Maar... ook dan bekeert het volk zich niet en wordt Jezus verworpen en wordt het vrederijk nog verder verschoven, naar de wederkomst. Dan erkent Israël Jezus als Messias.



Vers 14

Troostrijke woorden.

Zacharia mag troostrijke profetieën uitspreken. God zal Zijn rijk laten komen.


Predik.

Letterlijk:

Zacharia moet 3 dingen proclameren.

  1. De HEERE zal terugkeren naar Jeruzalem. (vs 16)
  2. Gods steden in Israël worden uitgebreid. (vs 17)
  3. God zal Sion troosten. (vs 17)

Ook Jesaja spreekt over de troost van Israël en ook hij plaatst die troost in de tijd dat Jezus komt.

Helaas verschoof die troost, door ongeloof van Israël, naar de wederkomst.


Met grote naijver.

Na-ijver is een positieve jaloersheid van een echtgenoot die van zijn vrouw ontrouw ervaart.

God zal een geweldige na-ijver ontplooien ten gunste van Israël, dat zich bekeert. Israël was Lo-Ammi (= niet Mijn volk), maar is nu weer Ammi (Mijn volk). Die na-ijver van God zal in het nadeel zijn van de heidenvolken die zich aan Israël vergrijpen.

Zij moesten Israël wel straffen, maar ze deden dat veel erger dan God wilde.

Jeruzalem en Sion.

Jeruzalem is de hele stad.

Sion is de heilige berg waarop de tempel stond.

Sion is Gods heilige berg.



Vers 15

Heidenvolken.

Babel had de straf al gekregen.

Hier betreft het ook de Samaritanen. De terugkeer van de Joden kostte de Samaritanen een deel van hun gebied. Ze maken het de Joden extra moeilijk.

De omringende vijanden zijn te vér gegaan. Het is van alle eeuwen: antisemitisme, één van de grootste successen van satan.

Ook in de eindtijd, onze tijd, keren de heidenvolken zich tégen Israël. God zal het voor Israël opnemen.



Vers 16

Daarom.

Beter:

God had immers beloften gedaan in

Ik ben naar Jeruzalem teruggekeerd.

Dat is toekomst!!!

Dit is een belangrijke aanwijzing dat het hier over het Messiaanse rijk gaat.

De heerlijkheid van de HEERE was uit de tempel van Salomo vertrokken.

Dat de heerlijkheid van de HEERE is teruggekeerd naar de tweede tempel lezen we nérgens.

Ezechiël beschrijft de terugkeer van de heerlijkheid van de HEERE in de dérde tempel.

Dit moment wordt ook hier beschreven in

Mijn huis herbouwd.

De bouw van de tweede tempel gebeurde in de tijd van Zacharia, maar de tempel zal opnieuw gebouwd worden.

De derde tempel staat beschreven in

Meetlint.

Jeruzalem zal herbouwd worden.

Daarover gaat visioen 3.



Vers 17

Predik verder.

Beter:

Mijn steden zullen uitbreiden.

Ook deze tekst wijst nadrukkelijk op de eindtijd.

Ook Jesaja profeteert over veel Israëlieten. Vanuit alle werelddelen zullen de Joden naar Israël komen.

Sion.

Vóór Sion staat in de grondtekst "eth".

Als we "eth" wél vertalen staat er: geliefde Sion.

Sion blijft Gods geliefde berg of Gods geliefde stad.

God gaat daar in de toekomst weer wonen.




Vers 18

Vier hoorns.

Een hoorn is teken van macht. Het gaat waarschijnlijk om heidenvolken die Israël geknecht en verstrooid hebben.

De vier wereldrijken is geen optie, want op het moment van deze profetie waren er nog 2 wereldrijken toekomstig.

Babel voerde Juda in ballingschap. De Meden en Perzen lieten Juda terugkeren naar hun land. Dus voor welke heidenvolken die 4 hoorns staan is niet echt duidelijk.



Vers 19

De hoorns verstrooiden de Joden.

In de tijd van Zacharia waren de verstrooiingen door Assyrië en Babel al voorbij.

De volgende verstrooiing was die in 70 n C. door de Romeinen en daarna in de diaspora door veel heidenvolken. Overal pogroms.

Staan die 4 hoorns mogelijk voor de hele aarde , N,O,Z,W?

Mogelijk heeft deze tekst een Messiaanse lading en zien die 4 hoorns op de volken die in de eindtijd op Jeruzalem aanvallen.



Vers 21

4 smeden.

De vier smeden komen de vier hoorns hun macht ontnemen.

De vier smeden zijn mogelijk dezelfde machten als de vier wagens uit nachtgezicht 8.

Als dat klopt, dan zijn deze vier smeden waarschijnlijk vier (aarts)engelen die de heidenvolken hun macht ontnemen als Jezus wederkomt.

Land van Juda.

De tien stammen zijn gedeeltelijk naar Israël teruggekeerd.

De vijanden die nu Israël belagen, belagen vooral Juda, hoewel er al veel Israëlieten van andere stammen naar Israël terugkeerden.



<