Hoofdstuk 1


Vers 1

Haggaï.

Chaggaï is afgeleid van Chag = feestdag.

De naam betekent:


2e jaar van Darius.

Dit is Darius Hystaspes .

In 520 begon Haggaï. Astronomische gegevens stellen deskundigen in staat om de datum te bepalen: 29 augustus. De eerste dag van de maand was "de dag van de nieuwe maan". Dan blies men op de bazuin.

De datering is hier naar de regering van een heidens vorst.


Woord van de HEERE.

Haggaï sprak woorden die God hem had geboden.

Díe woorden hebben absoluut gezag en vragen gehoorzaamheid.


Ongeveer 4 maanden.

Haggaï profeteerde ongeveer 4 maanden.

Van 28 augustus tot 18 december.

Er kwam wel een grote opwekking.

Een kleine profeet, met grote daden.


Betekenissen.

Jozua.

Zoon van Jozadak.

Jozadak werd, volgens 1 Kronieken 6:15, naar Babel weggevoerd. Waarschijnlijk in 586 v C.

In dat jaar werd ook de opa van Jozua, de hogepriester Seraja, door Nebukadnezar gedood.



Vers 2

De tempelbouw ligt stil.

Er was veel tegenwerking van de plaatselijke bevolking.

Op bevel van Arthasasta werd de bouw stilgelegd.

De Joden hadden nu wel een geldige reden om niet verder te bouwen, maar van enige actie om het verbod ongedaan te maken, lezen we niets.

Ze zoeken het hunne en niet wat van God is.

Verhindering voor het werk van de Heere heeft vaak te maken met motivatie, innerlijke toewijding aan Hem.


Dit volk.

Er spreekt wrevel uit.

God zegt niet: "Mijn volk".


HEERE vd legermachten.

In dit kleine bijbelboek komt deze uitdrukking wel 14x voor.

De verbondsgod JHWH wil beschermen.


Het huis van de HEERE.

Dat is de tempel.

In NT is de gemeente het tempel van God.



Vers 3

Het woord van de HEERE.

Dit is de tweede keer op dezelfde dag.



Vers 5

Let aandachtig op..

Israël moet evalueren.

Letterlijk:

Het is een "hartenzaak".



Vers 6

God zegent Israël niet.

In Zacharia 8:10 lezen we dat de tegenslagen door God gestuurd werden.

Dronken.

Dat betekent niet "laveloos", maar meer "welvoldaan".

Doorboorde buidel.

De betekenis :

Zoals: een gat in de hand hebben.



Vers 7

Let aandachtig op..

Het staat hier voor de tweede keer. Israël moet goed evalueren. Wat is er gebeurd en wat is de oorzaak?


In Romeinen 15:4 staat, dat alles wat vroeger geschreven is in het OT, tot ons onderwijs is geschreven.

We moeten die lessen ter harte nemen.

Bekering van onze dwaalweg zal God zegenen.



Vers 8

Naar het gebergte.

De tempelbouw gaat wel moeite kosten. Voor eigen huizen hadden ze zich die moeite wel getroost.


Over stenen lezen we niets.

Het hout was verbrand, de stenen liggen er nog en zijn mogelijk nog opnieuw te gebruiken.



Vers 9

God blies erin.

Mogelijk waren er heel droge winden, die de oogst verschraalden.



Vers 10

Dauw.

Daarvan was het land afhankelijk buiten de regentijd.



Vers 11

Ik riep.

De droogte is een actieve daad van God.


Droogte.

Droogte op de bergen betekent uitgedroogde bergbeken. Zo kwam er ook geen water in het dal.



Vers 12

Bevreesd voor de HEERE.

Het gaat hier niet om angst, maar om godsvrees =

Het volk en de leiders geven gehoor aan Gods boodschap.



Vers 13

De bode van de HEERE.

Het woord "bode" wordt ook gebruikt voor de Messias in

Ook voor de priester in

Hier voor een profeet. Zo ook in



Vers 14

Opwekking.

De HEERE bewerkt de opwekking, maar de mensen moeten aan de slag. Gods werk sluit onze verantwoordelijkheid NIET uit.


Vertrouwen op God.

Men vraagt géén opheffing van het verbod van Arthasasta, maar men begint op het woord van God.

Dat vertrouwen wordt wel beproefd door de tegenstand van Thatnaï.



<