Rebelse stad.
Dit is Jeruzalem.
VdW:
Wee, haar bitterheid! Toch zal de gekwelde stad verlost worden.
Het onrecht zit overal.
Tegen de morgen niets meer te knagen.
De onrechtvaardige rechters zijn zo belust op buit, dat ze met de prooi echt niet bezig zijn tot aan de morgen.
Zij doen de wet geweld aan.
De priesters moeten de wet van God onderwijzen, maar ze bedriegen de mensen en houden zelf die wetten niet.
Of.. ze leggen ze verkeerd uit.
De rechtvaardige HEERE is in haar midden.
God woont nog in de tempel, maar niet zo lang meer.
Ezechiël ziet de heerlijkheid van God vertrekken en naar de Olijfberg gaan.
Elke morgen brengt Hij Zijn recht aan het licht.
Elke morgen laat God het volk door Zijn getrouwe profeten en priesters waarschuwen.
Maar wie onrecht doet.
Dat zijn de mensen, die genoemd zijn in de verzen 3 en 4.
Ik heb heidenvolken uitgeroeid.
God had Israël duidelijke voorbeelden gesteld, vroeger al in de tijd van Jozua, maar ook in hun eigen tijd.
Bv. Gath was verwoest in 711 v C. door Assyrië.
Toch waren zij er vroeg bij.
Israël was er vroeg bij om van God af te wijken.
Binnen 40 dagen na de wetgeving op Sinaï maakten ze al een gouden kalf.
De wetgeving was eigenlijk de huwelijkssluiting tussen God en Israël.
Israël was al snel ontrouw en God is na-ijverig.
In de Richterentijd ging dat gewoon door en dienden ze veel vreemde goden.
Heidenvolken verzamelen.
God zal ze vernietigen.
Het vuur van Mijn na-ijver.
Na-ijver is goede jaloersheid.
Een man is terecht jaloers als zijn vrouw het aanlegt met een andere man.
God is niet alleen na-ijverig, maar Hij heet ook De Na-IJverige.
Vervulling.
Als de 7e schaal wordt leeggegoten wordt deze profetie (weer) vervuld.
Eindtijdprofetie.
Vanaf vers 9 komt er eindtijdprofetie.
Volken:
Hier staat "am".
Ammi = Mijn volk.
Het gaat hier om stammen / volken die een relatie met God hebben. Allen roepen de Naam vd HEERE aan. Heel Israël bestaat uit rechtvaardigen.
Mogelijk gaan we weer 1 taal spreken.
Reine lippen voor de volken.
Dat ziet op een verre toekomst. Als Jezus wederkomt, zal de bedekking, de blindheid, bij Israël verdwijnen. Ze zullen Jezus als hun Messias begroeten en erkennen.
Dan zal heel Israël zalig worden.
Ook de volken gaan God dienen. Ze gaan met de Joden naar het heiligdom in Jeruzalem.
Het volk.
Letterlijk: de dochter van Mij verspreiden.
Het gaat dus over verstrooide Joden.
Die vurig tot Mij bidden.
Het gaat om Joden die God aanbidden.
Ze gaan bij de wederkomst God oprecht dienen. Er is een gelovig overblijfsel.
Ook de volken krijgen reine lippen.
Ze dienen, samen met Israël, de enige God.
De goddelozen worden weggedaan.
In uw midden.
Arm en ellendig volk.
Voordat Israël tot geloof komt, gaat Israël door de grote verdrukking.
In die tijd worden de gelovigen hevig vervolgd door de antichrist.
Het gelovige overblijfsel draagt het teken van het beest niet en kan daardoor niet kopen of verkopen. Zo vervallen ze tot armoede.
De gelovige Joden zullen vluchten naar de woestijn. Daar worden ze door God onderhouden.
Ze zijn letterlijk: uitlandig = ellendig.
Geen onrecht doen, geen leugen spreken.
In Romeinen 11:25-26 staat dat heel Israël zal zalig worden. Zo zullen ze ook leven en het beeld van de Messias laten zien.
Niemand zal hun schrik aanjagen.
God had dat als bijzondere zegen beloofd in Leviticus 26:6.
Daar wordt ook de vrede beloofd.
Zing vrolijk..
Zacharia 9:9 is vervuld bij de intocht van Jezus in Jeruzalem.
Bij de wederkomst krijgt het opnieuw zijn vervulling.
Maar... dan komt Jezus niet op een ezel.
Wel zal het volk Hem toezingen zoals toen.
Uw vijand weggevaagd.
Als Israël God zal dienen, zal God ook rijk zegenen en van vijanden verlossen. Dat belooft Hij in Leviticus 26:6-8.
Vlak voor de wederkomst zijn er verschillende vijanden.
Als Jezus wederkomt zal Hij Israël verlossen van alle vijanden.
De priester Zacharias zingt ervan.
Concrete vijanden.
Deze 2 laatste vijanden worden door Jezus in de hel geworpen.
De Koning van Israël.
Dat is de Messias. Hij gaat regeren in Jeruzalem op Davids troon. Hij wordt de Koning van de Joden. Dit hebben de profeten voorzegd, maar ook de engel Gabriël.
Geen kwaad meer zien.
Israël wordt onder de Messias de machtigste natie. Israël is als een leeuw tussen de schapen.
De HEERE, uw God, is in uw midden.
Niet alléén de Messias is in Jeruzalem, maar ook God zelf komt daar met Zijn heerlijkheid in de 3e tempel.
Over u verheugen met blijdschap.
Israël is de vrouw van God.
Gods vrouw was erg ontrouw.
Maar nú is alles weer goed.
God is weer blij met Israël. Heel Israël bestaat uit gelovigen.
Hij zal zwijgen in Zijn liefde.
God zal niet meer het verleden ophalen. Toen was Israël "Lo-Ammi " = Mijn volk niet.
Nu is Israël weer Ammi = Mijn volk.
Wie bedroefd zijn vanwege de samenkomst.
Veel Joden zijn bedroefd omdat ze niet meer in de tempel kunnen samenkomen.
God zal ze weer in het beloofde land samenbrengen.
We zien dit al een eeuw lang gebeuren.
God vervult Zijn woorden.
Optreden tegen al uw verdrukkers.
Zie vers 15.
Ik zal hen maken tot lof .
In heel het land.
In die tijd zal Ik u hierheen brengen.
God zal "in die tijd", dat is de eindtijd, Israël terugbrengen in Zijn land.
Omkeer in uw gevangenschap.
Israël is 2000 jaar in gevangenschap geweest.
Nu gaat God een omkeer daarin brengen. Het volk komt weer terug in Gods land.