Hoofdstuk 3


Vers 1

Bloedstad.

= Ninevé.


Vol buit.

Letterlijk:



Vers 3

Massa dode lichamen.

Ktesias vertelt dat de golven van de Tigris op flinke afstand nog rood waren van het bloed.



Vers 4

De hoer.

Dat is Assyrië.

Stad en land van de veroverde gebieden bond ze aan zich.

De dienst van Astarte, met veel tempelprostitutie, drong overal door.



Vers 5

De schande.

Dit beschrijft de diepe val en ondergang van het Assyrische rijk.



Vers 8

No-Amon.

=Thebe, een stad in Egypte.

Dat ligt ook aan een rivier, de Nijl. Thebe werd verwoest in 664 door de Assyrische koning Assurbanipal.

Ninevé wordt zelf verwoest in 612 door de Meden (Cyaxares I) en door Babyloniërs (Nabopolassar).



Vers 10

Ook zij ging in ballingschap.

Egypte werd veroverd door de Assyrische koning Sargon.

Jesaja 20:1-5 voorzegt daar iets over.



Vers 11

Ook u zult zich verbergen.

Ook Ninevé zal het vergaan, zoals het Egypte en Cusj verging.



Vers 14

Put water.

Wees goed voorbereid op een belegering door de vijanden. Zorg voor watervoorraden.


Grijp de steenvorm.

De Meden en de Babyloniërs zullen bressen slaan in de muur van Ninevé.

Daarom moeten ze snel nieuwe stenen maken om de bressen dicht te maken.



Vers 15

Vijanden van Assyrië.

De vijanden verschijnen hier in 3 beelden:



Vers 16

Handelaars.

Dat zijn onderhandelaars.



Vers 17

Hovelingen en ambtenaren.

Ze zijn talrijk als een sprinkhanenzwerm, maar plotseling zijn ze weg. Het land Assyrië zit zonder bestuur.



Vers 18

Uw herders.

Leiders in Assyrië.



Vers 19

Klappen.

Volken verblijden zich over de ondergang van Assyrië.



<