Hoofdstuk 1


Vers 1

Micha.

Tijdgenoot van Jesaja. Micha was van eenvoudige komaf. Hij is vaak bewogen met armen die onrecht ervaren. Jesaja was van hogere komaf. De boodschap en Micha en Jesaja is dezelfde, soms woordelijk.

Micha is niet Micha de zoon van Jimla t.t.v. Achab.

Moreset.

Dit is een dorp op de grens van Juda, dichtbij Gath.

3 Koningen.

Micha profeteerde tussen 758 v C tot 696 v C., dus

maximaal 62 jaar, waarschijnlijk korter. In 722 v C. is de val van Samaria. Dan is het waarschijnlijk dat de profetie vóór 722 v C. is opgeschreven.


Indeling van dit boek.



Vers 2

Toepassing van de profetie.

De tekst laat ook toepassing op korte termijn toe, maar dan vervagen de details.

Wij leven dichterbij de eindtijd en hebben meer van het juiste perspectief. Wij zien dat de details wel zinnige informatie geven als we de profetie in het licht van de eindtijd lezen. Maar niet alle verzen zijn op beide perioden toepasbaar.


Niet vertaalde woorden.

Het eindtijdelement is zo wegvertaald. Men vertaalt niet conform de grondtekst, maar past de vertaling aan de dogmatiek aan.


Anders vertaald:

Dit "Hij" kan niet op God slaan, want Hij is reeds een Soeverein, een Vorst, en hoeft dat niet te worden.

Soeverein (of:vorst) hoort bij koningschap.

Dus: Christus wordt koning.

Het koningschap van Jezus plaatst de vervulling van deze tekst ook in de eindtijd.


God ten getuige.

"God ten getuige tegen u" heeft te maken met het eindoordeel over de volken, genoemd in dit vers.


Aarde en en al wat u bevat.

Beter

Dus ieder van die volken.


Aarde of land?

Veel vertalingen kiezen "aarde" omdat het over "volken" gaat.

Maar...Micha wijst naar de eindtijd. Juist dan zullen de heidenvolken betrokken zijn op het land Israël en daar ook Jeruzalem aanvallen.

De HEERE als Getuige.

Dit past bij een rechtzaak. Die rechtzaak staat in

Naast Getuige blijkt God ook Aanklager en Rechter.

Het gaat hier over een wereldomvattend eindgericht. Dat zie je ook in vers 3 en 4.


Uit Zijn heilige tempel.

Het grondwoord hêkãl = "tempel" kan beter vertaald worden met "paleis".

In vers 3 lezen we dat de Heere of de Heerser afdaalt, dus dan is dat paleis waarschijnlijk de hemel.

Dit is nog toekomst!


Wie is die Heere of Heerser?

  1. God.
  2. Jezus die wederkomt om koning te zijn over het huis van Jakob. Lukas 1:32-33.

De heerlijkheid van de HEERE daalt als een wolk vanuit de hemel en komt weer in de tempel. Die heerlijkheid was uit de eerste tempel weggegaan.

Bij de verheerlijking op de Olijfberg was die heerlijkheid als een wolk rondom Jezus.

Met die wolk ging Jezus vanaf de Olijfberg naar de hemel.

Micha voorzegt dat deze heerlijkheid van God zal neerdalen uit de hemelse tempel naar de derde tempel in Jeruzalem.

Ook Ezechiël voorzegt dat.

Jezus daalt op de Olijfberg neer.

Hij wordt de Heerser in Jeruzalem.



Vers 3

Eindtijdprofetie.

In de verzen 3 en 4 lezen we over het afdalen van God / Jezus uit de hemel en dat niets standhoudt voor Zijn macht.

Dat is nog toekomst.


Want zie...

Eigenlijk staat er zo iets als:

Een vertaling met "voorwaar ik zeg u" zou ook goed kunnen.


Hij daalt af.

Hier staat een tegenwoordige tijd.

De zeer oude boekrol van Micha, gevonden in Wadi Murabba'at ( grot 5, Mur 88 of Nut XII) spreekt van toekomende tijd "en Hij zal neerdalen". Zo staat het ook in diverse Masoretenteksten.

God zal afdalen ten oordeel, ten oorlog eigenlijk. Met Hem komt ook de Messias met de hemelse legers.

Treden.

Dat kan ook zijn:

Dat past beter in de context als je let op de gevolgen.


Hoogten van de aarde.

Dat zijn mogelijk de afgodische tempels en offerhoogten. Er wordt afgerekend met alle vormen van afgoderij.

Zacharia 13 zegt daar meer over.


VdW:

Neerdalen uit Zijn woonplaats.

De heerlijkheid van de HEERE komt uit de hemel en gaat naar de derde tempel.

Ook de Messias zal neerdalen op de Olijfberg.

Of: de HEERE komt met oordelen.



Vers 4

Niets houdt stand.

Als de heerlijkheid van God verschijnt en als Jezus wederkomt, dan houdt niets stand tegen Gods macht.

Ook tijdens de grote verdrukking is Gods toorn er.

Gods oordelen.



Vers 5

Wat is de oorzaak van dit oordeel?

De zonden van Israël. Samaria en Jeruzalem zijn de gangmakers.


Gerichte profetie.

Nú volgt gerichte profetie, die toekomstige gebeurtenissen over Jakob en Israël toelicht.

De straffen, de beide wegvoeringen, zijn slechts vóórvervullingen van de eindtijdprofetie van Micha.


Dit alles.

Dat zijn de oordelen.


Zonden van het huis van Israël.

Zonden van Israël.

Hattã't = zondige leefwijze.


Dat is anders dan "overtreding" van Jakob.


Wie is de overtreding?

Overtreding staat in enkelvoud.

Het betreft hier

Het is een bewuste inbreuk op het verbond tussen God en Israël.

Dat begon al bij de afgoderij van Salomo, waarna het volk splitste in 2 en 10 stammen.


Wie is ...?

Wie = welke.

Welke is de overtreding van Jakob?


Is het niet Jeruzalem?

Vooral onder Achaz en zijn kleinzoon Manasse was er in Juda een wijdverbreide afgoderij.

Zelfs waren er afgodsbeelden in de tempel te Jeruzalem.

De profeet ziet verder in de toekomst en ziet ook het afgodsbeeld van de antichrist in de tempel. De gruwel volgens



Vers 6

Daarom maak Ik...

God gebruikt de Assyriërs om het 10-stammenrijk te straffen en Samaria te verwoesten.

In 107 v C. werd Samaria door Johannes Hyrcanus veroverd en zwaar beschadigd, maar geen totale puinhoop.

Johannes Hyrcanus was van 134 v.Chr. tot 104 v.Chr. koning en hogepriester over de Joodse Hasmonese staat.



Herodes de Grote herbouwt de stad en noemt haar Sebaste.

Ligt de totale vernietiging nog verder in de toekomst?

Armageddon?



Vers 7

Haar. Wie is dat?

  1. Samaria. Maar... de wegvoering leidde niet tot minder afgoden in het land. Heidense volken werden daarin gebracht en die brachten hun eigen afgoden mee.
  2. Juda. Onder Hizkia en Josia zien we wel verwijdering van afgoderij, maar dat was niet blijvend. Micha spreekt over radicale verwijdering.
  3. Afgod van de antichrist. Openbaring 13:8. Openbaring 13:14. Misschien is "haar" dan het originele gruwelijke beeld dat in de tempepl wordt geplaatst. Mattheus 24:15. Van dit beeld zullen dan vast zeer veel kleine kopieën bestaan.

Al haar beelden.

Letterlijk: afgoden.


Totále uitroeiing van de afgoderij past goed bij het vrederijk.

Maar...ná de ballingschap werden er geen afgoden meer gediend door de Joden, maar wel door de Samaritanen.

Tot in de grote verdrukking zal er afgoderij zijn. De antichrist zal zich als god laten vereren en er zal een afgodsbeeld zijn.

Hoerenloon.

Letterlijk:

Het inkomen van de heidense tempels kwam voor een groot deel uit tempelprostitutie.

Deze uitdrukking zegt hoe de tempel aan inkomsten kwam en hoe ze die inkomsten weer gebruikte.


Afgoden worden verwoest.

De deportatie van het 10- stammenrijk zorgde er zeker niet voor dat de afgoden verdwenen. Er kwamen andere heidenvolken in het ontvolkte Samaria wonen. Ze hadden ook afgoden.

Micha spreekt over radicale verwijdering van afgoden. Dat zal in de eindtijd gebeuren. Dan is er de afgod van het Beest, de antichrist.




Vers 8

Struisvogels.

Letterlijk:

Er zal geschreeuwd worden zoals jonge vogels, jonge uilen, doen.


Micha is verbijsterd over wat zijn volk gaat treffen.



Vers 9

Vertaling.

Over de juiste vertaling van vers 9 is veel verwarring.


Zijn wond.

Letterlijk: wonden.

Dat is waarschijnlijk de aanval van Assyrië op het 10-stammenrijk en de wegvoering van deze stammen.


Want zij reikt...

"Voorwaar ik zeg u" geeft de bedoeling van de grondtekst goed weer.

Voorwaar ik zeg u, zij zal tot Juda komen.


Wie is "zij"?

"Zij" is waarschijnlijk het gevolg van die wond, van die Assyrische aanval. De ellende die eruit voort zal komen.


Uitleg 1.

Het raakt tot aan de poort. Dat wordt uitgelegd als de belegering van Jeruzalem door de Assyrische koning Sanherib in de tijd van Hizkia .

Uitleg 2.

Haar wonden zijn ongeneeslijk. Dit wijst op een voortwoekerend kwaad, ook in Juda werkt dat door.

In toekomstperspectief ziet dit op de goddeloosheid in de grote verdrukking. En juist in Jeruzalem zal het beeld van de antichrist staan.

Uitleg 3.

Een heel goede vertaling is ook:

Dus: deze verwonding leidt tot de dood.

Misschien heeft dit te maken met

Er zal een kloof ontstaan doordat de Olijfberg splijt.

Vluchtelingen uit Jeruzalem vluchten in die kloof en vinden daar de dood.



Vers 10

Zeer moeilijke uitleg.

De verzen 10-16 zijn heel moeilijk uit te leggen.

Elke exegese over dit deel is speculatief.


Vervulling t.t.v. Hiskia?

Sanherib, koning van Assyrië, had Lachis uit uitvalsbasis en trok op naar Jeruzalem. Op deze tocht verwoestte hij de hier genoemde steden.


Woordspelingen.

In Micha 1 zijn veel woordspelingen. In de naam van de stad leest de profeet haar lot. Zoals

Verschillende steden.

Er worden een tiental steden genoemd, die voor zover ze te traceren zijn, allemaal in het zuiden liggen of ten ZW van Jeruzalem.


Maak het niet bekend..

Het = het wenen.

Vertel in Gath niet van uw wenen.


Ween niet zo jammerlijk.

Ween niet zo jammerlijk in Beth-le-Afra, wentel u in het stof.



Vers 11

Woordspeling.

Vervulling van de profetie.



Vers 12

Maroth .

Maroth = mara = bitterheid.

Vervulling van de profetie.



Vers 13

Lachis.

Dit was één van de vestingsteden van Juda.

Juda vertrouwde mogelijk meer op paarden en wagens dan op God. Dat zou de "overtreding van Israël" kunnen zijn waarover de tekst spreekt.

In 701 v C veroverde Sanherib deze stad en die werd de uitvalsbasis tegen Jeruzalem in de tijd van Hizkia.

Toen werden ook de genoemde steden verwoest door de Assyriërs.



Vers 14

Woordspeling.

Moreset heeft klankovereenkomst met verloving.

Bij verloving komt er verbinding en kríjg je juist geschenken. Nu moeten ze scheidingsgeschenken geven.


Men moet dus afscheid nemen van Moreset.

Dit vers ziet ook op de scheiding tussen God en Israël. Het volk wordt "Lo-Ammi". = niet Mijn volk.

Ook Zacharia 11 spreekt over scheiding (de 2 staven).


Achzib.

Achzib =

Men weet nooit of er wel water in de wadi is.

Het Hebreeuwse woord voor "onbetrouwbaar" klinkt als Achzib.

Achzib blijkt onbetrouwbaar voor de koningen van Israël.



Vers 15

Maresa.

Deze plaats ligt dichtbij Achzib.

"Bewoonster van Maresa" klinkt in het Hebreeuws als het woord voor "bezetter / veroveraar".

Dus: Ik breng een "maresa" over Maresa, een veroveraar over Maresa.


Adullam.

Vertaling VdW.

Opnieuw zal Ik een veroveraar tegen u brengen, gij, die woont van Maresa tot Adullam! Hij zal komen, de glorie van Israël.


Vervulling.

Hij zal komen, de glorie van Israël.

Hier is duidelijk eindtijd-profetie.

Jezus, de Glorie (de Luister) van Israël, zal komen.



Vers 16

Scheren.

Teken van grote rouw bij heidenen, maar verboden in Israël.

Drukt deze verboden handeling misschien ook uit dat Israël zich schaarde onder de heidenvolken? Israël was nu "Lo-Ammi" = niet Mijn volk.

Kinderen, die u lief zijn.

Letterlijk:

We lezen hier dat "kinderen van het welbehagen" in ballingschap gaan. Dat kan betekenen dat de "afvallige kinderen" achterblijven.

Historisch klopt daar niets van. Dit klopt niet bij de wegvoeringen door Assyrië en Babel en ook niet bij de verstrooiing die in het jaar 70 begon.

In de eindtijd klopt het wél, want het gelovige overblijfsel, kinderen van het welbehagen, moet dan vluchten naar de woestijn en gaat in ballingschap.

De afvallige kinderen blijven dan achter in het land waar de antichrist heerst.

De vluchtelingen zijn kinderen van het welbehagen.



<