Hoofdstuk 2


Vers 2

Psalm 120:1.

Jona kende de bijbel en nu put hij eruit terwijl hij bidt.

Hij citeert vooral psalmen.


Graf.

Letterlijk: sheool = dodenrijk.


Beeld van Israël.

Jona spreekt over "benauwdheid". Daarin kwam hij door ongehoorzaamheid.

Ook Israël komt , door eigen schuld, in de benauwdheid.


De derde dag, profetisch de dag van herleven.



Vers 3

U wierp mij.

De zeelieden waren slechts het middel om Jona in de zee te werpen. Jona ziet Gods hand hierin.



Vers 4

Psalm 43:2-3


Type van Jezus.

Ook Jezus is verstoten, maar Hij was onschuldig.

Psalm 22:1.

Mattheus 27:46.



Vers 9

Met dankzegging.

Als we dankzeggen maakt dat krachten los.

Als Jona dankzegt, moet de vis hem uitspugen.


Het heil is van de HEERE.

Jona verwacht geen redding van zichzelf of van wie dan ook. Alleen God kan nog redden.



<