Dit is het 5e visioen.
God is in het eerste deel van het visioen een God van wraak.
Het visioen wordt in de verzen 5 en 6 afgesloten met een loflied op Gods almacht. In de verzen 7-9 geeft God nog een samenvattende toelichting op het komende strafgericht.
God zien.
Niemand kan God zien.
Amos ziet de manifestatie van Gods heerlijkheid
De HEERE bij hét altaar.
Tegen wie spreekt God?
In Ezechiel 9 lezen we over 7 personen, 7 verderfengelen, die verderf brengen in Jeruzalem. Ze beginnen in de tempel.
In Ezechiel 9:9 staat dat het over Israël en Juda gaat.
Drempels.
Beter:
Dat klopt ook beter met het volgende: de brokstukken vallen op de hoofden van hen die in het heiligdom zijn.
Tot in de hel.
=sheool= dodenrijk.
Er is geen ontsnappen mogelijk. Zelfs daar weet God hen te vinden, want Hij is daar.
Niemand kan in het dodenrijk vluchten en ontkomen. Amos onderstreept dat.
Verschuilen op Karmel.
Op Karmel zijn meer dan 2000 grotten waarin schuilplaatsen zijn.
Er zijn uitgebreide grottenstelsels.
Slang.
De slang verpersoonlijkt de duistere, onzichtbare machten op de aarde. Men dacht dat die op de zeebodem huisden.
De slang wordt ook wel omschreven als de Leviathan of Rahab.
Gods ogen zijn ten kwade op Israël.
Dit is als een vloek. Wat erg als dit ons treft.
Weinigen zullen het er levend afbrengen.
Dit vreselijke oordeel is vaker aangekondigd.
Het land smelt.
Als iets smelt, wordt het onherkenbaar veranderd.
Als de Nijl.
De Nijl treedt buiten zijn oevers, het land overstroomt, het land gaat onder.
God bedoelt dat een ramp het land Israël zal treffen.
De rivier van Egypte.
Dat is een wadi op de grens met Juda.
Als het regent in de woestijn stort het water zich met veel geweld door de bedding.
Er staan daarom in de woestijn ook waarschuwingsborden die waarschuwen voor verdrinkingsgevaar.
Korte tijd ná de regen is het water weer weg en is er weer droge woestijngrond.
God als Schepper.
De macht van God wordt beschreven.
Mogelijk denkt Amos aan de zondvloed.
Gods opperzalen.
Als de Cusjieten.
Israël is Gods persoonlijk eigendom.
Maar door hun zonden zijn ze niets beter dan de heidense Cusjieten.
Cusjieten zijn nakomelingen van Cham, dus vervloekten.
Israël is hen gelijk geworden.
Kaftor.
=Kreta.
Israël is ook niet méér dan de Filistijnen of de Syriërs. Ook deze volken werden door God uit hun geboortestreek geleid.
Niet geheel wegvagen.
Er blijft een overblijfsel. God blijft trouw aan Zijn verbond.
Israël zal nooit verdwijnen.
Israël was bijna 2000 jaar weg uit Gods land, maar God heeft ze weer teruggebracht.
Ze zullen er niet meer uitgaan.
Niet één steentje.
Tserôwr = beurs of geldbuidel.
Tserôwr wordt erg verschillend vertaald. Onmiskenbaar heeft het de betekenis van "bewaren van iets kostbaars", het afzonderen van iets waardevols. Beschermen tegen vernietiging.
Dus:
De stenen stellen de Israëlieten voor. Ze worden op Gods zeef allemaal door elkaar geschud.
Niet één steentje ontsnapt uit de zeef.
Waarom overkomt dit Israël?
Dat staat samengevat in
Het was voorzegd door Mozes.
Ook de terugkeer en de ontferming van God voorzegt Mozes.
Op die dag.
Te dien dage.
Dat wijst meestal op de eindtijd.
De vervallen hut van David.
Het koningshuis van David is niet meer aan de macht sinds de laatste koning nl. Zedekia. Díe werd gedood door Nebukadnezar.
In het vrederijk zal Jezus, de grote Zoon van David, gaan regeren in Jeruzalem.
Dan wordt het vervallen koningshuis, de vervallen hut, hersteld. Dan wordt ook het gescheurde rijk hersteld. Over dat verenigde volk, álle stammen, wordt de Messias, Dé David, koning.
Edom in bezit nemen.
Bileam heeft dat al voorzegd.
Jacobus laat Edom weg.
Jacobus laat de naam Edom weg als hij deze tekst citeert.
Hij vult daar waarschijnlijk in gedachten "Adam" in ipv. Edom.
De rest van Edom in bezit nemen.
Staat de naam Edom hier misschien voor de grote vijand van God in de eindtijd?
Gaat het over de Joden die uit de grote verdrukking zullen overblijven na de vervolging door de vijand Edom? Deze gelovigen zien uit naar hun Messias, hun Verlosser.
Olv. de Messias wordt Israël de machtigste natie. Het overblijfsel van de aartsvijand Edom en al de heidenvolken zullen Israël dienen.
Heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen.
Dat is de Naam van Jezus, die als Messias ook over de heidenvolken zal regeren.
Er komen dagen...
Dat is de tijd van het Messiaanse rijk. Dan zal er grote vruchtbaarheid zijn.
God had dit beloofd. Nu heel Israël gelooft en Hem dient, vervult God Zijn beloften.
Grote vruchtbaarheid.
Die grote vruchtbaarheid ontstaat doordat er uit de tempel levenwekkend water gaat stromen.
Micha en Joël profeteren ook over deze Messiaanse tijd.
Een omkeer in de gevangenschap van Israël.
Ook Ezechiël mag profeteren over het vrederijk.
Verwoeste steden worden herbouwd.
In hun land planten.
Nooit meer weg uit Israël.
Sinds 1948 bestaat, na de holocaust, de staat Israël als door een wonder van God.
Ook de oorlogen die Israël daarna moest voeren met de omringende vijandige staten won Israël. God maakt dit schriftwoord waar!
Zegt de HEERE, uw God.
Zegt Jahweh, uw elohim.
Hoe wordt het land weer?
Het wordt weer een vruchtbaar land. Het wordt als de hof van Eden.