Hoofdstuk 2


Vers 1

Graanoffer / spijsoffer.

Met olie, met wierook.

Olie en wierook mochten niet gebruikt worden bij het zondoffer. Leviticus 5:11.



Vers 2

Gedenkoffer.

Leviticus 6:15 zegt dat het offer tot gedachtenis voor de HEERE is.

God denkt aan Zijn verbond en de offeraar denkt aan God.



Vers 11

Geen zuurdeeg.

Zuurdeeg is beeld van de zonde.


Geen honing.

Verbrande honing is zwart en kleverig.



Vers 12

Offergaven van eerstelingen.

Met Pinksteren waren de eerstelingen 2 gedesemde broden.

Ze werden God aangeboden, een beweegoffer.

Ze werden niet verbrand.



Vers 13

Zout.

Zout bij elk offer.

Zout wijst op de puurheid van het hart van de offeraar.


Verbond, met zout bekrachtigd.

2 Partijen voegden zout bij elkaar tijdens een verbondssluiting.

Het verbond werd pas opgeheven als ieder zijn eigen zoutkorrels terugkreeg.

Het was dus een eeuwig verbond.



<