De bazuin.
De bazuin kondigt oordeel aan over Israël en Juda. In Juda was een tijdelijke terugkeer tot God onder Hizkia.
Arend.
Een aasgier (Assyrië) hangt boven de tempel. Die tempel was gegeven voor 12 stammen. Maar ook 12 stammen komen onder Gods oordelen.
Ze roepen tot Mij.
Israël begrijpt Gods oordelen niet. Ze kennen God toch? Waarschijnlijk dachten ze dat ze met de gouden kalveren God ook dienden.
Maar ze dienden sinds Achab ook Baäl.
Zij hebben koningen aangesteld.
Jehu was door God aangesteld. Zacharia was de laatste koning uit de dynastie van Jehu. Daarna kwamen koningen die God niet aanstelde. Coup- plegers die de macht grepen en voorgangers vermoordden.
Samaria.
Dat is de regering van het 10- stammenrijk.
Uw kalf.
De gouden kalveren van Dan en Bethel.
Na de scheuring van het rijk van Salomo stelde Jerobeam I deze kalverendienst in.
Het kalf wordt tot splinters.
Deze profetie is vervuld onder koning Josia.
De gouden kalveren stonden in Dan en Bethel.
"Samaria" betekent hier: 10-stammenrijk.
Assyrië voltrekt de straf.
Israël brengt geen vruchten voort voor God.
De oogsten van het land heeft Assyrië afgenomen.
Verslonden.
De vijanden stelen de oogsten.
Israël moest zware belastingen afdragen aan Assyrië.
Assyrië heeft later het 10-stammenrijk weggevoerd, verslonden.
Niemand ziet waarde in Israël.
Maar... God blijft trouw.
Jeremia 2:24 is een verklaring.
VdW: maar, ondanks dat zij zich verkocht hebben onder de volken, zal Ik hen in deze tijd verzamelen. Spoedig zullen ze kronkelen van pijn onder de druk van machtige koningen.
Machtige koningen.
Die machtige koningen zijn de vorsten van Egypte en Assyrië.
Israël moest zware schatting betalen. Bv Menahem.
In 10.000 voud.
Zo is het ook in ons land. We hebben bijbels in veel vertalingen. We delen traktaten uit. We houden biddagen. Maar... als er geen bekering volgt is alles tevergeefs.
Ze keren terug naar Egypte.
Vertalen we dit positief of negatief. De context is strafbedreiging.