Hoofdstuk 37


Vers 1

Apocalyptisch visioen.

De eindtijd is hier aan de orde. Vers 11 zegt dat die beenderen Israël zijn. Israël komt tot leven.

Het wordt weer één volk.


Beenderen.

De Joodse onafhankelijkheidsdag heet: jom haatsmaoet ( van 'ètsem= bot)

De botten worden een geraamte en daarna een lichaam, maar er is nog geen leven in.

Ezechiel 37:10

Wanneer gebeurt dat?

Zacharia 12:10-14


Volgorde.

  1. Ezechiel 37: Israëls politieke geboorte 1948.
  2. Ezechiel 38 en 39 Aanval van Gog op de staat Israël. Ook de redding van Israël en de ondergang van Gog.
  3. Ezechiel 40-48 Israëls geestelijke geboorte.



Vers 2

Zeer dor.

De skeletten liggen er al heel lang. Er zit echt geen leven meer in.


De botten zijn een beeld.

Door deze botten wordt Israël afgebeeld.

Ezechiel 37:11

Er zit geen leven meer in. Israël leeft, tot 1948, buiten Gods land. In 1948 ontstaat de staat Israël als door een wonder, kort ná de shoah.



Vers 4

Profeteer.

Alleen het woord van God kan verandering brengen in deze hopeloze toestand.



Vers 7

Verschillende fasen.

  1. Bot bij bot. Er ontstaan skeletten. Zionisme. Zionisme is een nationalistische beweging en geen geestelijke.
  2. Zenuwen en spieren komen op de skeletten. Migratie tot 1948.
  3. Huid komt erover : de staat Israël na 1948. Maar... er is géén geest in. God leidt Israël in een laatste beslissende beproeving, de grote verdrukking. Amos 3:2.
  4. Geest erin: Het Messiaanse rijk ontstaat.



Vers 12

Israël keert terug. Dat is als opstaan uit een graf.



Vers 13

Mijn volk.

In Hosea 1 staat: Lo-ammi = niet meer Mijn volk.

Nu wordt Israël weer "Ammi" = Mijn volk.

In Hosea 2 lees je hoe dat gaat.



Vers 14

We lezen dus eerst van een nationaal herstel, daarna van een geestelijk herstel.


Gods Geest uitgestort.



Vers 16

Zie voor de verloren stammen:


In Zacharia 11:14 was de stok "samenbinders " gebroken. Nu worden de 2 rijken weer samengevoegd.


Juda en metgezellen.



Vers 21

Bijeenbrengen.

Dat is niet gebeurt nadat de Joden terugkeerden o.l.v. Ezra.

Van de 10 stammen die Assyrië wegvoerde kwam bijna niemand terug.

Dit bijeenbrengen zie je in onze tijd gebeuren.



Vers 22

Eén volk.

Jezus wordt koning over heel het huis van Jakob.

Bergen van Israël.

Hier is sprake van een wonder van God. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 waren de Joden als volk weg uit hun land. Dat bleef zo tot 1948. Opeens was Israël er weer.

De bergen van Israël betreft het hartland, Samaria en Westbank en Judea.


Eén koning.

Dat is Jezus.

Salomo was de laatste koning over het hele volk.

Hij was een vredevorst, type van De Vredevorst Jezus.

Jezus is de volgende Koning over het hele volk.



Vers 23

Geen afgodendienst meer.

Als Jezus als Koning regeert op Davids troon

dan zal heel Israël zalig worden.



Vers 24

Mijn Knecht David.

Dat is Jezus.


David = geliefde.

Zo noemt de Vader Jezus ook "Mijn geliefde Zoon".


Eén Herder.



Vers 25

Jakob.

Het land was Jakob bij Bethel beloofd.



Vers 26

Verbond van vrede

Gesloten met Pinehas.

Het gaat over een verbond in Christus' bloed.

Door Zijn offer op Golgotha zal de HEERE eeuwige vrede sluiten.

Mijn heiligdom in hun midden.

Dat is de 3e tempel.

De sjechina, de heerlijkheid van de HEERE komt weer terug.



Vers 28

Voor eeuwig.

Hier staat hetzelfde woord als in:

Het woord betekent hier "voor altijd", dus voor 1000 jaar, gedurende het vrederijk.


Mijn heiligdom in uw midden.

De heerlijkheid van de HEERE komt weer terug in de tempel.

Dan zal God weer in het midden van Zijn volk wonen.

Onder het OT openbaarde de heerlijkheid van God zich in de wolk- en in de vuurkolom. Israël had 's nachts ook geen maan nodig. God was hun licht.



<