Hoofdstuk 30


Vers 1

Met Nebukadnezar begon de tijd vd heidenen. Hij vernietigde alle culturen zo grondig, dat we er nog maar weinig van weten. Archeologie is de voornaamste bron.



Vers 3

De dag van de HEERE.

Met deze uitdrukking wordt een periode van oordeel en straf aangegeven.

Hier betreft het Egypte.

De tijd van de verovering van Egypte door Nebukadnezar is dichtbij.



Vers 5

Zonen van land van het verbond

Dat zijn naar Egypte gevluchte Joden. Ze zullen niet aan Nebukadnezar ontkomen.

Cusj.

= Ethiopië.


Put.

=Libië.


Landen in Noord-Afrika die een verbond hadden met Egypte zullen ook worden meegesleurd in de val van Egypte.



Vers 6

Migdol tot Syene.

Van noorden tot zuiden.



Vers 9

Gezanten.

Boden varen stroomopwaarts om daar in Ethiopië over Egypte te vertellen.



Vers 12

In de hand van kwaaddoeners



Vers 13

Nof = Memphis



Vers 14

Pathros

=Opper-Egypte met Thebe = No



Vers 15

Sin

=Pelusium, een sterke stad bij de Middellandse zee . Die beheerste de weg naar Azië.



Vers 16

No = Thebe.

Dat ligt in het zuiden.


Nof = Memfis.

Dat ligt in het noorden, ongeveer 20 km ten zuiden van Caïro.



Vers 17

Aven

= On = Heliopolis

Stad van zonnegod Ra .



Vers 18

Tachpanhes

Stad in de delta.



Vers 20

11e jaar na wegvoering van Jojachin.

7 Abib: 1 week vóór Pesach.



Vers 21

Farao Hofra is verslagen toen hij kwam om Jeruzalem te ontzetten.

Jeremia voorspelt dat al.

Jeremia 46:11-17



Vers 22

Machteloos

Egypte heeft beide armen gebroken.



Vers 24

Mijn zwaard

God geeft Zijn zwaard in de hand van Nebukadnezar.

In Ezechiel 32:3 is het Gods net.



Vers 26

Toch komen er ook nog zegeningen voor Egypte.

Jesaja 19:18-25



<