2 raadsels.
De verklaring van raadsel 1 staat in de verzen 11-21.
Arend.
De arend = Nebukadnezar.
De bovenste tak, de kruin
De bovenste tak = Koning Jojachin.
Koning Jojakim stierf tijdens het beleg door Nebukadnezar in 598.
Zijn zoon Jojachin volgde hem op, maar gaf zich na drie maanden over. Hij werd naar Babel gevoerd.
37 jaar later werd hij door Evil-Merodach begenadigd.
Ceder.
Land van kooplieden
=Babel
Zaaigoed.
= Koning Zedekia.
Uitleg in Ezechiel 17:13
Zedekia was :
Takken gericht naar de arend.
Zedekia was onderworpen aan Nebukadnezar.
Andere grote arend.
= farao.
Zedekia zoekt hulp bij Egypte.
Alle kansen als vazal.
Nebukadnezar gaf Zedekia alle kansen om een trouw vazal te zijn.
Zedekia wordt ontrouw.
Zedekia zoekt steun bij farao.
God had Zedekia door de profeet Jeremia steeds laten waarschuwen om Nebukadnezar niet ontrouw te worden.
Die arend.
= Nebukadnezar.
Hij zal Zedekia uitrukken, omdat die zijn eed van trouw heeft gebroken.
Oostenwind.
= Nebukadnezar.
Babel ligt ten oosten van Israël.
Betekenis van de eerste adelaar.
Dat is Nebukadnezar.
Hij voerde Jojachin naar Babel.
Deze weggevoerde groep was ongeveer 10.000 mensen.
Eén deel kwam bij de rivier Kebar in Tel Abib.
Ezechiel en Daniël en zijn vrienden waren bij deze weggevoerden.
Iemand uit het koninklijk nageslacht.
= Zedekia, oom van Jojachin, zoon van Josia.
Eed afgelegd aan Nebukadnezar.
Onbeduidend koninkrijk.
Juda werd een vazalstaat van Nebukadnezar.
Hij kwam in opstand.
Zedekia kwam in opstand tegen Nebukadnezar.
Ook Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon zaten in het complot tegen Nebukadnezar.
Gezanten naar Egypte.
Egypte was de tweede arend.
Egypte was toen ook
een machtig rijk.
Zedekia zoekt steun bij Egypte.
Verbond breken.
God rekent het verbreken van een verbond zwaar aan, zelfs een verbond tussen mensen.
God heeft het zelfs over "Mijn verbond".
Zedekia heeft trouwbreuk tegenover God gepleegd.
De koning die hem koning maakte.
Nebukadnezar maakte Zedekia koning i.p.v. Jojachin.
Hulp uit Egypte.
Farao Hofra schiet nog wel even te hulp.
Belegeringsdam.
Een helling om op hoogte van de stadsmuur te komen.
Veel levens uit te roeien.
Deze keer voert Nebukadnezar een strafexpeditie uit. Nu gaat het om de vernietiging van het rijk van Juda. Dat was t.t.v. Jojachin nog niet.
Hij heeft de eed veracht.
Hij = Zedekia.
Mijn eed.
Bij de eed, die Zedekia deed, werd Gods naam genoemd. Daarom noemt God het " Mijn eed", die Zedekia veracht heeft.
God noemt het verbond tussen Zedekia en Nebukadnezar ook "Mijn verbond".
Trouwbreuk.
Na de val van Jeruzalem wordt Gedalia gouverneur.
Toen de Babyloniërs weggetrokken waren kwamen de resterende bevelhebbers te voorschijn. Zij doodden Gedalia.
De samenzweerders vluchtten naar Egypte, tegen de raad van Jeremia in.
Zo was het land vrijwel ontvolkt en werd het een woestenij.
Nu komen beloften voor de toekomst.
Nu gaat God zelf planten.
Eén deel van de kruin.
Het gaat hier over de Messias. Hij wordt op Sion geplant.
Gods verbond met David blijft.
God is geen verbondsbreker zoals Zedekia.
Er komt een loot uit de afgehakte stronk van David.