Hoofdstuk 39


Vers 1

590 v C

Belegering

Nebukadnezar bouwde een wal buiten het bereik van de slingerwerktuigen, zoals de katapult en de blijde, die Uzzia maakte.


Misschien verborg Jeremia de ark en tempelinventaris tussen de stadsmuur en deze belegeringswal.



Vers 2

Juli 588 v C kwamen er bressen in de stadsmuur, na belegering van 18 maanden.

9 Av



Vers 3

De namen staan ook op een kleitablet in Londen.

Rab-mag= overste vd magiërs.



Vers 4

De bovenstad was in handen van de Chaldeeën.



Vers 6

Zedekia was pas 32 jaar, dus de zonen waren nog erg jong.

Een van de zonen, Malkia, had een put. Daarin kwam de profeet Jeremia.



Vers 9

Ballingschap voorzegd.



Vers 11

De afvallige overlopers hadden ws over Jeremia verteld. Nebukadnezar weet van Jeremia en zijn boodschap.



Vers 14

Gedalia wordt stadhouder.

Volgens Jeremia 40:1 gingen de gevangenen eerst naar Rama. Rama ligt iets ten noorden van Jeruzalem. Daar werd Jeremia vrij gelaten.



<