Hoofdstuk 23


Vers 1

Herders

In de tijd van Jeremia waren dat:

Ze regeerden als dictators.


In de context gaat het over Jezus' tijd. Hij heet:

Een rechtvaardige Spruit.

Jeremia zag de eerste komst van Jezus en het vrederijk nog bij elkaar.

Hij wist nog niet dat Israël de Messias zou verwerpen en dat daardoor Israël over de hele aarde verstrooid zal worden.

In de eindtijd brengt God Israël terug in Zijn land.

Dan zijn de herders ook personen in de eindtijd. Slechte leiders.

Ze vervolgen Gods schapen.

De vervolger is vooral de antichrist. Hij voert oorlog tegen de heiligen.



Vers 2

Eindtijdprofetie.

Hier lees je eindtijdprofetie.



Vers 3

Overblijfsel bijeen brengen.

Vruchtbaar en talrijk.

Ook dit wijst duidelijk naar het vrederijk. Jesaja schrijft ook over het vrederijk en noemt dit ook.



Vers 4

Goede herders.

Jezus, de goede Herder wordt aangekondigd.

Dan hoeven de Joden niet meer vrezen.

Dat is pas als het vrederijk begint.



Vers 5

Rechtvaardige Spruit.

Dat is Jezus.

Voor Hem was door de profeet Zacharia een kroon gemaakt, die in de tempel werd bewaard.

Eindtijdprofetie.

Jeremia zag de komst van Jezus, Zijn koningschap en het Messiaanse rijk nog bij elkaar. De verwerping van de Messias was hem onbekend. Door het ongeloof van Israël verschoven het koningschap van Jezus en het Messiaanse rijk naar de eindtijd.

Ook de profeet Zacharia zag, zoals alle profeten, Jezus' koningschap en vrederijk nog bijeen.

Waar komt "Spruit" nog meer voor?

Merk op dat als er over "Spruit" geschreven staat, het steeds in de context van het Messiaanse rijk is.



Vers 6

Zijn Naam.

Hier staat heere. Fout!

Dat moet zijn HEERE.

Er staat in de grondtekst:Jehova.

Jezus wordt hier dus ook Jahweh genoemd.



Vers 8

Wonen in hun eigen land.

In 1948 werd dit, na bijna 2000 jaren verstrooiing, een feit.

Ze zullen nu niet meer uit het land weggaan.



Vers 10

Overspelers



Vers 15

De valse profeten begonnen met het verlaten van God.



Vers 17

De valse profeten ontkennen het gevaar dat Jeremia juist aanwijst. Ze spiegelen alles mooier voor.



Vers 18

In de raad van de HEERE staan.

Wie heeft het van God gehoord?

Wie kreeg een woord of een droom of een visioen van de HEERE?

Jeremia of de valse profeten?



Vers 20

In later tijd

Letterlijk: aan het einde vd dagen

Jeremia 30:24



Vers 23

Alomtegenwoordigheid van God. Ook vers 24

God weet best wat de valse profeten denken, zeggen en doen.



Vers 24

Alomtegenwoordig.

God vervult hemel en aarde.

Ook Psalm 139 spreekt daarover.



Vers 25

De valse profeten laten het voorkomen alsof God in dromen tot hen spreekt.



Vers 28

De droom is als stro.

Gods woord is als tarwe.



Vers 29

Mijn woord.

Mijn woord is als vuur. Er blijft van jullie stro-dromen niets over.

Mijn woord is als een hamer. Zo is de wet, maar zeker ook het evangelie. De zondige mens wil niet snel het evangelie geloven. Dat laat de praktijk al zien.



Vers 33

Wat is de last?

Wat is de boodschap van God?



Vers 34

De valse profeet.

Hij doet of hij in opdracht van God spreekt. Hij zegt: "Ik heb een last, een opdracht, van de HEERE".

Hij zal door God gestraft worden.



<