Hoofdstuk 22


Vers 2

Op de troon van David

Jeremia 22:4

Jeremia 29:16



Vers 4

In Jeremia 17:21-24 lees je hetzelfde , maar dan gaat het over het sabbatsgebod, en niet over zorg voor weduwe en wees.



Vers 5

Dit huis.

= paleis.



Vers 7

Verdervers

=Chaldeeën van Nebukadnezar.



Vers 10

Sallum

= Joahaz

Die was opvolger van Josia.

Josia is de dode.

Over hem hoeft niet geweend te worden. Hij stierf godzalig.

Sallum=Joahaz werd na 3 maanden door farao Necho afgezet en meegenomen naar Egypte. Daar zal Hij sterven.



Vers 11

Sallum.

Dat is Jojakim.



Vers 13

Wee hem

Het gaat over Jojakim, een oudere broer van Joahaz. Jojakim is heel anders dan vader Josia. Jojakim is onrechtvaardig.



Vers 15

Jojakim wedijvert met Salomo om een mooier paleis te maken.

Neem een voorbeeld aan vader Josia.



Vers 18



Vers 24

Chonja.

= Jojachin = Jechonia, zoon van Jojakim.

Hij was de 8 jarige mederegent, de hoop van het volk.



Vers 26

U en uw moeder

U=Jojachin

Moeder= Nehustha


Ander land

Babel

2 Koningen 24:12



Vers 30

Kinderloos

Jojachin had alléén dochters. Hier brak de afstammingslijn.

Hét gaat even verder via erfdochter.

Zijn opvolger is oom Zedekia, zoon van Josia.



<