Hoofdstuk 17


Vers 1

Met Diamant geschreven

De zonde is niet meer uit te wissen. Het staat ahw gebrandmerkt in hun hart.



Vers 2

Gewijde palen.

De zuilen van Astarte.



Vers 4

Deuteronomium 28:68



Vers 6

Kale struik

Het grondwoord staat ook in Psalm 102:18. Daar is het vertaald met: allerarmsten.

Het gaat hier over mensen die God niet dienen.



Vers 9

Mattheus 15:19



Vers 10

2 Corinthiƫrs 5:10

Openbaring 2:23



Vers 11

Moet hij die achterlaten

Onrechtvaardig verkregen rijkdom moet men achterlaten. Zelfs op de helft van zijn leven al. Zijn leven zal dus ws ook verkort worden.



Vers 12

Ons heiligdom

Dat is de tempel. Daar was Gods troon, de ark.



Vers 13

In de aarde geschreven.

Denk aan een naam, geschreven in het natte zand op het strand. Als er een golf overheen komt, is de naam weg. Zo vergaat het dus mensen die God, de Levensbron, verlaten.



Vers 15

Spot

Jeremia moet spot aanhoren.

Men twijfelt aan Gods woorden.



Vers 16

Valse beschuldiging

Joden zeggen dat Jeremia er bij God op aandringt om dat onheil te laten komen. Om zo het volk te straffen.



Vers 18

We moeten ons kruis opnemen. Zo oefenen we ons geloof.



Vers 19

Volkspoort

Poort tussen voorhof vh volk en voorhof vd priesters.

De koning gaat daardoor als hij vanuit het paleis naar de tempel gaat.



Vers 24

Als het volk dit gebod zal houden, dan laat dat zien dat ze God willen dienen.

Dan zal God de straf niet uitvoeren.

In Jeremia 22:3-4 lees je hetzelfde , maar dan gaat het niet over het sabbatsgebod, maar over zorg voor weduwe en wees.



<