Hoofdstuk 16


Vers 2

Vrijgezel.

Jeremia moet uitbeelden hoe het met het volk Israël zal gaan. Beroofd van kinderen. Ook Hosea, Ezechiël en Jesaja prediken dmv. hun huwelijk of door de namen van hun kinderen.

De RKK baseert hierop het celibaat.



Vers 6

Kerven en kaal maken is heidens.



Vers 8

Geen vreugdemaaltijd.

Jeremia moet ook voor maaltijden bedanken als Hij uitgenodigd wordt. Ook dit is een prediking.



Vers 10

Hét grote onheil

Het volk vindt de bedreigde straf veel te zwaar vergeleken met hun zonden.



Vers 11

Hét kwaad tegen God is niet van vandaag of gisteren.



Vers 12

Ze volgen eigen boze hart.

Ze vragen niet: wat wilt U dat ik zal doen?



Vers 14

Verlossing

Het gaat vooral om de verlossing in de eindtijd. Deze terugkeer naar het land wordt groter dan de terugkeer uit Egypte.

Jeremia 23:7-8

Zacharia 2:6



Vers 16

Jagers en vissers

Overal is anti-semitisme. De Joden krijgen het zo moeilijk dat ze naar Gods land Israël vertrekken. Uit alle schuilplaatsen komen ze.



Vers 17

God ziet de Joden.

God ziet hun ellende. Hij gaat helpen. De Messias komt en Hij zal koning van de Joden zijn.

De ongelovige Joden ziet God ook. Ze zullen met de goddelozen omkomen.



Vers 19

De heidenen zien de terugkeer van de Joden. Ze erkennen Gods macht.



Vers 21



<