Hoofdstuk 14


Vers 7

Sterke pleitgrond

Jeremia bidt tot God. Hij heeft een sterke pleitgrond. Ook Mozes gebruikte die.



Vers 8

Een vreemdeling of iemand op doorreis is niet zo erg bewogen met het lot van een vreemd land.



Vers 10

Dit volk

Ook dit intense gebed van deze rechtvaardige helpt niet meer. God spreekt niet meer van "Mijn volk", maar van "Dit volk".



Vers 13

Valse profeten hebben Israƫl voorgelogen.



Vers 17

Jeremia huilt. Hij ziet i.p.v. vrede alleen maar ellende.



Vers 19

Weer een gebed

In vers 11 zei God dat Jeremia niet meer mocht bidden voor het volk, maar hij begint nu toch weer.



Vers 22

Jeremia wijst hier terug naar de grote droogte uit vers 1.



<