Hoofdstuk 59


Vers 1

De verzen 1 t/m 15.

De vreselijke toestand van de grote verdrukking wordt beschreven.


De hand van de HEERE is niet te kort.

Jesaja 59: oordelen over ongelovige joden. (vs 1-8)

Zij kozen voor de antichrist. Het gelovige Israël belijdt schuld. Als we géén schuld belijden, lijkt het alsof de arm van de HEERE te kort is om te verlossen. De zonde maakt scheiding.


De Heere HEERE doet niets, tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.



Vers 2

Onbeleden zonden.

Israël verbrak het Sinaïtische verbond. Zonden die niet beleden worden, scheiden ons van God. Daarom hoort God niet.


Jezus heeft betaald voor onze zonden. Toen Hij stierf, Zijn lichaam "scheurde", scheurde het voorhangsel. Nu hebben we een vrije toegang tot de Vader.



Vers 4

Niemand die in trouw een rechtzaak voert.

VdW:

De meesten vertalen de letter "nun" niet.

De letter "nun" = wij.

In vers 11 komt dat 3x voor.

In de grote verdrukking zijn er geen grijstinten meer.

Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen.

Men kiest tussen antichrist/satan of God.


Zij vertrouwen op holle woorden.

Hun zekerheid is dus nergens op gebaseerd.



Vers 5

Is er een kapotgedrukt.

Dit is een heel gezochte vertaling omdat men "zûwreh" leest. Dit is de enige keer In de Bijbel.

"Zûwr" staat wel 77x in de bijbel. Dat betekent: indringer. Meestal is die persoon vijandig aan Israël.

VdW.

Indringster = anti-goddelijke macht van de hoer van Babylon.

De adder = het beest, de antichrist.



Vers 6

Hier gaat het over het pure kwaad van antichrist en volgelingen.

Er is geen vrede voor hen.



Vers 9

Vs 9-14 het ware Israël belijdt schuld.

Nu gaat het volk spreken dat berouw heeft.


Duisternis i.p.v. licht.

Het Hebreeuwse woord betekent:

Het woord geeft een vrouwelijke vorm aan, dus háár schittering.

Duisternis =grote grote verdrukking.

Haar schittering = de heerlijkheid van Jeruzalem.



Vers 10

Zoals de doden in woeste plaatsen.

Deze gelovige Joden weigeren het teken van het beest, de antichrist. Daarom worden ze vervolgd.

Ze staan buiten de samenleving.

Ze zijn naar de woestijn gevlucht.



Vers 11

Grommen als beren.

Dit past niet echt in de context.

Het Hebreeuwse woord voor grommen betekent: groot geluid, massaal klagen.

Het Hebreeuwse woord voor "beren" kan ook anders vertaald worden.

VdW :

De zin wordt dan;

Wij kirren als duiven.

Het Hebreeuwse woord voor "kirren" betekent: klagend geluid, zoals morren, jammeren.

Als het een dier betreft: janken.

Dus:



Vers 13

Afkeren bij onze God vandaan.

Er staat Ĕlôhîym.

Jesaja gebruikt voor God gewoonlijk Jaweh.

Het ligt voor de hand om hier aan Christus te denken, want het berouw is niet compleet als zij Jezus niet aannemen.



Vers 14

Het recht is teruggeweken.

De toestand van de grote verdrukking wordt beschreven. Vreselijk.



Vers 15

Wie zich afkeert van het kwaad wordt beroofd.

Wie de antichrist en de valse profeet niet wil volgen in het kwaad, wordt beroofd. Hij wordt vogelvrij verklaard.

Er is geen goed meer.


En de HEERE zag het.

Vs 15-22. De HEERE antwoordt en stuurt een Verlosser, Jezus.

God ziet de vreselijke toestand onder de antichrist.



Vers 16

Geen voorbidder.

Letterlijk:

De zin wordt zo:

Zijn gerechtigheid.

= Zijn Gerechtigheid, Jezus.



Vers 17

Grondtekst geeft GEEN aanleiding voor verleden tijd.

Hij zal zich....

Christus heeft de wapenrusting van gerechtigheid en heil en is bekleed met wraak.

De dag der wraak breekt aan.



Vers 18

Hij zal vergelden.

Shâlam=vergelden.

Shâlom=vrede.

Deze 2 woorden zijn in het Hebreeuws hetzelfde geschreven.


VdW leest "vrede".

VdW:



Vers 19

Als de vijand zal komen als een rivier.

Anders:

"Als de vijand... " kan ook, en béter vertaald worden met:

Dus, zoals ná een hevige regenbui een wadi snel volloopt. Bij de droge wadi's in de woestijn staan borden die waarschuwen voor verdrinkingsgevaar.

De val van de antichrist zal ook zo onverwacht snel gaan als Jezus komt. De Geest van de HEERE helpt Hem.


Banier tegen hem oprichten.

De Geest helpt Jezus tegen het geweld van de antichrist.



Vers 20

Naar Sion komt een Verlosser.

Deze tekst gaat duidelijk over de eindtijd.

Jezus komt op de Olijfberg om Sion, om Jeruzalem, te verlossen.

Ook Paulus plaatst deze tekst in de eindtijd. Dan zal héél Israël zalig worden.

Jezus, de Messias, zal op Sion gaan regeren. Voor de Joden die geloven is er heil. Ze zullen de Messias kennen en erkennen.


Hedendaags Hebreeuws.

Ba le Tsion goël.

Dat zegt men als iemand uitkomst brengt.



<