Hoofdstuk 57


Vers 1

Opname en grote verdrukking.

Vs 1-8: vromen worden weggenomen en goddelozen veroordeeld.


De rechtvaardige komt om.

letterlijk: verdwijnt, vooral als het personen betreft.

De overleden gelovigen staan op. De levende gelovigen krijgen in een oogwenk een verheerlijkt lichaam en allen gaan Jezus tegemoet in de lucht.

De rechtvaardigen verdwijnen zo bij de opname, dus net vóór de grote verdrukking.

Dat is de eerste opstanding.

De goddeloze wereld merkt dat wel, maar men neemt het niet ter harte, het brengt in het leven van de goddelozen geen verandering.


Goedertieren mensen.

= de gelovigen.

Zonder dat er iemand op let.

= en men zal het niet begrijpen, omdat...


Micha 7:2-4 beschrijft deze vreselijke tijd van de grote verdrukking.

Micha spreekt over de tijd ná de opname. De goddeloze achterblijvers worden beschreven in hun goddeloze leven.

Het onheil, het kwaad.

Dat is de grote verdrukking.

Dat is de tijd van Gods wraak, de tijd van de toorn van Het Lam.



Vers 2

Hij zal ingaan.

Hij = de rechtvaardige.


Ingaan in de vrede.

= ingaan in vaderhuis.

= ingaan in de shalom.

= ingaan in de zaligheid.


Maar ook met Christus regeren in het vrederijk.

Leven in vrede met God en bij God. Dat is dus ná de opname van de gelovigen. Dus ná de eerste opstanding.


Rusten op hun slaapplaatsen.

???


Die in zijn oprechtheid wandelt.

De bestemming van deze gelovigen is wel duidelijk.


VdW : en ze wandelen aan de overzijde.


Ze wandelen dus in de hemel, in het vaderhuis.



Vers 3

Kom naderbij.

Dat ziet op een naderende rechtzaak. Oordeel over de goddelozen.


De waarzegster, tovenares.

Dit is Babel in de eindtijd.

De ongelovigen, waaronder ook ongelovige Joden, volgen deze afgoderij.



Vers 4

Over Wie?

In de grote verdrukking keren de antichrist en de valse profeet en al hun occulte volgelingen zich tegen God en tegen Zijn gelovigen.



Vers 5

Gloeien van lust.

Het gaat om seksuele zonden, tempelprostitutie.


Afgoderij, hoererij, kinderoffers.

In de tijd van de profeten gebeurden deze zonden ook, maar hier gaat het over de toekomst.



Vers 6

Bij de gladde stenen.

De vertaling is omstreden.

VdW:

Die zijn uw lot.

Voor hen vergiet u een plengoffer.

VdW:



Vers 7

Op een hoge berg.

Dit beschrijft de gewoonte om afgoden te vereren op een heuvel of berg.



Vers 8

Achter de deur.

Er zijn 2 heilige symbolen aan de deurpost:

Omdat Jesaja over de toekomst spreekt, zou het toch de mezuzah kunnen zijn. Goddeloze Joden hebben toch een mezuzah aan de deurpost. God berispt hen over dit misbruik.

Ze verbinden zich aan anderen dan God, aan de antichrist en de valse profeet.



Vers 9

Vs 9-13 satan wordt aangeklaagd en veroordeeld.

Veel verwarring bij vertalers en verklaarders.


U reist.

Letterlijk:

Tot de koning.

Vóór het woord "koning" staat de letter lâmed = vanwege.

Dus:

U vermeerdert uw welriekende zalven.

Râqqûach (zalven??) komt maar 1X in de bijbel voor.

Dit onbekende woord kan gesplitst worden in twee bekende woorden.

VdW:

U zendt uw gezanten..

Het grondwoord voor "gezanten" vertaalt strongs met "heftige pijn of uitpersen".

VdW:

Hij vertaalt met "terreur".


VdW:

Hel.

= sheool.

= dodenrijk.



Vers 10

Door uw grote reis bent u afgemat.

U = satan of antichrist.

VdW:

U zegt niet: er is geen hoop meer.


VdW:

Dus de antichrist/satan erkent zijn verlies tegenover God niet.


Daarom bent u niet verzwakt.

VdW:



Vers 11

Voor wie bent u beducht geweest?

In de grondtekst opent de zin met:

VdW:

Hier wordt de macht van satan benadrukt.


U hebt immers gelogen.

Satan handelt bedrieglijk. Hij overschrijdt een grens. Dat is waarschijnlijk de komst van de antichrist. Dat moment wordt gemarkeerd door een teken. Dat teken is de eerste opstanding en de opname van de gelovigen.

Het teken is misschien de bazuin die dan wordt gehoord.

Dit wil satan niet erkennen.


Aan Mij niet gedacht.

Er staat ôwth

VdW:

Dat teken is de bazuin die geblazen wordt als de gelovigen opstaan bij de eerste opstanding.

VdW:

Gezwegen van oude tijden af.

Satan kon na Jezus' dood nog 2000 jaar vrijwel ongestoord zijn gang gaan. Hij denkt dat dit zo blijft en hij negeert Gods teken.


Dat u Mij niet vreest.

Ook hier staat ôwth

VdW:



Vers 12

Uw gerechtigheid.

2 Thessalonicenzen 2:4.

Uw daden.

De antichrist plaatst een afgodsbeeld in de tempel. Jezus noemt dat de gruwel.

Zo wil de antichrist zich als god laten vereren. Hij probeert aan God gelijk te zijn.


Ze zullen u niets baten.

Die gruwel zal hem geen voordeel brengen, maar wel de ondergang.



Vers 13

Wanneer u roept.

Halverwege de grote verdrukking wordt satan door Michaël op de aarde geworpen.

Satan weet dat hij nog maar een korte tijd heeft, nl. 3½ jaar, 1260 dagen, 42 maanden.

Hij schreeuwt het uit.


Die door u verzameld zijn.

De put van de afgrond is geopend en zeer veel demonen o.l.v. Apollyon hebben zich bij satan gevoegd.

De wind zal hen wegvoeren.

Ruach = wind, Geest.

De wind of de Geest zal satan en zijn demonen wegvagen.

De aarde in erfelijk bezit krijgen.

Ook elders in het OT staat dit. God maakt een nieuwe aarde. Daarop zullen de rechtvaardigen wonen. Ons verblijf in de hemel is maar tijdelijk.

Het Hebreeuwse woord kan ook "land" betekenen.

Dat is dan het beloofde land dat Israël zal beërven.

De heilige berg is Sion.



Vers 14

Verhoog de weg.

Gods oordelen ( 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen) tijdens de grote verdrukking hebben de infrastructuur vernield. Er moeten nieuwe wegen komen voor terugkerende gelovigen.



Vers 15

Hoge hemel.

Het woord "hoog" zegt iets over de Naam en NIET over de hemel.

Dus:



Vers 17

Vs 17-21 samenvatting van de raad Gods.


Hun winstbejag.

= letterlijk :

Ik sloeg het volk.

= letterlijk:

Maar het.

Dat is het ongelovige Israël.



Vers 18

Hem vertroosting bieden.

"Hem" = het gelovige overblijfsel van Israël.

Het Hebreeuwse woord shâlam wordt hetzelfde geschreven als shâlôm.

VdW:

Dat kan dan betekenen: Ik zal Israël het Messiaanse rijk invoeren.

Dat geldt voor hen "die treuren", die zich bekeren.

Israël wordt getroost.

De troost is het vrederijk.



Vers 19

Ik schep de vrucht van de lippen.

Israël zal zendingsvolk worden en de vrede, de shalom, verspreiden.


Hem genezen.

Dat staat ook in vs 18.

"Hem" = het gelovige overblijfsel van Israël.



Vers 21

Zegt mijn God.

Elõhê= Mijn godheid. (Jezus)


Geen vrede.

Er is voor de goddelozen geen shâlôm.



<