Hoofdstuk 56


Vers 1

Vs 1-9 zijn huisregels voor het vrederijk.


Doe gerechtigheid.

Dit zal ook de prediking zijn van Johannes de Doper:

Mijn Heil is nabij.

=Mijn Yeshua is nabij.

=Mijn Jezus is nabij.

Dus het vrederijk begint bijna.

Jesaja zag de eerste komst van Jezus nog samen met de komst van het vrederijk. De tijd van de gemeente was in het OT nog onbekend.


Mijn Gerechtigheid.

= Jezus, de Heere, onze Gerechtigheid.

Hij is nabij om geopenbaard te worden.



Vers 2

Daaraan vast houden.

Het gaat hier over gelovigen.

Vers 1 noemt:

  1. Gods recht in acht nemen.
  2. Gerechtigheid doen.

In vers 2 worden nog weer twee kenmerken genoemd.


Gods wet in het vrederijk

De sabbat is een eeuwig teken van Gods verbond met Israël.

In het vrederijk moet iedereen gaan leven volgens de wet van God.

In de grote verdrukking richt de antichrist zijn gruwelijke afgod op in de tempel.

Ieder moet dat beeld aanbidden. De sabbat houden wordt dan niet meer toegestaan.

Zalig zijn die Joden die wel aan Gods geboden vasthouden.



Vers 3

Laat de vreemdeling.

Letterlijk:

Het woord "zoon" wordt in HSV en SV helaas niet vertaald.

"Vreemde zoon" klopt niet, dus laat men "zoon" weg.

In de Engelse KJV staat het woord wel.


Laat de zoon van de vreemdeling niet zeggen.

Er staat nkr. Wat lees je: nekar of nakar?

Als men "nakar" leest, dan kan men "zoon" wel vertalen.

Een proseliet is bv een erkende zoon.

Letterlijk staat er:

Zoon van erkenning is dus een gelovige.


VdW:

Jesaja spreekt over "breuk". Het Sinaïtische verbond is verbroken. Dat is een belemmering om weer Gods volk te zijn.


Laat de ontmande niet zeggen...

"Ontmande" en "dorre boom" geven een aflopende zaak aan. Zo lijkt het ook met het gelovige Israël aan het eind van de grote verdrukking.

God bemoedigt hen.


2 soorten ontmanden:

De Heere Jezus noemt 3 soorten "gesnedenen".



Vers 4

Tot de ontmanden.

De ontmanden zijn de Joden. Na de breuk van het Sinaïtische verbond en het verwerpen van Jezus is Israël een volk dat geen vrucht draagt.


Mijn sabbatten in acht nemen.

Vóór "Mijn sabbatten" staat het woordje "eth". Dat wordt meestal niet vertaald. Hier moet dat dus zijn "al Mijn sabbatten".

Dus ook feestdagen die niet op een sabbat vielen, maar wel als sabbat gevierd moesten worden.

Ook heidenen gaan volgens Gods wet leven in vrederijk.

Gods wet gaat vanuit Jeruzalem over de hele aarde.

"Verbond" wordt nu nieuw. Het wordt ruimer dan de afstamming van Abraham.

Gelovigen houden vast aan het verbond met Abraham.

Door het geloof is Abraham ook een vader van gelovige heidenen.


Verkiezen wat Mij behaagt.

Ze keren zich tegen het kwaad dat de antichrist invoert.

Ze houden vast aan Mijn verbond.



Vers 5

In Mijn huis.

De gemeente is het geestelijke huis van God.

Ook heidenen krijgen daar een plaats.

Het is ook de derde tempel, beschreven in Ezechiel 40 tot Ezechiel 43.


Binnen Mijn muren.

Dat is binnen Jeruzalem waar de Messias zal regeren.

Een plaats (= een hand) en een naam geven.

Letterlijk: een hand.

God belooft hier iets. Hand erop!

Het klinkt als een eed.


Beter dan:

Dat staat er niet, dat is interpretatie.

VdW leest:

Het gelovige Israël heeft toekomst. Er zal weer een groot volk zijn.



Vers 6

Vreemdeling.

Nkr = nekar of nakar.

Een proseliet is bv een erkende zoon.

Letterlijk staat er:

Zoon van erkenning is dus een gelovige.

VdW:

Het gelovige Israël komt dus weer helemaal in dienst van God te staan.



Vers 7

Hen.

Dat zijn dus de zonen van de vreemden.


Voor alle volken.

Volken = ammim , dat zijn aan God verbonden volken/stammen.

Ze hebben zich onderworpen aan de Messias.

Satan probeert te voorkomen dat er een tempel voor God zal komen op Gods heilige berg Sion. En dan nog wel een gebedshuis voor álle volken. Daarom zijn de moslims fel tegen elke niet-moslim die op de tempelberg wil bidden.

Het is een geestelijke strijd.


Weer offers in vrederijk.

Er is een scherp onderscheid tussen de gemeente en Israël.

Israël offert.

Ook de offerdienst, tussen het sterven van Jezus en de verwoesting van Jeruzalem, was wettig. Petrus, Johannes en Paulus deden er volop aan mee.



Vers 8

Ik zal er tot hem nog meer bijeenbrengen.

Tot hem : dat "hem" ziet op Israël.

Anderen vertalen "tot hen".

Uit alle delen van de wereld zal God de Joden verzamelen en in Zijn land terugbrengen.



Vers 9

Alle dieren, kom!

Dieren hoeven niet langer bang te zijn voor elkaar.

In het vrederijk is er ook vrede tussen de dieren.

Dit vers past beter bij vers 8 dan bij vers 10-12.



Vers 10

Blik op de grote verdrukking.

Vs 10-12 vormen een treurzang over komende grote verdrukking.


Wachters.

Wachters zijn profeten en andere leiders van Israël.

De wachters van Israël waken niet. Ze volgen de antichrist en dus ook satan. Ze zoeken eigen voordeel.

Ze liggen neer en zijn slaperig. Ze gaan zich te buiten aan wijn. Ze kennen geen maat.

Zo komt de wetteloosheid in de samenleving. De liefde verkilt.



<