Hoofdstuk 54


Vers 1

Toekomst.

Ook de Studiebijbel wijst erop dat dit hoofdstuk over de toekomst gaat.


Onvruchtbaar:

Eeuwen leefde Israël onder bedekking. Ze erkent de Messias niet.

VdW:

U die geen weeën gekend hebt.

De vertaling "weeën" maakt men om aan te sluiten bij het gedeelte "onvruchtbare die niet gebaard hebt".

Letterlijk staat er

Op veel bijbelplaatsen is Chalah = ziekte.

"Geen ziekte" past goed bij de toekomst van het vrederijk.


Er zijn dan genezingbrengende bomen langs de tempelrivier.

Kinderen van de eenzame.

VdW:

Andere vertaling.

Zij die uit de grote verdrukking komen, zijn gelovige Joden. Zij zijn volk van God, kinderen van de getrouwde. God is de Man van Israël. Israël is Gods bruid.



Vers 2

Vergroot de plaats.

Velen keren na de grote verdrukking terug naar het land van God, Israël.

Het toekomstige land is dan veel groter dan het huidige.

Sla uw pinnen vast.

Het gaat om een langdurig verblijf.



Vers 3

De heidenvolken in bezit nemen.

In het gebied van de heidenen zijn na de grote verdrukking veel verlaten steden. Joden zullen die bewonen



Vers 4

Geen beschaamdheid meer.

Antisemitisme laat de greep van satan op de wereld zien. Dat is in het vrederijk voorbij. Satan is dan opgesloten.

Joden worden dan burgers met status. Koningen zullen hen dienen.

Geen beschaamdheid meer.


De schaamte van de jeugd.

= afgoderij.


weduwschap .

= lo-ammi = Mijn volk niet.

Israël, de vrouw van God, verliet Hem.

God noemt haar "Lo-Ammi.

Maar...God blijft trouw.



Vers 5

2 Personen.

  1. God, de Man van Israël. Hosea 2:18-19.
  2. Uw Verlosser. Dat is Jezus. Hij zal de God van heel de aarde genoemd worden. Zacharia 14:9.

Uw Maker.

Letterlijk:

De God van heel de aarde.

Satan is nu de overste van de wereld. Aan het eind van de grote verdrukking komt daar een eind aan. Satan gaat dan in de afgrond.

De Messias wordt koning over de hele wereld.

De God van heel de aarde.

Het Hebreeuwse woord voor God is hier

Dat woord wordt ook voor Jezus gebruikt.



Vers 6

Een verlaten vrouw.

Israël is de vrouw van God. Het huwelijksverbond werd bij Sinaï gesloten.

Israël ging "vreemd" en liet zich in met andere goden.

Israël werd lo-ammi, (= niet Mijn volk)

Zo kwam er scheiding tussen God en Israël, maar niet definitief. God blijft trouw. Lo-ammi wordt weer Ammi = Mijn volk.



Vers 7

Een klein ogenblik.

Volgens vers 7 kan dit kleine ogenblik slaan op de grote verdrukking.

Het Hebreeuwse "rega" betekent ogenblik, maar kan ook "plotseling" betekenen.

Dan mogen we ook vertalen:

God verlaat Israël.

God heeft het volk verlaten sinds de sjechina, de heerlijkheid van de HEERE, de tempel van Salomo verliet.

Bijeen brengen.

Dat gebeurt aan het eind van de grote verdrukking. Dan zijn ze in Gods land, waar Jezus hun Koning is.

Hij heet dan: Mijn Knecht David.



Vers 8

Stortvloed van toorn.

= grote verdrukking.

Een ogenblik verborgen.

De grote verdrukking duurt maximaal 7 jaren.

Net als in vers 7 kan hier ook vertaald worden: plotseling verborgen.


Eeuwige goedertierenheid.

eeuwige = altijddurende. Dit ziet op het vrederijk.



Vers 9

Wat zweert God?

Die altijddurende ontferming, die eeuwige goedertierenheid (vers 8) zweert God. Dat deed Híj ook bij Noach.


Niet meer op u toornen.

De profetie ziet terug vanuit het eind van de grote verdrukking. De toorn van God is nu definitief afgelopen.

God zweert het Zijn volk.



Vers 10

Bergen wijken.

Letterlijk:

Het gaat waarschijnlijk over bekende bergen. Dat "bergen wijken" gebeurt bv als de Olijfberg splijt bij Jezus' wederkomst.

Verbond van de vrede.

Dit verbond werd gesloten met de priester Pinehas, de kleinzoon van Aäron.



Vers 11

U, ellendige, ongetrooste.

U = Jeruzalem.

In de grote verdrukking was Jeruzalem in de greep van de antichrist. De stad was toen ellendig en ongetroost.

Ook het gelovige overblijfsel van de Joden is ellendig en ongetroost. De antichrist vervolgt hen heftig.

Jeruzalem wordt de residentie van het vrederijk. Jezus regeert daar op Davids troon.

Grondvesten op saffieren.

Jeruzalem krijgt prachtige stenen, saffieren fundamenten.

Mooie poorten van robijnen.

Muren van edelstenen.

Mogelijk is dit een verwijzing naar het heilige Jeruzalem dat neerdaalt uit de hemel, dichtbij het aardse Jeruzalem.



Vers 12

Uw poorten van robijn.

Van de Weerd splitst het grondwoord voor poorten.

Dan ontstaan de woorden "zon" en "openbreken". Hij ziet in de tekst de zonnestralen de stad Jeruzalem in prachtige gloed zetten.

VdW.



Vers 13

Door de HEERE onderwezen..

Heel Israël zal zalig worden.

Vrede.

De shalom is meer dan vrede. Ook welvaart, welbevinden, geluk, harmonie hoort erbij.



Vers 14

Houd u ver van onderdrukking.

Wees ver van verdrukking. De grote verdrukking is voorbij. Verdrukking is voorgoed afgelopen.

Die verschrikking komt nooit meer terug.



Vers 15

Moeilijk te vertalen.

Paul:

VdW:



Vers 16

Vertaling juist?

Staat er "smid"?

Nee, er staat bewerker, vormgever, uitvoerder.

VdW:

De uitvoerder is waarschijnlijk een groep aartsengelen. Zij zijn de uitvoerders van Gods oordelen. Zij gooien de 7 schalen leeg. Toen de laatste zijn schaal leeggoot klonk er: Het is geschied. De grote verdrukking is ten einde.



Vers 17

Elk wapentuig.

Er zullen geen wapens meer gemaakt mogen worden.



<