Hoofdstuk 51.
In Jesaja 51 staan geen gebeurtenissen die een vervulling in de oudheid staven.
We komen in de grondtekst woorden tegen waarvan de betekenis niet vaststaat. Dat bemoeilijkt de uitleg. De context verduidelijkt vaak wel.
אל =
VdW: door het ontbreken van een eindtijdvisie is in de vertaling van bepaalde woorden de Septuaginta gevolgd. Van de Weerd wijkt daar vanaf.
Waarschijnlijk spreekt Jesaja 51 ook over de eindtijd.
Die gerechtigheid najaagt.
Dat is het gelovige Israël volgens vers 2.
Deze geestelijke toestand vinden we alleen aan het eind van de grote verdrukking.
Aanschouw de rots.
VdW:
De Messias verschijnt aan het eind van de grote verdrukking op de Olijfberg.
Waarin u uitgehakt bent.
De SV vertaalt:
VdW:
Israël werd gespleten, doorboord. Satan vervolgt Israël door de antichrist.
Israël wordt gespleten in een gelovig en ongelovig deel.
En de holte van de put.
אל =
Holte.
Maqqebeth =
Dit woord is afgeleid van een woord dat "vervloeken" betekent. Dus iemand "doorboren" met woorden.
Put.
Letterlijk: groeve.
Andere vertaling.
VdW:
Aanschouw Abraham.
Aan het eind van de grote verdrukking is er nog een klein restant gelovigen. Zie op Abraham, die was ook alleen, maar werd tot een groot volk. Dat is de hoop voor dit gelovige overblijfsel.
Sion troosten.
Troost voor Sion. Na de grote verdrukking breekt een zegenrijke tijd aan voor Israël.
Haar woestijn wordt als Eden.
In het vrederijk zal er in de tempel een rivier ontspringen die zich vertakt naar oost en west. Die rivier heeft levenwekkend water.
De woestijn gaat bloeien.
Eden.
In Jeruzalem blijft de herinnering aan de hof van Eden. Daar was ooit Gods hof, de hof van Eden. Die hof lag bij Gods heilige berg, dus Sion.
Dat lees je in
Vreugde en blijdschap.
In Gods hof in Eden was vóór de zondeval ook vreugde. Er waren tamboerijnen en fluiten.
God gaat de hof in oude glorie herstellen.
Mijn volk.
In de grondtekst staat "ammi". Dat is Gods eigen volk Israël .
Israël is Gods persoonlijke eigendom.
Mijn natie(s)
VdW:
Dat zijn de heidenvolken die aan het eind van de grote verdrukking over zijn. Ze buigen voor Messias.
Hier wordt nu niet het woord goy gebruikt, maar le'ôm.
Een wet zal van Mij uitgaan.
Jezus zal regeren op Davids troon in Jeruzalem, zoals de engel Gabriël zei tegen Maria.
De Messias laat vanuit Jeruzalem Zijn wet uitgaan.
Mijn recht zal Ik...
VdW:
De verbonden volken zijn nu alle volken die zich aan de Messias hebben onderworpen. Het bestuur van de Messias zal "een licht" zijn in de wereld.
Voor de volken.
Van Jeruzalem gaat de wet, de onderwijzing, uit naar de ongeschoolde volken. Jesaja 2:3 zegt hetzelfde. Ook daar is de context het vrederijk.
Mijn gerechtigheid is nabij.
Jezus heet Zelf ook Gerechtigheid.
Zijn komst is dichtbij.
Het Vrederijk brengt Zijn gerechtigheid. Daar hangt het heil mee samen. Ook dat komt eraan. Het wordt een Godsregering. Volken zien uit naar God.
Kustlanden.
De grote bevolkingscentra.
Op Mijn arm hopen.
Na de grote verdrukking is de aarde kapot.
Wie gaat dat weer herstellen?
Alle hoop is op God.
Hij maakt een nieuwe aarde. Mens en dier leven daar in vrede.
De aarde zal verslijten.
Door de vele oordelen van God, beschreven in Openbaring 6 tot Openbaring 18, is de aarde verwoest. Miljarden mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking, zijn gestorven. Zij volgden de antichrist en weigerden zich te bekeren.
Mijn heil bestaat voor eeuwig.
Wat hiervoor staat is net achter de rug. Dat was de ellende in de grote verdrukking.
Het gelovige overblijfsel staat nu een Vrederijk met gerechtigheid te wachten.
Mijn wet in het hart.
De wet in het hart hoort bij het nieuwe verbond.
Dat is de tijd dat ze allen de HEERE zullen kennen.
Ook dat wijst erop dat het hier over de eindtijd gaat.
God stort Zijn Geest uit op Israël. Die schrijft de wet in hun hart.
De smaad van stervelingen.
De smaad komt van de aanhangers van de antichrist.
VdW:
De mot eet ze op.
Van Gods grote vijanden blijft niets over.
Mijn gerechtigheid.
Er is een strijd tussen het Zaad van Eva (=Jezus, onze Gerechtigheid) en het zaad van de slang (de antichrist).
Jezus, onze Gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid. Hijzelf werpt de antichrist in de hel. Die is er nog eerder dat satan zelf.
Bekleedt u met kracht.
Als Jezus wederkomt, dan komt Hij met alle heiligen en met de engelen.
Rahab en zeemonster.
God ontheiligt de draak. God werpt hem uit de hemel.
De grote rode draak wordt door Michaël uit de hemel geworpen.
Dat gebeurt waarschijnlijk op de helft van de 7 jaar grote verdrukking.
Satan weet dat hij nog een kleine tijd heeft, nl. 3½ jaar, 1260 dagen, 42 maanden.
De vrouw, Israël, vlucht naar de woestijn en blijft daar die 1260 dagen.
De zee heeft drooggelegd.
In de hele bijbel wordt steeds Gods almacht geïllustreerd met de doortocht van Israël door de Schelfzee.
Gods macht is nooit veranderd.
Andere vertaling.
VdW:
In het Messiaanse rijk wordt die bron weer ontsloten. De tempelrivier ontstaat.
De vrijgekochten mogen eruit drinken.
Door de HEERE vrijgekocht.
Dat is het gelovige Israël dat in de woestijn vluchtte voor de antichrist.
Ze zijn mogelijk 1260 dagen in Petra, bij Bozra.
Jezus haalt ze vandaar op nadat Hij de vijanden vertrapte.
Bevreesd voor een sterveling.
Als satan door Michaël op de aarde wordt geworpen, verandert de antichrist in een beest.
Hij lijkt sprekend op de draak die beschreven wordt in
Hij voert oorlog tegen de heiligen.
In de grote verdrukking wordt een grote schare door de antichrist gedood.
Toch zegt God: "Wees niet bevreesd". De antichrist is maar een mens.
Wie volharden zal tot het einde, zal zalig worden.
En dat u de HEERE vergeet.
Want u vergát (ovt)...
God wijst het bekeerde Israël op het verleden.
God.
God herinnert aan Zijn onbegrensde macht. Hij is de Schepper. Wat is de antichrist vergeleken met God. Hij is als gras, vergankelijk.
De onderdrukker.
=de antichrist.
Zijn doel is verwoesten. Maar als God optreedt, waar is dan de woede van deze onderdrukker?
Dit ziet op de dood, het einde van de antichrist.
De geknevelde wordt losgelaten.
Als Jezus wederkomt, verandert alles. De vijanden zijn verslagen.
Gevangen gelovigen (Jood en Christen) zullen vrijkomen. Ze zullen niet sterven in de ellende. Ze zullen niet omkomen van honger.
Om de hemel te planten.
VdW:
Dit wijst op de hoge status die Israël zal krijgen. God staat nu aan hun kant. Het nieuwe verbond is er.
Ontwaak, ontwaak.
Letterlijk:
Er staat niet "ontwaak zelf".
Dus: Wek Mij toch op!
Israël moet zich bekeren.
Droesem.
Droesem is het bezinksel van de wijn. Het is het slechtste.
De droesem uit de beker = verdrukking en vervolging die ze meemaakten.
Gedronken, opgedronken.
Voor hun zonden heeft Israël dubbel en dwars moeten boeten.
Maar nu troost God Zijn volk.
Israël heeft géén leider in de grote verdrukking.
Niemand van de Joden leidde hen naar het heil. Niemand was een leidend licht.
Totdat...
Dan is de Messias hun Leider.
2 dingen zijn u overkomen.
Verwoesting en ondergang.
Eeuwen van vervolging. Hoogtepunt de shoah, holocaust.
Oorlogen tegen Israël.
Uw kinderen zijn uitgeput.
Grote ellende. Gevolg van Gods straf.
De beker wordt uit Israël hand genomen.
Gods grimmigheid is voorbij.
Dit wijst opnieuw naar de eindtijd.
Israël heeft van God dubbel en dwars straf ontvangen. Nu gaat God Israël troosten.
Israël werd vertrapt.
God maakt een eind aan het vernederen van Israël.
Als Christus komt, zal de verdrukker =antichrist gestraft worden.
Jezus wordt koning van Israël. Elke vijand moet zich aan Hem onderwerpen.