Hoofdstuk 47


Vers 1

De val van Babel.

Ogenschijnlijk gaat het over de val van Babel. Jesaja beschrijft Babel als vrouw.

Zoiets vinden we ook in

De profetie spreekt eigenlijk over de ondergang van satan en zijn handlangers.


Weekhartig en teergevoelig.

"Weekhartig en teergevoelig" kan ook zijn "behaagziek en wellustig". Dat laatste past beter bij een hoer.


Afdalen in het stof

Job 17:16 lijkt hier veel op.


Dochter van Babel. =hoofdstad.

Ze wordt maagd genoemd, dus onaangeraakt. Dat klopt niet voor het oude Babel. Het ziet op Babylon in de eindtijd. Dit zal in hoofdstuk 47 steeds meer duidelijk worden.


"Zit neer op de grond".

= VdW:



Vers 2

Rokken.

Shôbel = Een sleep en NIET een rok.

Dus:

De tekst beschrijft een slavin. Ze moet malen en de was doen.

Dit is een metafoor voor de ontluistering van Babylon.



Vers 3

En Ik zal u niet als een mens aanvallen.

VdW:" Ik zal wraak nemen, maar de mensheid niet treffen"


Ik zal wraak nemen.

Na de zevende schaal spreekt Openbaring alleen nog over Gods wraak en niet meer over plagen over de hele mensheid.

Deze profetie van Jesaja gaat dus over de tijd vlak ná de zevende schaal.

De val van Babylon staat in



Vers 4

De val van satan.

Vanaf vs 4 gaat de val van Babel over in de val van satan. Die volgorde is er ook in Openbaring.

Het einde van de oordelen valt samen met de komst van de Bevrijder, Jezus' wederkomst.



Vers 5

Dochter van de Chaldeeën.

= hoge dienaren van satan bv. Antichrist en valse profeet, Gog. Die zijn in eindtijd de gebieders van de koninkrijken.



Vers 6

Mijn eigendom.

God gaf die onder opzicht van de satan of zijn handlanger de antichrist. Satan heet "overste vd wereld".

Zelfs voor de oude.

Satan vervolgt Israël. Hij legt een zware last op de oudsten. (niet oude mensen)



Vers 7

Eeuwig.

=lange tijd.

Babylon houdt geen rekening met het feit dat er een einde aan de heerschappij komt.

Gebiedster.

Synoniem voor:

Babylon is de hoer die heult met de antichrist.



Vers 8

Ik ben geen weduwe.

Zo spreekt Babylon ook in

Ik ben het.

Babylon vertegenwoordigt in Openbaring de valse godsdienst.

Babylon claimt als God te zijn: "Ik ben". Dat is de Godsnaam JHWH.

Hier blijkt de hoogmoed.

Ook over toverij en bezweringen spreekt

Weduwe.

Babel verliest het mandaat over de aarde.

Dat is weduwschap.


Verlies van kinderen.

Satan gelooft niet in Zijn verlies. Toch is dat al in Genesis 3:15 voorzegd.



Vers 9

Wat Babylon niet verwachtte, komt snel.

Als God ingrijpt zal dat kort duren. In één dag komt het oordeel.

Daar staat: één dag, l zelfs één uur.

Ook over toverij en bezweringen spreekt Openbaring 13:14-15.

Dat brengt ook geen redding voor Babel.




Vers 10

De natuur van satan: slechtheid.

Hij meent dat dit succesvol zal zijn.


"Niemand ziet mij"= Ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen.

Hij waant zich onaantastbaar.


Ik ben het

Hij wil als God zijn: Ik ben!



Vers 11

Wanneer het aan de dag treedt.

Letterlijk:

Satan weet niet wanneer Jezus verschijnt. Niets helpt satan dan nog.

Ook in Openbaring 18:10 staat dat de val van Babylon plotseling is, in één uur.


Niet afkopen.

Er is geen verzoening meer mogelijk.



Vers 12

Spot van God.

Spot van God met de satan.

12c: misschien zal het u voordeel brengen, misschien zult u schrik aanjagen.



Vers 13

Laten de occultisten nu maar redding brengen.

Ook in de eindtijd is er veel occultisme. Ieder moet de antichrist en zijn afgodsbeeld eren. De antichrist is het slangenzaad. Laat die occultisten Babylon en de antichrist nu maar redden.


Dit zijn dus mensen zoals de " magiërs uit het oosten"



Vers 14

Vuur verbrandt hen.

Hier gaat het over de ondergang van Babylon, antichrist, valse profeet en Gog. Ze komen in het vuur.

14c VdW:

Vóór het woord "hitte" staat de letter lâmed. Dan is de vertaling:



Vers 15

Niemand kan verlossen.

Babylons slechtheid (vs 10) keert zich nu tégen hem.

Ook in Openbaring 18:9-17 lees je over : koningen, kooplui, scheepslieden die handel dreven met Babylon. Ze kunnen ook niet verlossen. Ze treuren alleen maar.



<