Verwoesters.
Er is niet één verwoester, maar er zijn er twee.
'âttâh = en jullie.
VdW: wee de verwoester (antichrist) en jullie (bondgenoten van de antichrist) die niet verdorven zijn.
U die trouweloos handelt.
God grijpt zelf in.
De bondgenoten van de antichrist komen steeds meer onder zijn macht. Eigenlijk worden ze verraden, maar ze verraden hem (Antichrist) nog niet.
VdW: 1c wanneer uw verraad tot een climax komt (als antichrist zich als god laat veren) zal men u verraden.(Veel bondgenoten keren zich af).
Tijd van benauwdheid.
Dat is de grote verdrukking.
Hun arm.
Het gelovige deel van de Joden roept tot God om hulp: wees ons, wees hun tot een uitgestrekte arm.
Volken zullen vluchten.
Volken (ammîm) zijn verbonden volken, bondgenoten van de antichrist.
Ze vallen op Jeruzalem aan.
Heidenvolken.
Het 2e "volken"= gôy, heidenvolken.
VdW: als U Zich verheft, zullen de heidenvolken verpletterd worden.
Uw buit zal verzameld worden.
Dat zal ook zo zijn als het leger van Gog in Kanaän binnenvalt en ten onder gaat. Israël zal hen beroven.
Recht en gerechtigheid.
In Sion gaat de Messias regeren in recht en gerechtigheid.
Recht en gerechtigheid zijn kenmerken van het vrederijk.
Vastheid van uw tijden.
VdW:
Allersterksten.
Letterlijk:
Ariël is de vuurplaats van het brandofferaltaar.
Halverwege de grote verdrukking plaatst de antichrist zijn gruwel, zijn afgodsbeeld in de tempel.
Vredeboden.
Bode (mal'âk) is vaak een engel, boodschapper.
Het gaat hier waarschijnlijk over de zeven getrouwe aartsengelen. God wordt diep gekrenkt door een afgodsbeeld van de antichrist in Zijn tempel. De vredeboden, de engelen treuren daarover.
Wegen zijn verlaten.
VdW: de wegen (naar Sion) wekken ontzetting.
De antichrist verplicht de mensheid om zijn beeld in de tempel te aanbidden. Ontzettend.
De context moet bepalen:
VdW kiest sabbat zodat daardoor de zin logisch wordt:
Waarschijnlijk gaat het hier over het Noachitisch verbond. God had beloofd dat er geen wereldwijde ramp meer over de aarde zou zijn. Dat verbond wordt nu verbroken. Ramp op ramp zal komen. In Openbaring lezen we over die rampen in de grote verdrukking.
8c VdW:
Het land treurt.
Verwoesting door Gods oordelen, (7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen) maar ook door oorlogen van de antichrist en Gog.
Nu zal Ik...
Gods antwoord op de godslastering van de antichrist.
U.
= vijand, antichrist en de valse profeet en Gog.
Volken.
=ammîm, verbonden volken, dus bondgenoten van de antichrist.
Hoor wat Ik heb gedaan.
Proclamatie van Jezus na de ondergang van de antichrist.
Erken Mijn macht!
Elke knie moet zich voor Hem buigen.
Zondaren zijn verschrikt.
De context wijst meer op: zondaars die tégen Sion zijn.
Of het zijn ongelovigen in Jeruzalem, aanhangers van de antichrist.
Ze vrezen voor God die een verterend vuur voor hen is.
Wie mag bij Jezus wonen?
Dit is het antwoord op de vraag in vs 14.
Die zal in de hoogten wonen.
De antichrist vervolgt de gelovige Joden. Ze vluchten naar de woestijn.
Die rechtvaardigen zullen in de rotsen (Petra) wonen. God zelf onderhoudt hen (manna en water?)
De Koning zien.
Rechtvaardige Joden zullen Jezus zien die hen uit Petra komt bevrijden. Ze zullen het beloofde land uit de verte zien.
Jesaja 16:1
VdW: zendt hen uit, gij Lam, Heerser van de aarde, vanuit Sela(=Petra) door de woestijn heen naar de berg van de dochter van Sion.
Verschrikking.
= grote verdrukking.
Het heet ook wel "verzoeking".
Over de verschrikking denken ze nog na. Maar... wat een opluchting. De antichrist en zijn aanhang zijn weg. Jezus wierp hem in de hel.
Schrijver.
= die alles registreert, de antichrist
Betaalmeester.
= de ambtenaar van de antichrist die belasting inde.
Antichrist is verdwenen. Ze verbazen zich daarover.
Torens tellen.
"Torens" past slecht in de grondtekst. Als er een heel kleine verschrijving is geweest stond er:
Dat past beter bij de antichrist.
Wie zijn verdwenen?
De goddelozen, de aanhangers van de godsdienst van de antichrist.
VdW: nabij is de bestemming van het volk. (Verlosten uit Petra )
Men zal geen volk zien, dat naar occulte spraak luistert, noch spottend spreekt, zonder verstand.
Stad van onze samenkomst.
Jeruzalem is bevrijd.
Israël mag er weer samenkomen en wonen.
De Messias gaat daar regeren op Davids troon.
Het zal daar veilig zijn, een blijvende woonplaats.
Een plaats van rivieren.
De sjechina, de heerlijkheid van de HEERE, is weer in Jeruzalem.
De tempelbeek gaat stromen. Daarop mogen geen boten varen. Dit is "levend water".
Drie machten.
De HEERE heeft 3 machten:
Geen inwoner...
Er staat letterlijk:
VdW: en bijna geen inwoner zal meer zeggen: ik ben ziek.
Dit is de toestand in het vrederijk. Daarin is ook nog zonde en dood.