Hoofdstuk 32


Vers 1

Een koning en vorsten.

Koning Jezus laat vanuit Sion Zijn wetten uitgaan over de hele aarde.



Vers 2

Die Man.

= koning Jezus.

Het gaat over de laatste dagen van de grote verdrukking. Jezus komt en beschermt Zijn volk Israël.

De koningen van Israël waren totaal anders dan Jezus.

Tegen de vloed.

In de woestijn staan bordjes die waarschuwen voor verdrinkingsgevaar.

Plotseling kan er erg veel water vallen en de droge wadi's veranderen snel in verwoestende waterstromen.

Jezus is een schuilplaats die beschermt.


De antichrist wordt vergeleken met een vloed.

Koning Jezus zal de gelovige Joden beschermen.


Hoe zal Jezus zijn?

  1. Een beschutting.
  2. Een schuilplaats.
  3. Als waterbeken. Hij is het Levende Water.
  4. Als een schaduw. In de woestijn kan het gloeiend heet zijn, maar achter de rots, in de schaduw, is verademing. Zo is Jezus.



Vers 3

De Joden zullen zien.

Jesaja voorzegt het ongeloof van Israël.

De eeuwenlange bedekking op het gezicht van de Joden verdwijnt. Blinden gaan zien en doven gaan horen.

Israël gaat het zien en begrijpen dat Jezus hun Messias is.



Vers 4

Israël krijgt inzicht.

Aanzien krijgt men niet meer op basis van geld en macht, maar op het dienen van God. In het Messiaanse rijk gelden andere waarden.



Vers 5

Men gaat in het Messiaanse rijk leven volgens Gods wetten.



Vers 9

Ondergang van Jeruzalem.

De verzen 9-14 gaan over het laatste jaar onder koning Zedekia. (vs. 10) Het gaat vooral om de welgestelden. Ze gedragen zich onbezorgd, maar er komt een tijd van grote zorg. De catastrofe is dichtbij, het duurt nog iets meer dan een jaar.



Vers 12

Men zal rouw bedrijven..

Men zal as op de borsten strooien vanwege de rouw over de verwoeste akkers en de verwoeste wijngaarden.



Vers 13

Land van Mijn volk.

Het land Kanaän zal een wildernis worden.


Vreugdehuizen.

= huizen waar men feesten vierde of huizen van hoeren. Tempelprostitutie hoorde bij de afgoderij.



Vers 14

Verwoesting.

Land is verwoest. Overlevenden verbergen zich in spelonken.



Vers 15

Er komt een ommekeer.

De tekst ziet op eindtijd van de grote verdrukking.

De Heilige Geest wordt uitgegoten op Israël. De uitstorting van de Heilige Geest in Handelingen 2 was slechts een voorvervulling.



Vers 16

Recht en gerechtigheid.

Dat zijn de kenmerken van de regering van Jezus in het vrederijk.



Vers 17

Heerlijke kenmerken vh vrederijk.



Vers 18

Woonplaats van vrede.

Zo zal Kanaän zijn voor de Joden, 1000 jaar lang zal het een vrederijk zijn.



Vers 19

Het vers is moeilijk te verklaren in deze profetie van heil.

Gaat het misschien over de ondergang van Babylon?



Vers 20

Vreedzaam beeld tijdens vrederijk.



<